Blue Ace in Den Haag: Kirsten Verdel

www.blueace.nl interviewde mij over Web 2.0 en aanverwante zaken. Het interview is op hun website te vinden, en hieronder:

De verkiezingen staan voor de deur en dat is te merken. Er lijken geen tv programma's meer te bestaan zonder politici als gast en iedere gebeurtenis wordt aangegrepen om een maatschappelijke discussie te starten, de meningen te peilen en weer eens lekker alles door te rekenen. En toch hebben wij er nog niet genoeg van. Speciaal voor de BlueAce doelgroep van jonge, ondernemende ICT'ers presenteren wij de komende weken een serie korte interviews met geselecteerde kandidaten van de grootste zeven partijen. Voor iedere politieke partij een kandidaat die dezelfde zes vragen krijgt voorgelegd. Een kans om zichzelf en de voor ons interessante standpunten van hun partij nog eens onder de aandacht te brengen.

Vandaag de eerste in deze serie; Kirsten Verdel, nummer 58 op de lijst van de PVDA.

www.nu.nl, www.imdb.com, www.pvdarotterdam.nl, www.locuta.nl (mijn eigen blog), www.geenstijl.nl, www.qyroz.nl, www.codewarrior.nl, www.iens.nl, www.bios.nl, www.pvda.nl, www.fok.nl, www.omroep.nl/teletekst, www.hyves.nl en talloze nieuwssites. Ik ben een echte nieuws junkie. Hyves is overigens relatief nieuw voor me, ik zat eerst op Orkut. Dat is een zelfde soort sociaal platform als Hyves, maar omdat het niet in het Nederlands was is het hier nooit echt aangeslagen. Ik kijk er af en toe nog op en dan zie je dat mensen in een land als Brazilie wel massaal op Orkut zitten. Het internationale karakter van Orkut verdwijnt nu langzaam, je kunt daar sinds kort er voor kiezen dat je alleen nog maar boodschappen kunt ontvangen van mensen in je eigen taal. Zo worden er zelfs grenspaaltjes gezet in de digitale wereld. Jammer.

3. Het internet veranderd. Veel websites zijn niet langer slechts een publicatie maar vooral een participatie medium, denk aan sites als Youtube, MySpace en Flickr. Hoe zou u de Nederlandse overheid graag vertegenwoordigt zien op het internet?
Ik zou het goed vinden als de Nederlandse overheid maximaal gebruik maakt van de mogelijkheden die het internet biedt. Het is nu nog veel te vaak eenrichtingsverkeer. De burger wordt geinformeerd. Meer niet. En de gebruiksvriendelijkheid daarbij is vaak ver te zoeken. Toen ik bij het ministerie werkte heb ik onder andere gekeken naar de invoering van mogelijkheden om online vergunningen aan te vragen. Op die manier voorkom je dat mensen tijdens werktijd vrij moeten nemen om snel even naar het stadhuis te gaan om een vergunning, verklaring omtrent gedrag of een uittreksel uit het bevolkingsregister te halen. Op zich een goed idee, maar de overheid loopt hopeloos achter. De meeste gemeenten bieden dit soort diensten nog niet en waar het wel gebeurt zie je vaak dat je online een formulier in kunt vullen, maar het daarna nog wel moet printen en per post op moet sturen. Dan maak je dus geen gebruik van de mogelijkheden van het internet. Het probleem is natuurlijk wel dat de overheid te maken heeft met allerlei formele eisen waar aanvragen aan moeten voldoen. Die zijn vaak wettelijk vastgelegd. Wetten die soms veranderd moeten worden voordat een handeling rechtsgeldig is. En dat kost tijd. De overheid zal daarom nooit een koploper zijn op het gebied van innovatie van informatietechnologie. Dat is aan het bedrijfsleven. Het is dan natuurlijk wel goed als de overheid innovatie zoveel mogelijk stimuleert en zelf ook experimenteert met nieuwe technologie. Ik vind Web 2.0 vooral een semantische vondst. Voor mij was internet altijd al een sociaal platform waar interactie plaatsvindt tussen site-beheerders en bezoekers, of bezoekers onderling. Ik zou het leuk vinden als de overheid zich actief daarin probeert te mengen. Pr
omoot de diensten die je als overheid aanbiedt, voedt websites met informatie en laat je zelf informeren. Het internet is een spannende manier om de kloof tussen overheid en burger te overbruggen. Dan moet je alleen wel laten zien die burger serieus te nemen. In gesprek gaan met iemand is iets anders dan praten tegen iemand.

4. Moet wetgeving m.b.t. internet in nederland of in europa geregeld worden, en waarom?
Wetgeving op het gebied van internet is per definitie niet in Nederland te regelen. Internet is grensoverschrijdend. Dus zelfs op Europees gebied is het eigenlijk zelfs niet goed genoeg. Veel activiteiten kunnen dankzij ict wereldwijd worden ontplooid, onafhankelijk van de geografische locatie. De afnemende binding met grondgebied die hier het gevolg van is, heeft volgens een rapport uit 1998 van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid “onvermijdelijke gevolgen voor het handelingsvermogen van de nationale staat'. Wet- en regelgeving zijn immers onlosmakelijk aan territoir gebonden. Maar de benodigde grensoverschrijdende samenwerking om bijvoorbeeld spam en virussen te bestrijden wil vaak maar niet van de grond komen. En zolang er nog één klein landje moedig weerstand blijft bieden, om maar even in Asterix en Obelix termen te vervallen, dan blijft het erg lastig om met effectieve maatregelen te komen om dat soort internetellende te bestrijden. De discussie gaat nu echter vaak over rechten. Mag youtube wel filmpjes aanbieden? Is Bit Torrent legaal of niet? Mogen nieuwssites headlines en berichten overnemen van andere sites? Dat gaat dan vaak over legale organisaties of instituties. Dan kun je wel afspraken maken in de praktijk. Maar internet en recht is wat dat betreft ook nog steeds pionierswerk. In de praktijk gaat het vaak om Europese wetgeving, daar de nationale overheden in Europa wel zien dat wet- en regelgeving op puur nationaal niveau onzinnig zijn. Op termijn zal de wet- en regelgeving denk ik steeds verder globaliseren.

5. In de VS zijn software patenten ingevoerd, in Europa wordt daar nu over gedebatteerd. Bent u vóór- of tegenstander van het invoeren van Software Patenten en wat betekend een mogelijke invoering voor Nederland?
De PvdA is voorstander van een richtlijn voor softwarepatenten, zodat in heel de EU dezelfde regels gevolgd worden. Nu geven lidstaten en het Europees Octrooibureau patenten uit die software-innovatie belemmeren. De PvdA is voor patenten op software als het gaat om software die duidelijk verbonden is met een apparaat. Je kunt denken aan software die gebruikt wordt in medische scanners of in TV's. Dat soort software is een onmisbaar onderdeel van het apparaat. Er moet wel een waarborg worden opgenomen in de regels, want het mag natuurlijk niet gaan om evidente functies. Er moet sprake blijven van een nieuwe, niet voor de hand liggende uitvinding. De PvdA is sowieso tegen patenten op gebruikerssoftware zoals die draait op computers, pda's, mobieltjes of andere consumentenelektronica. Voor dat soort software volstaat het auteursrecht. Vorig jaar kwam de Europese Commissie echter met een voorstel waar de PvdA het niet mee eens was. De PvdA koos ervoor zich in te zetten voor een evenwichtige richtlijn die innovatie en de vrijheid van ideeën zou vrijwaren door een duidelijke scheiding te maken tussen wat wel en wat niet patenteerbaar is. Gebruikerssoftware valt onder dat laatste. Na een krachtig optreden van een maatschappelijke alliantie tegen softwarepatenten en van voorvechters van vrijheid van ideeën, schaarde een overgrote meerderheid van het Europees Parlement zich toen achter verwerping van die richtlijn.

6. Het kabinet lijkt zijn best te doen met het stimuleren van innovatie, denk aan Kennisland en het Innovatie Platform. Op lokaal niveau zijn er subsidies, loketten, wethouders en lokaal beleid in het leven geroepen. Is volgens u de Nederlandse overheid daarmee toegankelijker geworden voor startende ICT ondernemers? Wat zou Den Haag volgens u moeten / kunnen verbeteren?
Nog geen twee maanden geleden heeft Wouter Bos daar een hele duidelijke uitspraak over gedaan: “Er is de afgelopen jaren geen enkele vooruitgang geboekt met het daadwerkelijk versterken van de innovatie en de kenniseconomie in Nederland. Het gebrek aan succes van het Innovatieplatform is te wijten aan de manier waarop het kabinet-Balkenende tegen innovatie aankijkt. Vanuit een elitair en institutioneel perspectief. De wereld van grote multinationals, prestigieuze laboratoria en hoogopgeleide academische onderzoekers… Bij de oprichting van het plarfotm sprak de minister-president daarom van een “ijsbreker', “geen poldermolen'. Ook zei Balkenende: “Het moet een katalysator worden die het beste uit Nederland naar boven haalt. Geen verkokering, maar vernieuwing.' Om het hoge belang van innovatie te benadrukken werd Balkenende zelf voorzitter van het platform. De minister-president wilde zich met dit platform “profileren' en hij had er “enorm veel zin in', zo liet hij weten. Het platform moest met een “onorthodoxe aanpak, de zaak uit de klei trekken'. En het mocht vooral geen “nieuw polderinstituut' worden waarin heel het maatschappelijk middenveld is vertegenwoordigd. Helaas is er weinig van terechtgekomen. De ijsbreker werd een ijsblokje, dat langzaam wegsmolt onder de nog steeds even warme polderdeken. De zogenaamde 'sleutelgebieden' waren het antwoord van het Innovatieplatform op de vraag naar speerpunten in het innovatiebeleid. Het begon met vier, dat werden er al snel elf, en die elf werden vervolgens weer onderverdeeld in subcategorieën. De focus van het beleid, waar iedereen bij de start van het platform nog de mond van vol had, werd zo uitgesmeerd over tientallen onderwerpen. Uit alle hoeken van het land vlogen lobbyisten af op de innovatiepotten als bijen op een honingkorf. En als honing vloeide het geld naar alle kanten… Het Innovatieplatform van Balkenende is dus verworden tot wat nooit de bedoeling was. Een adviesmachine, een poldermolen, een papierproducent waar de houtindustrie zijn vingers bij aflikt. Geen gedurfde afspraken, geen gedurfde keuzes, geen committent. En bovenal, een volstrekt gebrek aan resultaten die werkelijk bij hebben gedragen aan de versterking van de innovatiekracht van onze economie. Een innovatie-agenda gaat niet over vergaderen over topinstituten. Maar over onderwijs, ondernemerschap, onderzoek en een open cultuur. Met als centrale gedachte dat innovatie niet in commissies, instituties of platforms zit, maar in mensen, ondernemers en bedrijven.'

Directe link naar het interview: klik hier.

This entry was posted in In de media, Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*