Groots en meeslepend 2: Harry Mulisch

Daar ik een hekel had aan Suurmond en Schelvis juist geweldig vond, besloot ik het boek uit pure recalcitrantie te gaan lezen. Jaja, ik was in die tijd nogal recalcitrant ja. En voor die tijd ook. En, oke… nu nog steeds. 🙂

De eerste 200 bladzijdes waren een dusdanige worsteling, dat ik het boek al snel terzijde schoof. Enkele maanden later probeerde ik het weer, kwam door dat begin heen en las het boek toen bijna in één ruk uit. Vervolgens liep ik drie weken lang over straat met alleen maar gedachten over het boek in mijn hoofd. De hele wereld was ineens anders voor me geworden. Ik was ongelooflijk onder de indruk. Ik ging op zoek naar andere boeken van Mulisch. Ik las ‘De Aanslag’ en moest lachen over de onbenullige structuur van het verhaal. Het leek op een kinderboek. Ik las ‘Voer voor psychologen’ en haalde in willekeurige gesprekken willekeurige quotes uit dat boek aan. Ik las meer en meer en meer en ik bleef lezen totdat ik alles van Mulisch verslonden had. Niets kwam ook maar in de buurt van ‘De Ontdekking van de Hemel’. Alle lijnen die hij in al zijn eerdere boeken had uitgezet kwamen samen in dat ene boek. En overstegen het niveau dat al bij zijn debuut ‘Archibald Strohalm’ erg hoog was. Ik was echt verbijsterd.

Daarna verdiepte ik me in Mulisch’ persoonlijke achtergrond. Leerde veel over de bloedhekel die veel mensen aan hem hebben, omdat hij zo arrogant is. Maar ik vind die arrogantie juist heerlijk. Niemand kan mij iets maken, dat straalt Mulisch uit. En dat is voor hem een geweldige houding, vind ik. Eén keer zag ik hem: tijdens de premiere van de verfilming van ‘De Ontdekking van de Hemel’. Op gepaste afstand bleef ik een tijdje staan kijken naar de grote man zelf, die in prettig gesprek verwikkeld was met Hans van Mierlo. Ik durfde ze absoluut niet te onderbreken, dat zou een doodzonde zijn. De verfilming vond ik overigens een gigantische aanfluiting.

This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.