Major? Minor!

(verschenen in Erasmus Magazine, 10 januari 2006)

Rotterdamse studenten kunnen tijdens de bachelorfase onvoldoende tijd besteden aan zogenaamde minors. Reden is dat veel opleidingen te zeer zijn dichtgetimmerd, jaarindelingen door elkaar lopen en de financiering onvoldoende geregeld is. De student en indirect de universiteit zijn daarvan de dupe. Studenten wordt zo de ‘brede academische vorming’ onthouden die hen bij de invoering van het bama-systeem is beloofd. En de uni verliest door het gebrek aan keuzevrijheid een deel van haar aantrekkingskracht.

Professor Steven Lamberts, rector magnificus van de Erasmus Universiteit, vindt dat er te weinig minors aan de EUR zijn. “De oorspronkelijke doelstelling van de bama-structuur was dat er niet alleen sprake zou zijn van een brede academische vorming tijdens de bachelorfase, maar dat ook de mogelijkheid tot ver dieping en uitwisseling met andere kennisgebieden gestimuleerd zou worden. De keuzevrijheid voor minors bij ons is echter te laag”, aldus Lamberts. “Ruwweg 50 tot 60 procent van de opleidingen aan de EUR biedt nu ruimte voor minors.” De oorzaak hiervan ligt volgens Lamberts in een aantal factoren. Zo zorgt het gebrek aan regelgeving ervoor dat het niet mogelijk is om faculteiten te verplichten specifieke aantallen minors te ver zorgen. Alles moet op vrijwillige basis gebeuren. Binnen de EUR is er dan ook nog het praktische probleem dat de ene faculteit een semesterindeling hanteert en de andere een trimesterindeling. Door het ontbreken van een uniforme jaarindeling is het interfacultair volgen van minors roostertechnisch vaak erg lastig. Ook de financiering zorgt volgens Lamberts voor dilemma’s. Als een rechtenstudent een minor bestuurskunde gaat doen, moet de rechtenfaculteit hiervoor betalen. “En er is evenmin een centrale pot geld voor de financiering van minors. Tenzij je geld onttrekt aan de faculteiten”, schetst Lamberts.
Toch is hij niet pessimistisch. Integendeel. “We moeten vooral het systeem duidelijker maken voor de studenten. Helder laten zien wat de kansen zijn als je verdieping of verbreding van je studie opzoekt. Goed communiceren welke minors er allemaal zijn. Op korte termijn komt er een project groep die praktische voorstellen gaan doen om dit soort zaken te stroomlijnen.” Draagvlak creëren is de kernboodschap van Lamberts. “Er is ruimte voor minors binnen alle opleidingen. En iedereen wil graag aan de slag. Studenten, decanen, opleidingsdirecteuren, we willen allemaal dat het major/minor-systeem een succes wordt.”

Geen onwil
Awee Prins, opleidingsdirecteur van de faculteit der Wijsbegeerte, beaamt dit. De kleinste faculteit zou met haar aantrekkelijke pallet van wijsgerige vakken een spil kunnen vor men in het minor aanbod. “Het lijkt mij voor studenten een hele goede zaak om over de muren van de eigen wetenschap heen te kijken.” Prins verwacht geen grote financiële problemen door eventuele uitstapjes van studenten naar andere faculteiten. En als die al zouden ontstaan, dan zijn er wellicht creatieve oplossingen mogelijk. “Binnen de economische faculteit kun je ook een minor filosofi e van de economie aanbieden. Dan bied je verdieping en verbreding binnen de eigen faculteit aan. Voor zover dat niet allang gebeurt.” Prins kan zich wel voorstellen dat er faculteiten zijn die simpelweg weinig ruimte hebben binnen de opleiding om minors aan te bieden, daar het basispakket al bijzonder intensief is. Prof.dr. Jaap Spronk, opleidingsdirecteur van de faculteit der Economische Wetenschappen, onderkent dit mogelijke probleem. “In Utrecht heeft zover ik weet elke opleiding eigen minors, behalve geneeskunde. Maar dat is dus gewoon een praktisch probleem, geen onwil.”

Utrecht  In Utrecht wordt inderdaad veel aandacht besteed aan het major/minor-systeem. Rector magnificus prof.dr. Willem Hendrik Gispen van de Universiteit van Utrecht: “Studenten moe ten minimaal 45 ECTS halen in de zogeheten ‘profileringsruimte’. Die moeten worden besteed aan het volgen van cursussen buiten de major die passen bij de ambitie en interesses van studenten. Ook kunnen ze door studenten gebruikt worden om zich voor te bereiden op een specifiek masterprogramma en/of om zich voor te bereiden op een ander vervolg van de (studie)loopbaan.” Er zijn momenteel ruim 100 minors in Utrecht. Gispen: “We zien dat er nog behoefte is aan minors die ontwikkeld zijn voor studenten ‘van buiten de discipline’. Bijvoorbeeld een minor recht voor niet-rechten studenten.” Gispen legt uit dat er met ingang van 2006 een nieuw universitair verdeelmodel komt, dat als hoofdlijn uitgaat van bekostiging op studiepunten. “Zo wordt geprobeerd om directer de financiering te koppelen aan de plaats waar de kosten worden gemaakt. In het geval van minors worden de baten dan toegerekend aan het onderdeel dat de minor verzorgd. De lijn wordt dan directer en er hoeft geen geld van grote faculteiten naar kleine. Wij denken dat het daardoor interessant wordt voor faculteiten om minors te ontwikkelen voor speci fi eke doelgroepen.”

Tilburg  Rector magnificus prof.dr. Frank van der Duyn Schouten van de Universiteit van Tilburg, vertelt dat de (grote) faculteiten Economie en Rechtsgeleerdheid in Tilburg geen expliciete minors kennen. “Hooguit worden voorbeeldprogramma’s gegeven waarmee aanwezige keuzeruimte kan worden ingevuld. Deze voorbeeldprogramma’s zijn over doorgaans onderdeel van het eigen facultaire aanbod of kennen een interdisciplinaire invulling. Ze zijn echter nooit geheel binnen een andere facul teit gesitueerd dan die waar de betreffende student staat ingeschreven. Deze situatie geldt ook voor Filosofi e en Theologie.” De faculteiten Cultuur en Communicatie en Sociale Wetenschappen in Tilburg kennen in hun opleidingen daarentegen wel een minorsysteem. Daarbij gaat het zowel om minors binnen de eigen faculteit, eigenlijk specialisatieprogramma’s, als om minors binnen andere faculteiten. Van der Duyn Schouten: “Als een minor binnen faculteit A door faculteit B nadrukkelijk als een optie in het studieprogramma is opgenomen, kan verrekening van kosten tussen A en B plaatsvinden. Voorzover mij bekend gaat dat tot op heden volgens het ‘gesloten beurzen’- systeem, omdat het aantal studenten dat het betreft betrekkelijk klein is.” De interdisciplinaire lijn komt in Tilburg wel sterk tot uitdrukking in het zogenaamde Honours Programma (HP), dat daarvoor na het eerste jaar ge selecteerde studenten ‘on top of’ hun reguliere programma kunnen volgen. Het gaat om een aanbod van acht cursussen per jaar, waarvan de student er vier met succes moet afronden om voor het HP certificaat (te hechten aan het bachelordiploma) in aanmerking te komen. Daarbij geldt de extra voorwaarde dat de student alleen cursussen mag kiezen uit het aanbod van andere faculteiten dan die van zijn of haar hoofdstudierichting.

Niet verplichten  Jaap Spronk vindt dat er positief moet worden gekeken naar het minor systeem. “Het gaat allereerst om de inhoud. Om het creëren van mogelijkheden, om het bieden van keuzevrijheid voor studenten. Verplichten moet je het niet, maar die vrijheid is gewoon heel belangrijk. De ‘Bonzo-student’, die alleen maar hapklare brok ken onderwijs wil consumeren, moeten we achter ons laten. Dat is een gezonde Rotterdamse houding lijkt mij. Het betaalsysteem is een zorg die op de tweede plaats moet komen. Eerst moeten studenten hun eigen verantwoordelijk nemen in het vaststellen van hun pakket. Geef ze die vrijheid om zich te verdiepen en te verbreden.” Prins is het met hem eens: “Er is een positief geluid nodig. Je wordt een sterkere intellectueel als je een minor doet. En daar gaat het om.”

Kirsten V
erdel

Major/Minor Het onderwijs aan universiteiten en hogescholen is sinds 1 september 2002 opgedeeld in de bachelor- en de masterfase. In deze bama-structuur is het mogelijk om naast een hoofdvak (de ‘major’) een keuzeonderdeel te volgen, de ‘minor’. Een minor is in beginsel een samenhangend pakket, als aanvulling en verbreding of verdieping van het hoofdvak. Voor de inhoudelijke invulling van minors bestaat geen regelgeving, dat wordt geheel aan de onderwijsinstellingen zelf overgelaten. Het is gebruikelijk dat een student ongeveer 21 ECTS ruimte krijgt voor de invulling van een minor. De term ‘minor’ komt uit het Latijn en betekent ‘kleiner, minder’. De ‘major’ is de hoofdrichting in de Bachelorfase, de ‘minor’ is de secundaire focus.   
This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*