Israel – dag 8: Petra in Jordanie, Ein Gedi, Dode Zee en hoofddoekjes

Weer een dag verder. Om zes uur stonden we op, checkten uit en reden naar de Yithzak Rabin Bordercrossing. Oftewel: de grens met Jordanie. Dat is vanuit Eilat amper 5 minuten rijden. We wilden vandaag namelijk naar Petra gaan, een van de zeven nieuwe wereldwonderen. Iedereen die Indiana Jones kent, weet wat er in Petra te zien is: in de rotsen uitgehakte tempels.
Vanuit Eilat zijn er dagtrips naar Petra, die in de goedkoopste variant 149 dollar per persoon kosten, exclusief visumkosten en entree tot Petra. Wij deden het echter iets slimmer. We reden dus met onze eigen auto naar de grens, parkeerden daar en wandelden de grensovergang over (paspoortcontrole etc. duurt maar 15 minuten) en we namen een taxi naar Petra. Dat kostte 60 dinar (het zou ook voor 40 moeten kunnen hadden we ons laten vertellen) en dan is het handig om te weten dat 60 dinar in feite gewoon 60 euro is. De koers is 1 op 1. De rit naar Petra duurde 2,5 uur. Onderweg stopte onze vrolijke, doch slecht Engels sprekende taxichauffeur bij alle bezienswaardigheden die hij de moeite waard vond. Wij vonden ze ook de moeite waard. Mooie uitzichten, bedoeienkampen, nog meer kamelen. Dat soort dingen. Eenmaal in Petra zou hij op ons wachten. Je betaalt pas als je weer terug bent bij Israel. Gedurende bijna drie uur liepen we door de berg- en rotsformaties heen, in 1 richting. Na pakweg 30 minuten kom je bij de bekende tempel uit Indiana Jones. Fantastisch ding, gebouwd door de Romeinen rond de tijd dat Jezus leefde. Maar als je verder liep kwam je nog talloze andere tempels, amfitheaters en kamers tegen. Uiteindelijk keerden we om omdat we anders te laat bij de taxi zouden zijn (we hadden een tijdstip afgesproken en daar wilden we ons wel aan houden), maar we hadden gerust nog een tijd door kunnen lopen. Erg indrukwekkend allemaal. De taxichauffeur stond ons al op te wachten en reed even vrolijk weer terug. Elke keer als we een gesluierde vrouw of iemand met een bijna gezichtsbedekkende hoofddoek tegenkwamen riep hij: ‘Look, Ninja!’ En zo zagen ze er ook wel uit. De Jordanese vrouwen liepen afwisselend met hoofddoekjes, burqa’s en niqaabs. De toeristen, zoals wij, konden gewoon zonder hoofdbedekking rondbanjeren. Jordanie is dan ook al tijdenlang een soort bakermat van relatieve rust in het midden-oosten. Doe wat je wil, is min of meer het idee. Ongeveer 80 procent van het land is moslim, de rest christelijk.
We waren al weer snel terug in Israel. Je bent overigens 12 euro kwijt aan belasting om Israel uit te komen daar, en 5 euro aan belasting om Jordanie weer uit te komen. Meer kosten heb je niet, het visum voor Jordanie dat je ter plekke krijgt is gratis!

Snel door naar Ein Gedi, onze laatste verblijfplaats deze vakantie. Daar kwamen we rond een uur of zes aan. Ein Gedi ligt aan de Dode Zee, waar we natuurlijk in wilden zwemmen. Maar dat bleek een Heel Erg Slecht plan te zijn. Dat zoute water bijt namelijk als een gek. En als je dan bijvoorbeeld muggenbulten hebt, om maar wat te noemen, dan ervaar je maar 1 ding bij het zwemmen in de Dode Zee en dat is pijn. Veel pijn. Na vijf minuten had ik het dus alweer gezien, zeker nadat ik een druppel water in mijn oog had gekregen. Alsof je zoutzuur in je oog krijgt. Pas na een half uur kon ik mijn oog weer fatsoenlijk open doen. Rotspul. Maar toegegeven: het drijven zelf is wel leuk. Alsof je zweeft.
We overnachten in the Eilat Youth Hostel. Een soort slaapfabriek. Maar wel op een heuvel met uitzicht op de Dode Zee. Dus vooruit maar weer. En de kamers zijn netjes en de douche werkt goed. En het kost wederom maar een schijntje.

This entry was posted in Reizen, Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*