Lessen uit Rotterdam

Uit: Lokaal Bestuur maart 2006

Alle ogen zijn gericht op Rotterdam. Beleeft de PvdA daar op 7 maart haar wederopstanding? Worden haar inspanningen van de afgelopen jaren beloond? In ieder geval hebben de Rotterdamse PvdA’ers hun lessen geleerd na de smadelijke nederlaag van 2002, schrijft Kirsten Verdel. Zij is 28 jaar, statenlid maar bovenal zeer actief in het kerncampagneteam in de Maasstad. Een persoonlijke terugblik op een bewogen periode.

Eind 2001 werd ik lid van de PvdA. Ik was een slapend lid, ik wilde met mijn lidmaatschap vooral mijn sympathie betuigen met de standpunten van de partij. Na de moord op Fortuyn veranderde dat echter langzaam. Ik wilde iets dóen. Maar wat? Ik probeerde uit alle macht om actief te worden voor de partij. Het rapport De kaasstolp aan diggelen, met daarin de lessen die de partij zou moeten trekken uit de nederlaag op 15 mei 2002, was net verschenen. Maar dat bleek op dat moment vooral nog een papieren tijger te zijn. Wat ik ook probeerde, ik vond geen enkele ingang in de partij. Er waren wel wat landelijke discussieclubs, maar die reageerden niet op mijn mails. En de zes kenniscentra waarin leden mee konden doen aan debatten over allerlei politieke thema’s, waren net opgeheven, vernam ik toen ik daar contact mee zocht. Maar ik gaf de moed niet zo snel op. Uit frustratie meldde ik me voor alles aan wat ik kon vinden. Ook voor het lidmaatschap van het Rotterdamse afdelingsbestuur, hoewel ik geen idee had wat dat inhield. Ik kreeg al snel een mail: of ik een paar zinnen over mezelf wilde schrijven, die dan in het lokale afdelingsblad geplaatst zouden worden. Daarna hoefde ik alleen maar op de avond van de verkiezing van het bestuur op te komen dagen. Zo gezegd, zo gedaan. Op die bewuste avond werd ik gebeld, toen ik al op de fiets onderweg was. Of mijn speech al klaar was? ‘Pardon, welke speech?’ ‘We hebben vanmorgen alle kandidaten gebeld of ze niet toch even ter plekke willen vertellen wie ze zijn en waarom ze zich kandidaat gesteld hebben.’ Ik wist van niets en kwam als enige onvoorbereid en zonder ook maar iemand te kennen aan in een zaal waar niet -zoals mij gemeld was- 50 PvdA’ers zaten, maar eerder 250. Enigszins boos en inmiddels mateloos gefrustreerd beklom ik het podium, stelde mezelf voor, legde uit dat ik zo graag iets wilde doen en gaf ook aan hoe moeilijk dat gebleken was. ‘Wil je niet meteen voorzitter worden?’, riep ineens iemand achter uit de zaal. Dat leek mij niet zo’n goed idee, maar de grap brak voor mij wel de spanning.

Warm bad

Ik werd in het bestuur gekozen en kwam er achter wie de grappenmaker was achter in de zaal: Tweede Kamerlid Peter van Heemst. Hij stelde zichzelf die avond aan mij voor en nodigde me uit om naar een afdelingsfeest te komen dat enkele dagen later was. Ik ging daarheen en sprak de hele avond met hem. Hij vertelde van alles over het politieke leven in Den Haag en Rotterdam, legde me uit hoe de partij in elkaar zat en hoe hij het tijdperk Fortuyn beleefd had. Na alle moeite die het me had gekost om een ingang te vinden in het gesloten bolwerk van de PvdA, was zijn openheid ineens een warm bad. Ik nam mij voor om die openheid centraal te stellen in mijn functioneren in het bestuur. In dat bestuur pakte ik twee dingen op: opvang nieuwe leden en de herziening van het ledenblad. Langzaam groeide het besef dat er verschillende soorten leden zijn: de donateurs die slechts uit morele sympathie lid zijn, maar verder niets willen. De passief-betrokkenen die wel geïnformeerd willen worden over het reilen en zeilen binnen de partij, de actief-betrokkenen die ook echt mee willen helpen aan ideevorming en bijvoorbeeld campagne voeren en ten slotte de (aspirant-)politici. We zetten een plan op om al die verschillende groepen te benaderen. Persoonlijke aandacht stond daarin centraal: nodig mensen uit om een keer te komen praten, leid ze rond door het stadhuis, neem ze een keer mee naar de Tweede Kamer, stel ze voor aan actief kader op partijbijeenkomsten, zorg dat er inhoudelijke werkgroepen zijn waarin ze hun ei kwijt kunnen en geef ze daadwerkelijk iets te zeggen door ledenreferenda in te stellen.

Ideaal

En het werkte. Stukje bij beetje groeide de organisatie. Parallel hieraan begonnen de rode zaterdagen: elke eerste zaterdag van de maand was de PvdA op diverse markten in de stad te vinden. Niet alleen in verkiezingstijd, maar permanent. Tot op de dag van vandaag wordt dat volgehouden. Samen met PvdA-coryfee Wim Derksen organiseerde ik diverse bijeenkomsten voor nieuwe leden waarin zij mee konden denken over hoe we met (nieuwe) leden om moesten gaan. Peter van Heemst betrok mij ondertussen bij de huiskamerbijeenkomsten die hij was gaan organiseren voor nieuwe leden. Als Kamerlid nodigde hij een paar keer per jaar alle nieuwe leden uit om met hem kennis te maken. En zo rolde het balletje steeds harder.

Ik hield me ook bezig met het ledenblad. Dat heette ‘Info’ en deed ook precies dat: de leden informeren over wat er in de partij gebeurde. Maar het was eenrichtingsverkeer, van bovenaf gedropte informatie. Ik wilde juist interactie en nam het blad op de schop. Ik doopte het om tot IDeaal, als verwijzing naar de ideologische veren van de partij, die door Wim Kok wat mij betreft geheel ten onrechte waren verwijderd. De ondertitel was ‘Informatie- en Discussie Magazine’. En zo was er ineens tweerichtingsverkeer. Prikkelende verhalen, interviews en discussies werden in het blad opgenomen en er werd een brede redactie geformeerd. Het was een dure grap, maar IDeaal bestaat nog steeds.

Andere sfeer

De tijd ging snel. Er werd volop gediscussieerd binnen de partij. Niet alleen lokaal, maar ook landelijk. De brandende kwesties uit het rapport van De Boer werden aangesneden en Wouter Bos was overal in het land te vinden om in debat te gaan met de leden. Het ledenreferendum kwam er door op het congres in december 2003, de rode zaterdagen hielden stand en de sfeer in de stad veranderde langzaam. Van pure haat (vrijwilligers die op de markt bespuugd werden) ging het naar geleidelijke acceptatie en inmiddels naar ronduit uitgesproken waardering. Zowel landelijke als lokale thema’s hadden hier invloed op. Landelijk natuurlijk het belabberde sociale beleid van het kabinet-Balkenende, lokaal de eenzijdige aandacht van het college voor veiligheid. In de gemeenteraad hield fractievoorzitter Bert Cremers het PvdA-bootje op koers, langzaam pakte de partij terrein terug, ook in de peilingen. En zo voeren we richting de verkiezingen, voortdurend bezig om leden nog actiever, nog meer betrokken te krijgen.

Campagne

Al in het voorjaar van 2005 begon het afdelingsbestuur met de voorbereiding van de samenstelling van het verkiezingsprogramma en de kandidatenlijst voor de gemeenteraad. Iedereen die wilde werd er bij betrokken en kon zijn of haar bijdrage leveren. Ik ging er even tussenuit, de eerste vijf maanden van 2005 zat ik in Canada. Aan het eind van de zomer, ik was op vakantie in Hongarije, kreeg ik een mailtje van Peter, die twijfelde of hij zich kandidaat zou stellen voor het lijsttrekkerschap: ‘Ik wil heeeel graag maar ik voel ook zeer veel loyaliteit aan de kamerfractie die graag wil dat ik in 2007 er weer bij ben. Zou jij mijn campagnedirecteur willen zijn als ik "JA" zeg?’ Ik zei ja en stapte uit het afdelingsbestuur, om elke schijn van belangenverstrengeling te voorkomen. Voor het eerst in de geschiedenis van de PvdA zou de lijsttrekker op een democratische manier door de leden worden gekozen. Het gaf een ongekende dynamiek. Alle kandidaten hadden eigen campagneteams, er werden debatten georganiseerd, we schreven brieven naar leden, deden belrondjes, maakten een website, verstuurden e-mails, probeerden de pers te halen. Kortom, we haalden alles uit de kast. En na anderhalve maand deze bizar intensieve grass-roots campagne gevoerd te hebben hadden we op 14 oktober de mooiste dag van het jaar, toen bekend werd gemaakt dat Peter een ruime overwinning had geboekt op zijn drie te
genstanders. Maar we hadden natuurlijk in ons achterhoofd dat 7 maart pas echt D-day zou zijn.

Spanning

En nu zit ik in het stedelijke campagneteam. Het is, als ik dit schrijf, nog zes weken te gaan tot aan de verkiezingen en de spanning is om te snijden. Op een positieve manier, want het is gewoon echt volstrekt onzeker hoe de hazen gaan lopen de komende tijd. De ene keer staat Leefbaar Rotterdam hoog in de peilingen, de andere keer de PvdA. Veel hangt natuurlijk ook af van het landelijke beeld van de PvdA. En het is mooi om mee te maken. De partij is echt veranderd. Peter is daar het levende bewijs van. Vanaf dag één heeft hij gezegd geen wethouder te willen worden. Hij wil een raad met echte volksvertegenwoordigers. Daarnaast vindt hij dat je het niet al voordat de verkiezingen zijn geweest moet hebben over de poppetjes: eerst het vertrouwen van de kiezer terug winnen, daarna maar eens kijken of we in een college wethouders kunnen leveren. En hij wil van tevoren geen partijen uitsluiten als mogelijke coalitiepartner. Want ook dat leerden we van Fortuyn: die regenteske houding, die neiging naar het pluche, die vervreemding van de gewone Rotterdammers, het moet er allemaal uit. Sta open voor elkaar, durf het debat aan te gaan. Dus zei Peter: ‘ik sluit ook Leefbaar niet uit. Eerst praten en dan zien we wel of we het inhoudelijk wel of niet eens kunnen worden. Een les van Fortuyn dus, die Leefbaar Rotterdam zelf niet ter harte neemt, wrang genoeg. Want zij sluiten de PvdA wel op voorhand al uit. Over oude politiek gesproken.

Boodschap

Inhoudelijk staan we ook weer sterk. We hebben geluisterd de afgelopen jaren. Geluisterd naar al die  otterdammers die zich in 2002 zo in de steek gelaten voelden door de PvdA en door andere gevestigde politieke partijen. We staan weer midden in de samenleving en weten dat veiligheid terecht een belangrijk thema is, dat in het verleden inderdaad veronachtzaamd is door de PvdA. Dat er stevig op veiligheidsbeleid is ingezet, vinden we dus heel goed. Het kan nog beter, maar we hebben waardering voor wat het college heeft geprobeerd en bereikt. Tegelijkertijd zien we wel dat -net zoals dat landelijk gebeurd is- het sociale gezicht van Rotterdam is vergeten. Met 1 op de 5 Rotterdammers op of rond het sociaal minimum, een toename van het aantal voedselbanken en grote werkloosheid onder met name allochtone jongeren moet er nog veel gebeuren in de stad. Die boodschap proberen we nu over te brengen. Niet alleen via de media, maar ook door de wijken in te trekken en mensen persoonlijk aan te spreken.  Sterk, veilig en sociaal. Daar gaan we voor. Dat is nodig in Rotterdam. Dat zijn onze lessen van 2002.

This entry was posted in Politiek, Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*