Lokale PvdA-kritiek op het kabinetsbeleid: en dan?

photo

Kabinetsmaatregelen worden op lokaal niveau niet altijd even goed gewaardeerd. Soms zijn landelijke maatregelen frustrerend voor gemeenten. Het dwingt hen te bezuinigen op bijvoorbeeld de zorg, die in hun ogen al onder druk staat. Tegelijkertijd willen lokale PvdA’ers hun partij niet afvallen. Hoe ga je om met die spagaat? Moet of kun je beleid verdedigen waar je het zelf niet mee eens bent? Lokaal Bestuur vroeg het aan staatssecretaris Martin van Rijn en oud-PvdA-voorzitter Felix Rottenberg.

Wie: Martin van Rijn
Wat: staatssecretaris Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Er is angst dat de zorg steeds verder wordt uitgekleed en onduidelijkheid over wat er de komende jaren gaat gebeuren. Waar zit die onduidelijkheid in?
‘Er verandert veel in de zorg. Ik kan me goed voorstellen dat mensen daar onzeker over zijn. We moeten rustig kijken wat er nu eigenlijk gebeurt. Ten eerste worden gemeenten meer verantwoordelijk voor dagbesteding, begeleiding en ondersteuning van mensen dichtbij; in en om het huis. Zo kan beter rekening worden gehouden met persoonlijke omstandigheden. Ook wordt wijkverpleegkundige zorg als recht nu verankerd, wat betekent dat echt persoonlijke zorg geregeld wordt. Ten derde regelen we dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven en alleen naar een instelling gaan als het echt niet langer gaat.’

Gaan ook dit soort zorgvoorzieningen door bezuinigingen niet achteruit?
‘Het belangrijkste is dat we de zorg op een hoog peil houden. Ook na bezuinigingen geven we in 2017 evenveel uit als in 2013 en daarna weer meer. Tegelijkertijd moeten we wel rekening houden met de stijgende vraag naar zware zorg. Bij lichte vormen van ondersteuning kijken we daarom wat mensen zelf kunnen doen, mensen die zware zorg hebben, houden we uit de wind. Maar zelfs voor die lichte vorm van ondersteuning is een miljard beschikbaar.’

Toch zijn er PvdA’ers die het niet eens zijn met de voorstellen.
‘Dat zit vooral in onzekerheid over hoe het zal gaan. Er wordt nog onderhandeld over prijzen, er wordt nog gekeken naar de overhead. Onduidelijkheid daarover zorgt voor onrust.’

Het gaat dus bij die onvrede meer over de hoe-vraag dan over de wat-vraag?
‘Ja, dat denk ik wel. Sommige mensen twijfelen of gemeenten de overgang wel aan kunnen. Dat zijn terechte vragen. Gemeenten zijn nu hard bezig, maar er is nog onzekerheid. Bijvoorbeeld over de vraag of mensen met een indicatie op straat komen te staan. Dat is niet het geval. Het kan best zo zijn dat instellingen waar mensen nu verblijven, verbouwd moeten worden of dat mensen moeten verhuizen, maar niemand komt op straat te staan.’

Wat raadt u partijleden aan die kritiek hebben?
‘Stap op mij af. Ik praat veel met gemeenten, cliëntorganisaties en zorgaanbieders. Zo vinden we samen oplossingen. Er is veel ruimte in de uitvoering van het beleid, zodat bijvoorbeeld PvdA-wethouders ook lokaal verantwoordelijkheid kunnen nemen, maar wel altijd met oog voor kwetsbare mensen.’

Het bestuur van de PvdA-afdeling Schagen liet in een open brief op de website weten lokaal moeite te hebben met de gebruikte terminologie: ‘wenswachtenden.’ De manier van presentatie vonden ze niet voldoende. Hoe belangrijk is een juiste woordkeuze en framing?
‘Die is belangrijk, maar de inhoud is belangrijker. We staan er als partij altijd voor dat de meest kwetsbare mensen zoveel mogelijk worden ontzien. We willen dat de zorg over tien jaar nog steeds goed is. Vroeger was het zo dat je op je 65ste naar een verzorgingshuis ging, want dat was luxer dan thuis blijven wonen. Tegenwoordig willen mensen juist thuis blijven. Dat kan nu vaak slimmer worden georganiseerd. Als we daarin slagen, kunnen we met deze besparing de zwaardere zorgvraag opvangen.’

In de media worden vaak individuele situaties aangevoerd waaruit zou blijken dat de zorg in Nederland achteruit gaat. Een 92-jarige man in een verzorgingshuis die ineens moet verhuizen waardoor zijn vrouw niet meer op bezoek kan komen, dat soort voorbeelden.
‘De afgelopen tien jaar is het aantal verzorgingsplaatsen gehalveerd en het aantal 80-plussers verdubbeld. De tendens dat mensen meer thuis willen wonen is al tien jaar zichtbaar. Mede door die ontwikkeling zijn gebouwen soms slecht onderhouden. Als opa niet meer met zijn bed in de lift kan en tehuizen deels leeg staan, is dat ook niet goed. We moeten echt iets doen aan verouderde verzorgings- en verpleeghuizen, daar komen we niet onderuit. Zolang de menselijke maat daarbij maar niet verloren gaat.’

Heeft u de indruk dat partijleden het echt oneens zijn met het kabinetsbeleid, of is het gewoon lastig uit te leggen?
‘Partijleden zeggen vaak: we snappen waarom het moet, maar help ons het uit te leggen, want we boksen op tegen veel onzekerheid, tegen instituties die hun posities zien veranderen en tegen veel bureaucratie. Mijn antwoord is dan dat het ons doel is en blijft om de menselijke maat aan te houden.’

Maar hoe zat het nou precies met die wenswachtenden waar iedereen over viel?
‘Een tijdje geleden hebben we gezegd: er is niet zoiets als dé wachtlijst. Iemand staat bijvoorbeeld op een lijst voor een plaats in een instelling, maar die wil graag naar een specifieke instelling. De discussie werd: als mensen naar een specifieke instelling willen, moeten we wel zeker weten dat ze weten of ze daar terecht kunnen en wanneer. Het woord wenswachtende was om onderscheid te maken tussen mensen die acuut geholpen moeten worden en mensen die zeggen: “zolang het thuis nog gaat hoef ik niet bemiddeld te worden”, niet om de indruk te wekken dat het zo lekker is om op een wachtlijst te staan.’

Ondanks alle uitleg zeggen veel mensen hun lidmaatschap op, of ze stemmen simpelweg niet meer op de PvdA.
‘De PvdA is altijd een partij geweest die verantwoordelijkheid neemt. Het is makkelijker om te zeggen: “ik ben tegen”, maar ik stel liever de menselijke maat centraal om zo kwetsbare mensen te beschermen. Daar word je niet meteen populair van, maar liever meedoen dan niets doen. Het is wat dat betreft jammer dat de vraag “waarom zijn de veranderingen eigenlijk nodig?” te weinig aandacht krijgt in de media.’

Wie: Felix Rottenberg
Wat: Voorzitter Wiardi Beckman Stichting, raadgever, bestuurder en moderator

Is er in alle kritiek op het zorgbeleid van het kabinet nu vooral sprake van onduidelijkheid en onzekerheid, of zijn mensen het echt oneens met de gemaakte keuzes?
‘Het eerste, er is vooral onzekerheid en onduidelijkheid. Een zo omvangrijke verbouwing van het zorgstelsel is – als ik een metafoor mag gebruiken – hetzelfde als een verbouwing thuis waarbij de aannemer vooraf niet zegt dat je de eerste drie weken geen gebruik kunt maken van de keuken. Of dat hij niet meldt dat er overal veel puin zal liggen. Als je daar pas ter plekke achter komt, schrik je natuurlijk heel erg. En zo is het ook met de veranderingen binnen de Wmo en bij de decentralisatie van de jeugdzorg. Het is technisch ook nog eens heel ingewikkeld: de gemiddelde burger weet echt niet wat de AWBZ is. Dan zit je als bestuurder al snel in het defensief, zoals Van Rijn met de ‘wenswachtenden.’ Maar hij is een heel rustige, empathische man. Weliswaar met een technocratische achtergrond, maar ik vind dat hij het goed doet. Als hij er dan een keer naast zit, schrikken mensen natuurlijk. Daar wordt over gepraat. Dat hoort er allemaal bij als je een hervormingspartij bent.’

Is dat de crux, dat het kabinet moet hervormen?
‘Ja, het kabinet wil de verzorgingsstaat in stand houden. Eigenlijk is dat een vreselijke term, “verzorgingsstaat”. Drees noemde het de “waarborgstaat”. Na de Tweede Wereldoorlog kregen mensen waarborgen voor hun inkomen en voor het geval ze arbeidsongeschikt werden of hun baan kwijt raakten. Het is ongelooflijk wat er toen is opgebouwd. Als je dat echter intact houdt en niet met de tijd mee laat bewegen, wordt het onbetaalbaar en onhanteerbaar.’

Zijn er beleidskeuzes gemaakt waar partijleden of PvdA-kiezers het echt mee oneens zijn?
‘Het ligt wat anders. Er zijn veel issues in deze hervormingstijd waarvan de kiezer eigenlijk het gevoel moet hebben dat het wel snor zit, maar dat gevoel hébben ze niet. De SP zit in een veel makkelijker en ongenuanceerdere positie. Als PvdA zijn we kwetsbaar doordat we niet ongenuanceerd willen zijn. Mensen hebben behoefte aan “sociaal en zeker”, maar dat wordt nu niet direct geassocieerd met de PvdA. Op dat punt communiceren we op z’n minst onvoldoende.’

Zie je vaker dat de partij het slecht doet als er hervormd moet worden?
‘We zijn jarenlang een opbouwpartij geweest, dat is iets anders dan hervormen. Tot Den Uyl ging het goed. De ene keer dat Den Uyl hervormde in het sociaal zekerheidsstelsel was met de ziektewet in 1982. Dat kreeg hij toen meteen op zijn dak. Kok overkwam hetzelfde met de hervorming van de WAO. Toen ging het ook mis, omdat het vooraf niet helemaal was aangekondigd. Sterker nog: er werd gezegd: we veranderen de duur en hoogte van de AOW niet. Dat gebeurde toch. In zijn algemeenheid geldt: dit soort hervormingen gaan in shocks, en brengen onzekerheid mee.’

Zijn de verloren kiezers nog terug te halen?
‘Het commitment van mensen aan partijen is afgenomen. Politicoloog André Krouwel stelt dat mensen geen zwevende kiezers zijn, maar switchende. Ze switchen tussen partijen die dicht bij elkaar staan. Zolang dat het geval is, zijn kiezers terug te halen.’

Hoe ga je om met incidentenpolitiek, zoals de 92-jarige man die moet verhuizen?
‘Mensen realiseren zich niet dat wij een ongelooflijk uitgekristalliseerde verzorgingsstaat hebben. Die moet je blijvend onderhouden. De verantwoordelijkheid bij burgers leggen is geen simpele opgave. Decentraliseren, zaken via het lokale bestuur dichter bij de burger brengen, is heel belangrijk. Voor Van Rijn wordt het erg belangrijk om het komend jaar vooral zonder glitter en vlagvertoon te laten zien dat het heel redelijk gaat met de transformatie. Daarbij geldt ook: als het moeilijk gaat moet je daar eerlijk over zijn en laten zien hoe je het oplost. Maar daar moet je wel heel veel aandacht aan besteden. Incidenten moeten ook echt incidenten blijken.’

Wat raadt u partijleden aan die kritiek hebben?
‘Wethouders en raadsleden moeten intensief samenwerken en zich omringen met expertise uit de partij, Kamerleden enzovoorts. Blijf niet in je eentje zitten morren. Er kan gewoon ontzettend veel opgelost worden. Ik ben bijvoorbeeld voorzitter van een inloopcentrum voor dementie, voor cliënten en hun mantelverzorgers. Het centrum – het Odensehuis – is een experiment dat is geïmporteerd uit Denemarken. De protocollen van de Wmo voor 2015 zijn dusdanig dat onze manier van werken daar niet in past. Ik heb contact opgenomen met de VVD-wethouder, die vervolgens gewoon een politieke oplossing creëerde: hij zorgde voor subsidie voor de komende twee jaar. Er zijn zoveel voorbeelden te gebruiken uit de rijke geschiedenis van het wethouderssocialisme. De kern is: stel vast wat het probleem is en kijk daarna hoe je de regels maximaal kunt oprekken om een goed initiatief mogelijk te maken.’

Hoe vindt u dat de partij het doet?
‘We doen het vrij goed en consequent. Zie Lodewijk Asscher, die praat over de kracht én het gevaar van robots, dat is het type verhaal waarmee de weg wordt gewezen. Wij duiden de nuance. Dat is lastiger voor de PvdA dan voor de VVD. Ik vond het ongelukkig dat D66 en SP niet gevraagd zijn mee te doen aan de formatie van dit kabinet. Daarmee geef je ze nu alle ruimte in de oppositie. De SP heeft voor de verkiezingen gezegd dat ze bereid was zware compromissen te sluiten, maar daar is niks mee gebeurd. We hebben het onszelf zo wel erg moeilijk gemaakt.’

Verschenen in: Lokaal Bestuur, november 2014
Geschreven door: Kirsten Verdel

This entry was posted in In de media, Politiek and tagged , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*