COLUMN: Amerikaanse presidentsverkiezingen 8 november? Eigenlijk zijn ze volgende week al… (and here’s why)

De Amerikaanse presidentsverkiezingen komen rap dichterbij. De inmiddels al jarenlang lopende campagne gaat zijn laatste vijf weken in: op 8 november is het zover. Veel mensen denken dat de campagne nu in de ‘hete fase’ komt, en dat de hoofdkwartieren van beide kandidaten overuren draaien in de laatste weken. Niets is minder waar.

Juist in de laatste paar weken worden die hoofdkantoren zo ongeveer ontmanteld. Praktisch iedereen die daar werkzaam is wordt dan richting een van de swing states gestuurd om mee te helpen met de grondoperaties aldaar. Media hebben voor die laatste weken immers hun eigen plannen en eventuele scoops allang klaar liggen. Het is voor de Republikeinen en Democraten dan veel belangrijker om er voor te zorgen dat er zoveel mogelijk mensen die zéggen hun kandidaat te steunen ook daadwerkelijk naar de stembus te krijgen. “Get out the vote” acties dus. In 2008 kreeg ik daar zelf ook mee te maken, toen ik de laatste twee weken van de campagne net als al mijn collega’s vanuit het landelijk hoofdkwartier op pad werd gestuurd. Ik mocht enkele duizenden vrijwilligers in Pittsburgh trainen en als  ‘tracker’ (feitelijk een soort spion) optreden bij bijeenkomsten waar Palin en McCain optraden. In tien dagen (!) tijd kwamen niet alleen zij langs, maar ook Hillary Clinton, Michelle Obama, partijvoorzitter Howard Dean, Bill Clinton en uiteindelijk Barack Obama zelf ook. Alles om dus ter plekke zoveel mogelijk mensen te overtuigen dat ze echt moeten gaan stemmen.

Zeker dit jaar zijn ‘get out the vote’ acties ongelooflijk belangrijk: Clinton heeft op papier een veel grotere achterban dan Trump aan Republikeinse zijde, maar ze heeft ook het probleem dat veel kiezers niet bepaald enthousiast zijn over haar kandidatuur. Dit ‘enthousiasm gap’ zal ze echt moeten dichten om Trump van het Witte Huis weg te houden. Het grote voordeel dat ze daarbij heeft is dat de Democraten een veel betere grassroots organisatie hebben in de swing states, die ze al jaren geleden hebben opgezet en goed onderhouden. Trump heeft in sommige staten bijna niets. Het was in augustus zelfs groot nieuws dat een 12-jarige zijn campagneleider was in Jefferson County in Colorado. Ook op de landelijke hoodfkantoren zie je het verschil in organisatie terug in alleen al de aantallen: eind augustus had Trump 131 medewerkers, Clinton had er 789. Financieel vertaalt dat zich ook in grote verschillen: eveneens eind augustus had Clinton in totaal 795 miljoen dollar opgehaald, Trump zat toen op 403 miljoen.

Probeert Trump dan zijn geld in ieder geval zo slim mogelijk in te zetten door bijvoorbeeld grote aantallen anti-Clinton spotjes uit te zenden in swing states? Ook niet: hij begon pas in augustus überhaupt met enige serieuze inkoop van spotjes. Hij gaf daar 4,5 miljoen dollar aan uit. De grootste bulk van zijn opgehaalde campagnegeld gaat maandelijks echter naar Giles-Parscale, het bedrijf van Trump’s Digital Director. Bijna 80 procent -soms meer- van het geld dat door donaties binnen komt bij Trump, wordt daarbij uitgegeven aan digitale advertenties waarin wordt opgeroepen om… geld te doneren! Dus niet aan inhoudelijke boodschappen. Daarnaast gaan grote sommen op aan de huur van zalen waar Trump spreekt, aan reiskosten en het drukken van Make America Great Again petjes en andere parafernalia.

Relatief weinig anti-Clinton spotjes dus. Behalve dan op social media, waar Trump duizenden nep-accounts actief heeft die zich voordoen als echte mensen. Zij vallen Clinton geautomatiseerd aan. Over het algemeen zijn er weinig inhoudelijke pro-Trump boodschappen. En er is praktisch helemaal geen inzet op ‘get out the vote’ acties. Want vergis je niet: veel van de mensen die op Trump willen gaan stemmen, zijn mensen die doorgaans nooit stemmen. Ik vraag me al maanden af of ze zich eigenlijk wel registreren als kiezer. Want dat is in Amerika verplicht om in november te mógen stemmen. De berichtgeving daarover is pas vorige week eindelijk echt op gang gekomen. En wat blijkt: in Florida en Pennsylvania doen de Democraten het erg slecht in vergelijking met 2012, terwijl juist veel meer mensen zich aan Republikeinse zijde hebben laten registreren als kiezer. Dat deden ze voornamelijk eerder in het jaar al. Dat klinkt als goed nieuws voor Trump, maar dat lijkt mee te vallen (of tegen, ligt er aan hoe je er naar kijkt). In veel andere staten heeft hij nauwelijks extra registraties binnen gehaald. Of winnen de Democraten juist veel meer. Daar komt nog bij dat sinds het eerste debat tussen Trump en Clinton het aantal registraties aan met name Democratische zijde nu lijkt te exploderen. Dat moet ook ook wel nú, want in de meeste swing states sluit de registratiemogelijkheid volgende week al, een maand voor de verkiezingen. Je zou wat dat betreft dus bijna kunnen stellen dat het nog maar een week is tot aan die verkiezingen.

Meer slecht nieuws voor Trump daarbij is dat de ‘angry white men’ die volgens zijn eigen logica op hem zouden moeten gaan stemmen, zich absoluut niet in groten getale hebben gemeld bij de registratiebalies. Daar moet hij het dus ook niet van hebben. Sterker nog: je zou verwachten dat die zich al eerder dit jaar massaal hebben gemeld. Dat hebben we niet gezien. We zien nu wél dat latino’s, zwarte Amerikanen en vrouwen zich relatief veel melden aan Democratische zijde. De groepen die door Trump keer op keer afgeserveerd zijn.

Het keerpunt is wat dat betreft echt het eerdergenoemde eerste debat geweest. Na de conventies in augustus, die dramatisch uitpakten voor Trump, leek de race gelopen: Clinton had een voorsprong van rond de 6% in sommige landelijke peilingen. Dat is gigantisch, zeker als je bedenkt dat Obama met 3,8% verschil van Romney won, wat bijna 5 miljoen stemmen was (op een totaal van pakweg 315 miljoen Amerikanen). In het kiescollege, waar het echt om gaat, was dat verschil nog veel groter: 332-206. Maar hij leek eindelijk advies van buiten te accepteren: ineens gaf hij geen persconferenties meer. Eerder was het juist op al die persconferenties die hij gaf dat het mis ging: hij zei dan vaak de meest idiote dingen, waardoor hij telkens weer negatief in het nieuws kwam. Zodra hij daarmee stopte, werd het stiller. De aandacht van veel media verschoof automatisch meer naar berichtgeving over Clinton. En jawel: gestaag maakte Trump zijn verlies in de peilingen goed. Simpelweg door wat vaker zijn mond te houden. Maar alle focus was weer terug bij het debat. En daar ging hij -om in de terminologie te blijven- dus weer ‘op zijn bek’. Sinds dat moment daalt hij weer in de peilingen én neemt het aantal Democratische kiezersregistraties toe.

Ja, ze kunnen allebei nog winnen. Ja, het is nog spannend. Maar ‘the path to victory’ wordt voor Trump wel steeds kleiner. Er komen nog twee debatten. Er komen nog onthullingen van schandalen aan beide zijden, maar de registratie eindigt volgende week. Daarna gaat het echt alleen nog maar om de vraag wie zijn achterban daadwerkelijk naar de stembus krijgt op 8 november.

Kirsten Verdel werkte in 2008 als enige buitenlander op het landelijk hoofdkwartier van Barack Obama. De komende tijd vertelt zij bij de Theatertour ‘De Race Naar Het Witte Huis’ hoe het er achter de schermen van de campagneorganisaties aan toe gaat:

23 oktober Parkstad Limburg Theater Heerlen
24 oktober Chassé Theater Breda
2 november Oude Luxor Theater Rotterdam

Dit artikel verscheen op 3 oktober op Joop.nl.

This entry was posted in In de media, Politiek, Verenigde Staten and tagged , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *