New York dag 9 en 10

Man of the House, met Tommy Lee Jones. Die film had goed kunnen zijn, maar was het absoluut niet. Veel te traag.

Het Musem of Modern Art (oftewel MoMa) daarna was echter weer geweldig. Grappig dat mensen zich massaal verdrongen bij een schilderij van Van Gogh, terwijl ze Boogie Woogie van Mondriaan compleet links lieten liggen. Dat ding heeft toch 80 miljoen gekost. Ik vond het super om Boogie Woogie eindelijk te zien. En toen ik daarna in een andere zaal ook nog een originele Rietveld stoel zag, was mijn dag helemaal goed!

‘s Avonds aten we in het Jekyll en Hyde restaurant bij 57th Street. Met ‘live actors’ en allerlei monsters die uit het plafond naar beneden kwamen was dat een erg leuke afsluiting van de dag.

Op de tiende en laatste dag wa sik bijna anderhalf uur onderweg om bij Katz te komen, de oudste en beroemdste en volgens alle toeristische info ook de beste deli van New York. In 1888 opende Katz en talloze beroemdheden zaten er aan tafel. Zoals alle Amerikaanse presidenten van de afgelopen drie decennia. Of Gorbatsjov. En Giuliani. Maar wat mij betreft sluiten ze morgen, want het was gewoon een ordinaire eetfabriek met slappe boterhammen met achterlijk grote hoeveelheden tonijnsalade (in mijn geval) ertussen die ook nog eens gewoon niet te eten was. En dat voor tien dollar. Vre-se-lijk. Het was het slechtste wat ik in heel New York gegeten heb. Don’t always believe the hype…

De negende en laatste film was Hide and Seek met Robert de Niro, die in alle recensies de grond in geboord was. Maar hij viel nog best mee. Aansluitend naar MSG voor de basketbalwedstrijd, die de Knicks met groot gemak wonnen. Fat Joe en Howard Stern waren de ‘beroemde’ gasten van de avond en het enige echt leuke waren de atleten tijdens de pauze die bergen salto’s lieten zien aan de ongeveer 19.000 man publiek.

Na afloop nam ik afscheid van Jessica, Joris en Patrick die terug gingen naar het hostel. Ik zelf bleef nog even op Times Square hangen in de Easy Internet-ellende waarna ik pas terug ging naar het hostel. Toen ik stond te wachten op de metro speelde daar -net als op de avond toen ik in New York aankwam- een man liedjes van Bob Marley. Steengoed was ie. En het leverde een heerlijk (deja vu) gevoel op, vooral omdat hij ook nog eens exact hetzelfde nummer als de week ervoor speelde toen ik na twintig minuten kijken in de metro stapte.





This entry was posted in Reizen, Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*