De ontdekking van de vroegmoderne wereld

Het Erasmus Center for Early Modern Studies is een gezamenlijk initiatief van de Bibliotheek Rotterdam en de Erasmus Universiteit. De aandacht richt zich op onderzoek van de sociale, politieke, culturele en intellectuele geschiedenis van 1450 tot 1700. "Juist van het vroegmoderne tijdperk kunnen we veel leren over hoe de wereld nu in elkaar steekt."

tekst Kirsten Verdel

Robert von Friedeburg is hoogleraar bij de faculteit der Historische en Kunstwetenschappen. En initiatiefnemer van het Erasmus Center for Early Modern Studies (ECEMS), dat op 7 september jongstleden officieel van start ging. Die credits wil hij echter niet zelf opeisen. “Ik heb wat anderen geïnteresseerd gekregen en samen hebben we brieven naar het College van Bestuur en de decanen gestuurd om dit nieuwe centrum voor elkaar te krijgen.” Het Erasmus Center is een gezamenlijk initiatief van de faculteiten Wijsbegeerte, Sociale Wetenschappen, Rechtsgeleerdheid, Historische en Kunstwetenschappen en Bibliotheek Rotterdam. Behalve Von Friendburg participeren onderzoekers als Wiep van Bunge (FW), Laurens Winkel (FRG), Hans Blom (FSW), Jan van Herwaarden en Hans Trapman (FHKW) in het centrum. Volgens de promotiefolder van het ECEMS, beoogt het centrum ‘een brug te slaan tussen wetenschap en burger, tussen universiteit en stad, tussen geschiedenis en actualiteit, tussen Erasmus, zijn geesteskinderen en geestverwanten’.

Specialisatie 
De periode 1450-1700 is de focus van het ECEMS. “It’s about individual community and government in the early modern period: morals, politics and administration from Erasmus to Bayle”, legt de van huis uit Duitse Von Friendburg uit. Een lange periode die interdisciplinair wordt benaderd. En dat is nodig, vindt Von Friedeburg, die weer moeiteloos overstapt naar het Nederlands. “Vanaf de jaren vijftig zie je een spectaculaire groei van universitair onderzoek. Hierdoor is het onderzoekssysteem sterk veranderd. Door de grote aantallen universiteiten en onderzoekers is er veel meer kennis vergaard, over talloze onderwerpen. Daardoor is steeds meer specialisatie opgetreden en de focus ligt dan vaak op de negentiende en twintigste eeuw. Maar juist van het vroegmoderne tijdperk kunnen we veel leren over hoe de wereld nu in elkaar steekt.” Von Friedeburg vervolgt: “Wetenschappelijke toptijdschriften, zoals The Journal of Modern History, kiezen nog voor een zo breed mogelijk scala. Maar het aantal bladen dat dit doet is gering. Direct daaronder is de kwaliteit nog wel groot, maar de focus is dan maar op een enkel onderdeel van een periode. Zo gaat The History of Political Thought alleen over de politieke gedachte. De netwerken van wetenschappers worden hierdoor ook steeds beperkter, men blijft teveel in eigen kring.” Het is een eerste verklaring waarom het ECEMS een belangrijke bijdrage kan leveren aan de wetenschap. Een wijdere blik verruimt immers het denken. Maar Von Friedeburg legt ook de link met de druk uit de huidige samenleving. Het bedrijfsleven verwacht van universiteiten dat ze mensen afleveren met een papiertje op zak. De ‘doe-kant’ van de universiteit, zoals Von Friedeburg dit noemt, is van groot belang. “Een universiteit is een selectieorganisatie die het bedrijven makkelijker maakt om te kiezen uit het aanbod van potentiële werknemers. Maar tegelijkertijd is een universiteit een onderzoeksinstelling die niet alleen kennis wil overdragen, maar ook wil genereren.” En daar is het ECEMS voor bedoeld.

Verwerking 
“Tussen 1450 en 1700 zijn alle echt intellectuele zaken geproduceerd. Het politieke denken, de wijsbegeerte, het recht. Veel meer nog dan in de Griekse en Romeinse oudheid wordt ons huidige handelen bepaald door wat er in de vroegmoderne tijd werd ontdekt”, verklaart Von Friedeburg het belang van de vroegmoderniteit. “De Renaissance en de Reformatie zijn kort samengevat de belangrijkste elementen uit de periode 1450-1700. De Renaissance als de hernieuwde ontdekking van de wetenschap en wijsbegeerte van de klassieke tijd. Reformatie als de omwenteling binnen de christelijke kerk. Die twee ontwikkelingen worden verwerkt in de zestiende en zeventiende eeuw.” Verwerking is een belangrijk woord. Er komen nieuwe natuurwetten, de oorsprong van het moderne denken over maatschappij en natuur worden in deze periode bepaald. “Europa is 250 jaar bezig geweest met het verwerken van Renaissance, Reformatie en religieuze oorlogen. Dat verklaart deels waarom we in Europa een neutrale overheid verwachten met betrouwbare ambtenaren. Maar in een land als Irak bijvoorbeeld, waar nu hetzelfde wordt geprobeerd, wordt te weinig rekening gehouden met de specifiek religieuze, historische achtergrond van de maatschappij daar. Hierdoor ontstaat veel conflict.”

Empirie 
Als elementair onderdeel van het vroegmoderne tijdperk noemt Von Friedeburg de koppeling tussen theorie en praktijk. Empirie en theorie worden veel systematischer dan in de oude tijd aan elkaar verbonden en in onderzoek wordt kwantiteit de kern bij het benaderen van kwaliteit. Hierdoor vinden talloze doorbraken op natuurwetenschappelijk gebied plaats in deze periode. Ook de idee dat mensen zelf de maatschappij en haar normen maken, stamt uit deze tijd. Von Friedenburg: “God heeft de mens geschapen, maar de invulling doen mensen zelf. Society is man made. Gods woord staat centraal, maar vervolgens zijn er publieke wetten nodig om de vrede op aarde te bewaren. Normen en waarden zijn dus zaken die de mens zelf kan bepalen.” Op economisch gebied voltrekken zich in dit tijdsgewricht eveneens fundamentele veranderingen.”In de zeventiende eeuw groeit het besef dat landjepik niet de enige manier is om economisch welvarender te worden. Er ontstaat een nieuwe competitie in Europa, eentje waar Nederland eeuwen later nog steeds goed in is, de internationale handel.” En geopolitiek verandert er ook het nodige. “Het Osmaanse Rijk nam Constantinopel in, de ontdekkingen van de Spanjaarden en Portugezen stammen uit die tijd, de Fransen vallen Italië binnen, waar het systeem van stadstaten vervolgens in elkaar stort. De lijst veranderingen is eindeloos.”

Hard- en software 
Het ECEMS wil echter meer doen dan alleen kennis uit de vroegmoderne periode vergaren, de overdracht van die kennis wordt als essentieel beschouwd. Daarom wordt er samengewerkt met de Bibliotheek Rotterdam. De stad heeft aangegeven grote waarde te hechten aan de geschiedenis van de stad en haar inwoners. Zo wordt de Erasmuscollectie van de Rotterdamse bibliotheek, een van de grootste ter wereld, digitaal ontsloten en voor het publiek toegankelijk gemaakt. “De hardware, onze boeken, gaat over de vijftiende tot de zeventiende eeuw. De software, dat zijn de hersenen van onze medewerkers. En die brengen we samen in het ECEMS”, besluit Von Friedeburg.

26-9-2005 – Erasmus Magazine

This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*