Global conference on genocide, Jim, en meer

Danny klaagt vanuit China dat ik te weinig blog over hoe het er hier nu allemaal aan toegaat. Waar ik mee bezig ben enzo. Welnu, vooruit dan maar.

Een dag of tien geleden gingen we met een klein groepje naar de film Shake Hands With The Devil, over Romeo Dallaire’s tijd in Rwanda. Fantastische film, die uiterst integer schetst hoe de genocide in 1994 tot stand kwam en hoe Dallaire met handen en voeten gebonden was aan zijn bevelen uit New York. Of meneer niet even de VN-soldaten terug wilde trekken uit Rwanda, want er was geen peace meer te keepen. Dallaire weigerde. En is daarmee mijn grote held. Ik kom er zo op terug.

Een paar dagen later reed ik met Li, Kini, Chris en Jon naar het natuurpark Oka. We hoopten de fantastische herfst kleurenpracht van Quebec te zien, maar kwamen in een natuurgebied dat nog geheel groen was. Verkeerd gegokt, we hadden naar het oosten moeten rijden in plaats van naar het westen. Maar ook daar kom ik zo op terug.

Dan weer een paar dagen later: in het Sauve huis gekeken naar de documentaire (dus niet de film) Shake Hands With The Devil uit 2004. En naar de docu The Last Just Man uit 2002. Beide ook over de genocide in Rwanda. Mijn mede-scholars die het verhaal nog niet goed kenden waren net zo onder de indruk als ik. En het frustreerde enorm: Je ziet wat er gebeurt, je weet dat er momenteel in Sudan en Congo weer een genocide plaatsvindt, maar wat doe je er aan? Jij, ik, wat doen we?

Weer een paar dagen later kocht ik een tweedehands Pontiac Transport, voor een roadtrip in het voorjaar. Eerst vier weken door Canada naar de westkust, dan naar de VS en vanuit Seattle weer helemaal naar de oostkust, eindigend in Washington. Niet alleen voor de lol, maar ook om verder onderzoek te doen naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen, want daar ben ik -als we het over inhoud van het Sauve programma hebben- inhoudelijk mee bezig. Ik schrijf nu elke twee weken een column voor het Financieele Dagblad over die verkiezingen. 20 oktober is de volgende publicatie. Daarnaast volg ik MBA-vakken aan McGill, zoals Global Competitiveness. Ook een workshop Negotiation gedaan. Leerzaam.

En gisteren is de Global Conference on Genocide Prevention begonnen. Daar ben ik special rapporteur. Ik schrijf kritische analyses van een aantal sessies, die gepubliceerd worden door McGill University. De aftrap gisteren was uitermate boeiend. Zeker voor mij, want Romeo Dallaire is een van de sprekers. Gisteren zag ik hem voor het eerst in het ‘echt’. Heb hem nog niet gesproken, maar dat komt morgen. De opening was zoals gezegd boeiend, vooral omdat er vier overlevenden van genocide waren die hun verhaal vertelden. Een Joodse overleefster van de Holocaust, die vertelde dat haar vader op weg naar een slachtpartij een smoes had opgehangen bij de Duitsers dat hen was beloofd dat ze naar het ghetto terug mochten, en dat ze dat maar bij de commandant moesten verifieren (die er toevallig die dag niet was). Toen een ondercommandant met de situatie werd geconfronteerd gebaarde hij achteloos dat ze terug konden gaan naar het ghetto. ‘He could have just as easily said to those soldiers that we had to go to the destruction area’, vertelde ze. ‘And somebody else would be sitting here today’. Een tweede overleefster was een Roma-zigeunerin uit Hongarije. Ze was 78 jaar oud en was nog nooit Hongarije uit geweest, laat staan dat ze ooit in een vliegtuig had gezeten. Eergister was het zo ver, en gisteravond zat ze op het podium in Montreal om haar verhaal te vertellen, met tolk. Het kwam er op neer dat ze in haar jeugd talloze malen door de Duitsers was verkracht. Bijna haar hele familie werd vermoord. Het derde slachtoffer was een overlever van de genocide in Cambodja. Hij liet een foto zien met zijn familie. Twaalf mensen in een kamer. Hij is de enige overlevende.

De vierde en laatste was een vrouw uit Rwanda. Na zes introductie speeches en de drie verhalen van overlevers voor haar, was ze het zat. Ze besloot om niet haar persoonlijke verhaal te vertellen, maar richtte zich tot het publiek. ‘You failed Rwanda in 1994. Now you are talking about genocide prevention. But for us, it’s too late. And you are still failing Rwanda! You are still not helping the victims of the genocide. There is still far from enough assistance’. Ze was kwaad en liet dat merken ook. ‘Why didn’t the UN listen to Dallaire’s plea for more assistance? Why are the people that made those decisions never brought to justice? Why are we giving medical aid to the people who committed horrible atrocities, so they can be brought before the tribunal, but the victims still get nothing? Why? Why?’ Na haar uitbarsting gaf het publiek haar een lange, staande ovatie. Drie prominenten mochten/moesten reageren op de vier verhalen. Dallaire was de eerste. Hij had het duidelijk de hele avond al erg moeilijk met de conferentie an sich, teveel herinneringen. Ook hij richtte zich tot het publiek. Een zaal vol academici, journalisten, politici en studenten die allemaal graag mee willen denken over de manier waarop genocide te voorkomen is. ‘You are all guilty’, zei hij. En hij wees op zichzelf: ‘I am guilty’. En daarna herhaalde hij het nog eens: ‘you are all guilty’. Het voelde als een dolksteek. Ik? Ik schuldig? Waarom ik? Ik was 16 toen de genocide in Rwanda gebeurde. Ik was nog niet eens geboren toen de holocaust plaats vond. Waarom zou ik schuldig zijn? Maar hij hoefde het niet eens uit te leggen. Darfur. Congo. Wat doe ik eraan? Niets.

Toen ik gisteravond thuis kwam voelde ik me enorm schuldig. De hele avond had ik bij de conferentie gezeten met ergens de gedachte dat iemand wel even de oplossing zou melden, zou zeggen wat ik persoonlijk kon doen. Maar zo een simpel antwoord bestaat niet.

Vanmorgen vroeg de deur uit, ontbijtafspraak met Jan Pronk, die ook spreekt op de conferentie. Ik sprak hem niet zozeer over de conferentie, als wel over mijn toekomst. Wat ga ik na de scholarship doen? Ik had hem nog nooit eerder gezien en probeerde derhalve in een krap half uurtje mijn levensgeschiedenis uit te leggen. Al na luttele minuten brak hij regelmatig in met scherpe observaties. Of ik zo vriendelijk wilde zijn om nooit meer als ambtenaar ergens te gaan werken, want dat was absoluut niets voor mij, zo zei hij. Hij kende me welgeteld drie minuten, maar hij heeft groot gelijk… Kortom: het werd een bijzonder aangenaam en interessant gesprek. Hij vertelde ook dat hij in 1994, toen hij minister voor ontwikkelingssamenwerking was, direct naar Rwanda afreisde toen de hel daar losbrak. Hij wilde persoonlijk polshoogte nemen en met Dallaire spreken. Hij ging alleen, omdat zelfs zijn assistent niet durfde. Vandaag de dag ondenkbaar, dat een minister op eigen houtje naar een oorlogsgebied gaat, maar hij wilde informatie. En hij ging.

Samen liepen we naar de conferentie, waar we de eerste twee reguliere sessies bijwoonden. Ik zal ze niet samenvatten, maar gewoon willekeurig wat statistieken en quotes geven die me zijn bijgebleven:
– Het is een tragedie wanneer iemand sterft. Als een miljoen mensen sterven, dan is dat een statistiek.
– Save the Darfur puppy. Waarom roept die kreet sympathie en actiebereidheid op, en ‘save the Darfur people’ niet?
– Genocide nieuw? Er waren 130 miljoen native Americans. Tot Columbus kwam. Een paar honderd jaar later waren er nog maar 6 miljoen.
– Don’t cry for us. Help us.
– Indifference is our worst enemy.
– The mission to prevent genocide: Our success will be measured by the atrocities that have not occurred.
– Meer dan 3000 soldaten zijn om het leven gekomen in Irak. Enig idee hoeveel burgerslachtoffers er zijn gevallen onder de Irakezen? 650.000. Toch wordt dat geen genocide genoemd, omdat er geen sprake van intent is.
– De meeste media zijn zo slecht. Iedereen schrijft van elkaar over dat er 200.000 doden zijn in Darfur. Het zijn er al meer dan 400.000.
– Er zijn acht fasen in genocide. Zes ervan zijn voorafgaand: classificatie, symbolisering, dehumanisering, organisatie van hate groups, polarisatie en voorbereiding. Daarna volgt de vernietiging. E
n fase 8: de ontkenning dat alles heeft plaatsgevonden, zodat werkelijk alle sporen worden uitgewist.
– Iran roept dezelfde soort leuzen als Hitler. Niemand geloofde dat Hitler zijn woorden waar zou maken.

Afijn, later meer over de conferentie. Morgen is de derde en laatste dag. Maar vanmiddag ging ik vroeg weg, omdat de memorial voor Jim plaatsvond in een kerk op St Catherine’s street. Een enorme mensenmassa had zich verzameld in de te kleine kerk. Meer dan 1000 aanwezigen, zo schatte de priester voorzichtig in. Jim’s broer, zijn twee dochters, een oud-scholar en een vriend spraken de aanwezigen toe. Moeilijk samen te vatten, maar de rode draad in hun verhalen was vooral dat Jim ongelooflijk blij was met zijn leven, dat hij altijd en overal oprechte interesse toonde in het welzijn van iedereen die hij kende, en dat hij mede daardoor, en door zijn humor en opgewektheid talloze vrienden had -hetgeen bleek in de kerk-. Oud-scholars van over de hele wereld waren ingevlogen voor de herdenking. Veel verhalen gehoord, nieuwe mensen leren kennen. Op de receptie na afloop zag ik Nancy, Jim’s vrouw, die zwaargewond was geraakt bij de explosie, voor het eerst sinds die tragische dag in september. Ze is bijna volledig hersteld, heeft alleen haar rechterhand nog in het gips. Ze was opgewekt, superblij ons te zien en vertelde dat ze enorm blij was dat Fred Lowy Jim’s werk heeft overgenomen. Ik was redelijk uit het veld geslagen door haar enorme energie en kracht. Wat een inspiratie!

En nu weer thuis. Voorbereiden voor morgen, wanneer ik Dallaire hopelijk eindelijk kan spreken. Geen idee wat ik ga zeggen, maar daar kom ik nog wel op. Ook nog verder praten met Jan en daarna beginnen aan de uitgebreide analyses die ik moet schrijven. Maar daar heb ik een maand voor.

Dit weekend is het dan weer even rustig, maar maandag en dinsdag gaan we naar Quebec City. En daar zien we dan hopelijk wel de kleurenpracht waar ik het al eerder over had.

Ondertussen schrijf ik nog artikelen voor Lokaal Bestuur (interviews met PvdA-politici over milieu-maatregelen die zij in hun gemeenten/provincies nemen) en ik ben uitgenodigd door de Nederlandse Consulaat-Generaal in Montreal om eens te komen praten. Even een afspraak voor regelen.

Afijn. Danny, goed zo?

This entry was posted in Politiek, Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*