Lokaal Bestuur sep 2007: De Internationale tussen Rotterdam en Houma

Wat hebben de gemeenteraadsverkiezingen in Rotterdam te maken met een weeshuis in China? Heel veel, vindt Kirsten Verdel. Nadat ze in 2006 politiek actief was voor de PvdA in Rotterdam, reisde ze twee keer naar China. Daar stak ze in een weeshuis in Houma de handen uit de mouwen. En dacht na over de inhoud van een echt PvdA-begrip: solidariteit.

Ik ben van de generatie die niet is opgegroeid met De Internationale. Ik hoorde het lied pas toen ik enkele jaren geleden voor het eerst op een 1 mei bijeenkomst was. Partijgenoten zongen in de stromende regen met hart en ziel woorden die ik nog niet eerder had gehoord. Woorden die de strijd vertolkten die generaties voor mij al werd gevoerd en die nog steeds tot in de verste uithoeken van de wereld wordt gestreden. De strijd voor een beter, eerlijker en fatsoenlijker bestaan. Ik schaamde mij de tekst niet te kennen en ik besloot mij erin te verdiepen. Ik weet nu dat de woorden van De Internationale, die mij toen zo ouderwets en oubollig voor kwamen, zo actueel zijn als het maar kan. Ik weet hoe hard het nodig is dat niet alleen de mensen die nu nog naar “anderer wil leven' in opstand moeten komen, maar vooral ook wij, in het rijke westen.

Mengelmoes

Met die wetenschap en een scherpe focus om iets goeds te willen doen reisde ik vorig jaar na de gemeenteraadsverkiezingen af naar China. Maandenlang had ik gewerkt in de Rotterdamse PvdA-campagne met maar één doel voor ogen: de PvdA moest in Rotterdam weer in het college, want Rotterdam moest sterker en vooral heel veel socialer. Eén op de vijf Rotterdammers leefde op of net boven het sociaal minimum en dat vond ik een waanzinnig aantal. Het toenmalige college met Leefbaar Rotterdam leek daar echter nauwelijks mee bezig. De PvdA won op 7 maart en kon en ging aan de slag. En ik vertrok naar China. Ik wilde met eigen ogen het Aziatische land zien dat met zo'n onstuimige opmars in de vaart der volkeren bezig was. Tot mijn verbazing trof ik het meest kapitalistische land ter wereld aan. Pak een klapstoel, ga aan de rand van een weg zitten en je ziet de economische groei in China bijna letterlijk voor je ogen gebeuren. 1 mei was een mooi voorbeeld: Op de dag dat in de Verenigde Staten een miljoen Latijns-Amerikaanse immigranten de straat op gingen en uit protest tegen het migratiebeleid 24 uur lang niets consumeerden, kregen veel mensen in China een week vrij met als opdracht van de overheid om zoveel mogelijk te consumeren. Dat zou de welvaart van China immers verder vooruit helpen.

Maar opmerkelijker en kenmerkender voor het China van nu was de opmerking van een student aan de universiteit van Taiyuan: “Ik zorg eerst voor mezelf, dan voor mijn familie en de overheid zorgt voor de rest.' Ziedaar de perfecte mengelmoes van communisme en kapitalisme: Het gemeenschappelijke van het communisme gecombineerd met het individuele van het kapitalisme. China ten voeten uit.

Weeshuis

Ik werkte in een illegaal weeshuis voor te vondeling gelegde kinderen en op het platteland. In de brandende zon leerde ik dat China veel mooie woorden spreekt, maar vaak tot andere daden komt. Zo was het op een dag vreselijk heet: 39 graden. De dag erna was het duidelijk veel warmer, maar volgens de lokale autoriteiten was het wederom 39 graden. Pas weken later bleek dat boeren meer geld krijgen als het officieel warmer is dan 41 graden. Zelfs het weer werd daarom gecensureerd.

Op de lokale universiteit volgde ik colleges. Tijdens de lessen was de decaan ook aanwezig, zogenaamd uit interesse. Toen hij vertrokken was, vertelde professor Zhang me over de enorme corruptie in China. Over scholen die smoezen verzinnen om nog meer schoolgeld aan ouders te vragen. Geld dat vervolgens in de zakken van het bestuur verdwijnt. Over de sociale zekerheid. Dat rijken, ouderen en hoger opgeleiden minder aan medische kosten moeten betalen dan lager opgeleiden en armen. En hij vertelde over de staatscensuur. “Op radio, televisie en in kranten hoor je nauwelijks een onvertogen woord. Maar nu ook het internet wordt gecontroleerd, wordt het wel erg moeilijk om de Chinese geschiedenis op een objectieve en eerlijke manier over te dragen aan nieuwe generaties. Chinezen leren dat Mao voor 70 procent goed was en voor 30 procent fout. Dat is de officiële staatslijn. Als je mensen dan vraagt waar die 30 procent uit bestaat, dan hebben ze geen idee. Ze weten alleen dat zinnetje op te lepelen,' aldus Zhang.

Gamen

De staatscensuur is effectief. Studenten en docenten weten weinig tot niets over de donkere kanten van de communistische geschiedenis in China. Chinezen zonder (hogere) opleiding weten nog minder. En het lijkt veel Chinezen ook niets te schelen. Wij kennen in het westen de verhalen over illegale internetcafés waar Chinezen wel bij verboden politieke informatie kunnen komen. Maar letterlijk iedereen die ik in internetcafés tegenkwam was alleen maar aan het gamen. Miljoenen Chinezen zijn veel te druk bezig met geld verdienen om zich druk te maken over politiek. En de politiek zelf heeft soms vreemde opvattingen over bijvoorbeeld armoedebestrijding. Een “chief economist' legde op de staatstelevisie uit dat je de armen in China niet rijker moet maken, “want dan willen er meer mensen van een steeds kleinere taart snoepen en dus gaat iedereen er dan op achteruit.'

En China is corrupt. Zo corrupt dat nota bene de politie in Houma, waar ik in het weeshuis werkte, probeerde om datzelfde weeshuis af te persen. Dat terwijl er amper voldoende geld was voor gezond eten voor de kinderen. Er kwam derhalve geen einde aan mijn verbazing. De lijst is eindeloos. En chaotisch. De grootste gemene deler? De economie. Alles draait er om economische groei. En helaas gaat dat ook ten koste van alles. Mens, dier en milieu zijn er de dupe van. En slechts een klein deel profiteert. De kansen in en voor China zijn enorm, maar dan moet er wel heel wat veranderen. De komende twintig jaar zullen wat dat betreft allesbepalend zijn. En die periode lijkt beheerst te gaan worden door nieuwe geopolitieke machtsverschuivingen. Daar kwam ik dit jaar achter, toen ik terug ging naar het weeshuis. Vanaf Moskou vertrok ik dit keer met de Transmongolië-Express naar China. En in Moskou zijn de tekenen van een nieuw monsterverbond onmiskenbaar.

China en Rusland

Alles in Moskou ademt het verlangen naar een nieuwe machtsperiode. Rusland weet dat het fabelachtige hoeveelheden grondstoffen heeft. Dat grote delen van de wereld afhankelijk zijn van Russische olie. Dat de handelsmogelijkheden bijna grenzeloos zijn. Sinds Putin aan de macht is heeft het Russische volk eindelijk kunnen proeven aan het consumentisme van de westerse samenleving. Moeiteloos worden persoonlijke leningen afgesloten en hypotheken binnengesleept. Dat meer dan een kwart van de mensen het geld niet terug weet te betalen, wordt weggewuifd: Dat wordt gecompenseerd door de torenhoge rentes die de rest van de leners moet ophoesten. Dat bij een economische terugval de groep wanbetalers in één klap veel groter kan worden en voor een ongekende klap kan zorgen, wil niemand horen.

Wat men wel wil horen, is het rinkelen van een grote zak geld. Of dat op een legale manier is verdiend, maakt niet zoveel uit. De maffia zit dan ook overal. Ik las al het verhaal van een westerse toerist die een “bowling alley' in wilde, maar door bewakers met kogelvrije vesten werd geweerd. Geen pottenkijkers gewenst. En dat voel je ook als je in Moskou rondloopt. Als Europeaan ben je een buitenstander, wat al blijkt uit het feit dat er nauwelijks Engelse teksten in de openbare ruimte te vinden zijn. Als je de Cyrillische tekens niet machtig bent, is en blijft Rusland een groot raadsel voor je. Waar Engelse teksten ontbreken, zijn er wel heel veel Chinese karakters te vinden. In de hele stad zie je Chinese bedrijven, Chinees-Russische vennootschappen en samenwerkingsverbanden. Het verwonderde mij dan ook niet dat eind maart een miljardendeal bekend werd gemaakt tussen
China en Rusland. Het is me duidelijk: China en Rusland trekken samen op in hun individuele poging om een economische en politieke grootmacht te worden. Europa staat erbij en kijkt er naar. En zal de slag verliezen, zo dat niet al gebeurd is.

Optimisme

In de trein naar Beijing sprak ik met Russen en Chinezen. De Chinezen waren zeer optimistisch over hun toekomst: “Er liggen zoveel kansen, ik kom zelf net terug van een zakendeal in Perm die het bedrijf van mijn baas miljoenen oplevert', vertelde een trotse Chinese jongen van nog geen 30 jaar. De Russen waren wat minder positief gestemd. “Rusland wordt geregeerd door de maffia. The good for the many is taken by the few', sprak een sombere arts uit St. Petersburg, die op weg was naar de bruiloft van zijn dochter.

Vanuit Beijing belde ik professor Zhang weer op. Dat had ik beloofd. Ik vertelde hem over mijn ervaringen in Rusland en in de trein naar China. “Weet je nog wat ik je vorig jaar vertelde', zei Zhang. “Mensen in China hebben geen idee van wat er om ze heen gebeurt. Ze weten niet dat ze het milieu aan het vernielen zijn. Ze weten niet dat economische groei voor de een ten koste gaat van die van een ander. En mensen die weinig kansen hebben of krijgen, zoals de Russen uit je verhaal die zichzelf alleen maar kapot drinken van ellende, weten vaak niet dat er een betere wereld mogelijk is. Daar moeten wij met zijn allen voor vechten. Voor die kennis, voor die wetenschap. Dat kunnen de Russen en de Chinezen niet alleen, dat moeten we met zijn allen doen. Wil jij helpen?'

Link

Ik dacht terug aan de gemeenteraadsverkiezingen in Rotterdam. Aan het weeshuis in Houma. Aan de maffia in Moskou. Aan de nieuwe megadeals tussen China en Rusland. En ik vroeg me af wat de link was tussen al deze verhalen. Van het extreem lokale in Rotterdam tot juist het zeer internationale karakter van mijn ontmoetingen in het verre oosten. Eens te meer trof me het gevoel dat lokaal en internationaal al volledig met elkaar verweven zijn. Dat wordt wel aangeduid met de term “glocalisering'. En glocalisering vraagt met de dag om meer solidariteit. Iets waar de PvdA keihard voor moet vechten. Misschien is dat de richting waarin de PvdA een uitweg uit al het negatieve nieuws van de afgelopen maanden moet zoeken. Gewoon weer terug naar de corebusiness van de partij: solidariteit.

Ik ben blij dat ik een aantal kinderen heb kunnen helpen in het weeshuis. Ik zal niet meer vergeten dat het bedelende Russische omaatje tientallen kruisjes sloeg toen ze zomaar een half maandsalaris in haar handen gedrukt kreeg. Maar dat zijn kleine druppels op een gloeiende plaat. Solidair zijn, wat is dat? Is dit het?

Het is hopelijk in ieder geval de kracht van het woord. Het woord dat anderen oproept ook solidair te zijn. Mee te denken, mee te doen. Samen te doen.

“Wil jij helpen?' vroeg professor Zhang.

This entry was posted in In de media, Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*