Intermediair 15 augustus 2006: Made in China

Verschenen op www.intermediairfw.nl op 15 augustus 2006

Wat weten we van China? Er wonen 1,3 miljard mensen, de economische groei in dit communistische land is enorm, we horen wel eens iets over een Falun Gong aanhanger die gearresteerd is, het internet wordt er gecensureerd en mensen mogen er maar één kind krijgen. Maar verder?

Om meer te weten te komen over deze opkomende supermacht ging ik drie maanden naar China. Ik deed er vrijwilligerswerk op het platteland en ik werkte in een weeshuis voor te vondeling gelegde kinderen. Het werden drie maanden om nooit te vergeten. Ik weet nu wat het woord ‘cultuurschok’ betekent.

Ik begon in Taiyuan, een plattelandsstadje met ‘slechts’ 3,2 miljoen inwoners. De meeste mensen daar hadden nog nooit een buitenlander gezien. Tijdens een maand lange Chinese taal- en cultuurstudie kreeg ik naast colleges over Chinese opera, taiji en kalligrafie ook af en toe les van professor Zhang. Hij vertelde over de sociaal-economische en politieke situatie van China. Elke keer als hij er zat, schoof ook de decaan aan. Die was zogenaamd geïnteresseerd, maar zat er volgens mij om toezicht te houden. De controle was scherp. De politie wist zelfs in welke kamers we zaten op de universiteit.

Censuur

Dus bleef ik hangen na de colleges. En dan kwamen de echt interessante verhalen. Over de enorme corruptie in China, over scholen die smoezen verzinnen om nog meer geld aan ouders te vragen. Geld dat vervolgens in de zakken van het bestuur verdwijnt. Over de sociale zekerheid. Dat rijken, ouderen en hoog opgeleiden 10% moeten betalen aan medische kosten en dat lager opgeleiden en armen 25% moeten betalen. En over de staatscensuur. "

De staatscensuur is effectief. Studenten en docenten weten weinig tot niets over de donkere kanten van de communistische geschiedenis in China. Chinezen zonder (hogere) opleiding weten nog minder. En het lijkt veel Chinezen ook niets te schelen. Wij kennen in het westen de verhalen over illegale internetcafé’s waar Chinezen wel bij verboden politieke informatie kunnen komen. Maar ik ben in veel van die café’s geweest en werkelijk het enige wat mensen daar doen is gamen en chatten. Chinezen zijn veel te druk bezig met geld verdienen om zich druk te maken over politiek.

Vooruitgang is er dan ook vooral op economisch vlak. Pak een klapstoel, ga langs de kant van de weg zitten en je ziet de economische groei bijna letterlijk voor je ogen gebeuren. Die groei gaat inmiddels zo snel, dat op 1 mei een groot deel van de bevolking een week vrij kreeg, met als opdracht van de overheid om in die week ‘zoveel mogelijk te consumeren’. Dat zou de welvaart van China immers verder vooruit helpen. Wetende dat in de Verenigde Staten 1 miljoen immigranten 24 uur lang uit protest juist niets uitgaven, is de opmerking van Zhang dat ‘de Communistische Partij in China nu eerder de Kapitalistische Partij is’, dan ook niet zo vreemd.

Maar opmerkelijker en kenmerkender voor het China van nu was de opmerking van een student: ‘Ik zorg eerst voor mezelf, dan voor mijn familie en de overheid zorgt voor de rest.’ Die egoïstische opvatting zag ik overal terug. Er is nauwelijks vrijwilligerswerk, er zijn amper sociale netwerken, alles draait om de familie en het individu. Solidariteit is veel Chinezen vreemd. Zo zag ik tijdens een bustocht door de bergen iemand onder een rotsblokzag liggen. Ik riep: ‘Stop de bus!’ Maar na veel gedoe met vertaling en uitleg, reed de chauffeur gewoon door. Pas kilometers verder hielden we halt en kregen we een auto zover om –tegen betaling- terug te rijden om te gaan kijken. Het bleek een vrouw te zijn die op de weg was gaan slapen (??). De reden waarom de chauffeur weigerde te stoppen was minder leuk: volgens een tolk interesseerde het hem gewoon helemaal niets.

Milieuvervuiling

De tijd in Taiyuan ging snel voorbij. Maar goed ook, want de luchtvervuiling was enorm. Ook op het platteland was de lucht nooit helemaal zuiver. De milieuvervuiling in China is gewoon te groot om door de natuur gecorrigeerd te kunnen worden. De overheid verzint wel doekjes voor het bloeden, zoals het planten van een 6.000 kilometer lang bos door heel China om opstuivend zand van de Gobi-woestijn tegen te houden.

Enerzijds zet de overheid massaal in op duurzame(re) ontwikkeling, anderzijds krijgen Chinezen door de toenemende welvaart steeds meer te besteden. Daardoor worden er meer consumptiegoederen zoals wasmachines, auto’s, vaatwassers en koelkasten verkocht. Wat aan de ene kant aan een beter milieu wordt gedaan (roetfilters, katalysatoren, bossen bijplanten, etc), wordt zo aan de andere kant direct weer teniet gedaan. De meer dan 100% toename in de import van auto’s in alleen al het eerste kwartaal van dit jaar zal ook niet echt helpen.

Op het platteland zat ik in het dorpje Liuyu. Een honderdtal boerenfamilies met elk stukjes land ter grootte van een paar voetbalvelden verbouwde daar graan, watermeloenen, abrikozen en appels. We begonnen met appels sealen. Om elk nog klein appeltje in de boom moest een plastic zakje, die daarna met een brandend stokje werd gedicht. Zo werden insecten geweerd, legden ze uit. Ik was enigszins verbijsterd, want los van het idee van bomen vol met plastic zakjes, had ik gezien dat alle insecten allang dood waren. Er wordt namelijk in grote mate gebruik gemaakt van insecticiden en pesticiden. De enige nog levende wezens waren spinnen en mieren. Wij zien bestrijdingsmiddelen als iets dat insecten doodmaakt, de Chinezen zien het juist als medicijn voor de planten.

Er viel meer op. Op een dag was het vreselijk heet: 39 graden. De dag erna voelde het veel warmer, maar weer was het… 39 graden. Pas weken later bleek dat boeren meer geld krijgen als het warmer is dan 41 graden. Dus (…) is het nooit warmer dan 39 graden. Zelfs het weer wordt gecensureerd.

Ook opvallend was het aantal kinderen. Officieel zegt de één-kind politiek dat je in de stad één kind mag hebben en op het platteland twee, maar in de praktijk waren er veel meer kinderen op het platteland. Echt verboden is het dan ook niet om meer kinderen te hebben. Je mist dan echter wel allerlei medische voorzieningen en kans op betere scholing. Een tweede kind mag namelijk niet op een wachtlijst voor een goede school. Op het platteland interesseert dat niemand, goede scholen zijn er toch niet.

En dan Houma. Een plattelandsstadje met 600.000 inwoners, net zo groot als Rotterdam. Hier werkte ik in een illegaal weeshuis voor te vondeling gelegde kinderen (te vondeling gelegde kinderen bestaan natuurlijk niet). Vanwege de afhankelijkheid van particuliere giften is er een tekort aan alles. Er is te weinig personeel, geld, materiaal en kennis. En de kinderen die er zitten hebben juist zoveel nodig. De meesten van hen zijn namelijk zowel geestelijk als lichamelijk gehandicapt. De 8-jarige Dan Dan zat bijvoorbeeld door rugproblemen in een rolstoel, had een klompvoet en een waterhoofd. En Tian Yi had kikkerbenen, een ingeklapte borstkas, kon niet praten en was mentaal gehandicapt.

Weeshuis

Op mijn eerste dag kreeg ik een rondleiding. In de babykamer lag de tien dagen oude baby Annie. Zij was vijf dagen daarvoor door de politie binnen gebracht. Gevonden in een doos: ze miste beide oren. Een zuster liep naar de wieg, riep iets en ik voelde
dat er iets mis was. Ik snelde naar de wieg en zag dat de baby niet ademde. Ik riep om een dokter, maar die werd niet gehaald. Ze snapten niet dat als iemand niet meer ademhaalt maar nog wel warm is, reanimatie mogelijk is. Pas na een kwartier vragen, smeken en uiteindelijk bevelen werd er een dokter gehaald. Ik begon ondertussen met reanimatie en mond-op-mond beademing. De dokter bleek op één minuut afstand te wonen. Kort nadat hij de reanimatie overnam gaf hij het op. ‘Ze is dood’, zei hij. Tot dat moment waren er twintig minuten verstreken. Ik vroeg hem hoe lang ze al dood was. ‘Twintig minuten’, zei hij. Ik ging door de grond. Als ze meteen een dokter hadden gehaald, wie weet wat er dan…

Na deze hel besloot ik om de kinderen in het weeshuis zo goed mogelijk te helpen. Ik zamelde 12.500 EUR in bij Nederlandse vrienden en bekenden. Acht kinderen konden nu geopereerd worden aan hun klompvoeten en hazelippen. Hun kans op adoptie is daarmee vergroot van 0 naar bijna 100 procent. Ook kocht ik nieuwe wasmachines, bakfietsen, gewone fietsen en bergen speelgoed. En ik zocht Chinese hulporganisaties op die mogelijk structurele hulp kunnen bieden. Een organisatie uit Hong Kong is nu met een aantal specialisten in Houma om te kijken wat ze kunnen doen. Maar meer geld is en blijft hard nodig (als u wilt doneren, mail dan naar locuta@xs4all.nl).

De weken in het weeshuis waren overweldigend. China was overweldigend. Zoveel indrukken. Eeuwenoude tempels in prachtige bergen, ontsierd door neonverlichting en nepdinosaurussen. Duizenden bouwvallen langs de weg. Een ‘chief economist’ die op de staatstelevisie zegt dat je de armen in China niet rijker moet maken, want dan willen er meer mensen van een steeds kleinere taart snoepen en dus gaat iedereen er dan op achteruit. Bouwlieden die eens per jaar uitbetaald krijgen en nog geen dertig euro per maand verdienen. Kinderen van amper veertien jaar die fulltime werken. Taxichauffeurs die je gordel weer losmaken, terwijl er relatief gezien acht keer meer dodelijke ongelukken in het Chinese verkeer zijn dan in Amerika. Lezen dat de gemiddelde levensverwachting van Chinezen in 100 jaar gestegen is van 35 naar 68, met straks dus honderden miljoenen Chinezen die tegelijk met pensioen gaan. Slapen op een houten bed. Marktkooplui die slechts één meloen verkopen. Reclame voor McDonald’s als onderdeel van het lesmateriaal in Engelse lesboeken.

En meer: 100 miljoen Chinezen die om 03:00 uur ’s nachts naar het WK kijken (China deed niet eens mee, in de beslissende kwalificatiewedstrijd die ze met 8-0 van Hong Kong moesten winnen, was het eindresultaat 7-0). Abrikozen die met glassex worden bespoten om ze te laten glanzen. Politie die zo corrupt is dat ze zelfs het weeshuis afpersen. Nooit antwoord krijgen op de simpelste vragen, omdat Chinezen overal omheen praten. Nachtclubs met gehelmde ME’ers als uitsmijters. Soldaten met brandblussers op Tianan’men Square, mocht een Falun Gong aanhanger zichzelf daar in brand steken. Steden die binnen een paar jaar tijd met miljoenen inwoners groeien.

De lijst is eindeloos. En chaotisch. De grootste gemene deler? De economie. Alles draait er om economische groei. En helaas gaat dat ook ten koste van alles. Mens, dier en milieu zijn er de dupe van. En slechts een klein deel profiteert. De kansen in en voor China zijn enorm, maar dan moet er wel heel wat veranderen. De komende twintig jaar zullen wat dat betreft allesbepalend zijn.

This entry was posted in In de media, Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*