Journalistiek móet juist kritisch zijn op Trump (Joop.nl)

Het is inmiddels ruim een jaar geleden dat Donald Trump is gekozen tot president van Amerika. Dit was aanleiding voor veel media om terug te blikken, waarbij door een aantal commentatoren werd gesteld dat ‘de media’ veel te kritisch zijn over Trump. Ze zouden te negatief over hem zijn, en feitelijke en evenwichtige berichtgeving zou moeten prevaleren. Daar ben ik het mee eens. Maar dat zou mijns inziens juist betekenen dat journalisten misschien nog wel kritischer op Trump zouden moeten zijn dan ze nu zijn.

Zo wordt bijvoorbeeld gewezen op de resultaten die Trump geboekt zou hebben: Economische groei: 3 procent. Werkloosheid: 4,1 procent. Wall Street: op recordhoogte. Maar de economische groei is op kwartaalbasis al járen regelmatig 3 procent of zelfs hoger. De werkloosheid daalt ook al jaren: waar Obama 908.000 banen creëerde in zijn laatste vijf maanden, wist Trump er ‘slechts’ 863.000 bij te krijgen in zijn eerste vijf maanden. En Wall Street? De koeren gaan al 104 maanden omhoog, twaalf daarvan onder Trump.

Ook wordt gewezen naar oud-president Carter, die in een interview met de New York Times stelde dat de media ‘harder zijn voor Trump dan voor enig ander president’. Dat is in lijn van onderzoek van het Media Research Center dat stelt dat meer dan 90% van de berichtgeving over Trump negatief van toon is. Dat klopt, maar om dat nu als verwijt bij de media neer te leggen is te makkelijk. En simpelweg onjuist. Een bericht als ‘Trump’s steun onder Amerikaanse kiezers is lager dan elke andere president’ is inderdaad ‘negatief van toon’, maar wel een nieuwswaardig feit.

Er zijn twee redenen waarom media kritisch op Trump móeten zijn.

Ten eerste zijn ze negatief omdat Trump vaak dingen zegt die onjuist of misleidend zijn. In oktober onderzocht de Washington Post alle uitspraken die Trump in zijn toen eerste 263 dagen als president had gedaan. Ze kwamen op maar liefst 1318 uitspraken die misleidend of onjuist waren. Deze varieerden van ‘ik heb meer wetten ondertekend dan alle andere presidenten voor mij’ (het waren er 42, tegenover bijvoorbeeld de 228 van Eisenhower en 200 van Kennedy) tot ‘door 3 tot 5 miljoen illegaal uitgebrachte stemmen heb ik de popular vote verloren’ (hier is geen enkel bewijs voor).

Voorbeeldfunctie
Ook durf ik de stelling wel aan dat Trumps toon én beleid weldoordacht zouden moeten zijn, daar hij een zeer verantwoordelijke rol heeft als ‘leider van de vrije wereld’. Maar Trump weet nauwelijks iets over de issues waar hij ingrijpende besluiten over moet nemen en hij heeft niet de wil om te leren: hij herhaalt aangetoonde leugens doorlopend. Daarbij weet hij niet eens fatsoenlijk te spellen (covfefe, anybody?) of normale interpunctie en hoofd- of kleine letters te gebruiken.

Ten tweede mogen journalisten best kritisch zijn over wat Trump zegt en doet. Als je – bijvoorbeeld – Amerika uit het klimaatverdrag van Parijs wilt halen, terwijl de rest van de wereld juist maatregelen wil nemen, dan is kritiek daarop niet meer dan logisch. En nog wat anders: Politifact houdt al vanaf het begin van Trump’s presidentschap bij welke beloftes hij waar heeft gemaakt, en welke niet. Hun ‘Trump-O-Meter’ staat op 8% wat betreft gerealiseerde beloftes. Hij krijgt dus ook weinig voor elkaar. Dat kun je het congres verwijten, zoals veel Trump-aanhangers doen, maar Trump krijgt het dus simpelweg niet voor elkaar.

Het wordt ‘de linkse media’ vaak verweten dat ze ten onrechte stellen dat de Republikeinse Partij door de uitspraken en handelswijze van Trump op instorten zou staan, terwijl ze nu in veel staten een grote meerderheid hebben. Maar tussentijdse verkiezingen vorige week lieten zien dat de Republikeinen wel degelijk onder druk staan: in Virginia wonnen de Democraten met een grotere voorsprong dan velen verwacht hadden. In de peilingen is Trumps ‘approval rating’ gedaald van 45% na zijn aantreden naar minder dan 38% nu. Lager dan welke president ook in dit stadium van het presidentschap. Dat heeft grote gevolgen gehad in veel tussentijdse verkiezingen.

Tot slot is er ook nog het verwijt aan de media dat ze kritisch zijn op Trump, terwijl Hillary Clinton overal maar mee weg komt. Dit terwijl Clinton vanwege de negatieve berichtgeving in de media over haar het presidentschap wellicht juist is misgelopen (het FBI-onderzoek naar ‘emailgate’). Clinton verdient heus ook kritiek, maar ze is niet de president van Amerika. Dat is Trump. En die mag en moet onder een permanent vergrootglas van de journalistiek liggen.

Alleen al gezien de gemiddeld vijf keer per dag dat Trump zaken zegt die misleidend of onjuist zijn, mag dat vergrootglas zelfs nog wel sterker zijn dan het nu al is.

This entry was posted in Politiek, Verenigde Staten and tagged , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*