Ongevraagde e-mail bestrijden is mogelijk met een gezamenlijke aanpak

Op de voorpagina van Het Financieele Dagblad van maandag 30 augustus staat onder de kop ‘Nederland verdient aan mail-aanvallen’ een artikel over spam en de rol van Nederlandse spammers. Dit naar aanleiding van cijfers die het ministerie van Economische Zaken naar buiten bracht. Het artikel levert een aantal vraagtekens bij mij op.

Zo zegt Economische Zaken dat 1,2 procent van de ongevraagde mail uit Nederland afkomstig is en daarmee de wereldwijde toptien haalt. Nog geen week geleden verscheen er een onderzoek van virusbestrijder Sophos waarin juist werd gesteld dat het aantal spam -e-mails vanuit Nederland flink gedaald is. Met 0,67 procent vallen we inmiddels in het niet bij de Verenigde Staten (42,5 procent) en Zuid-Korea (15 procent). Maar zelfs als we nog wel in die wereldwijde toptien zouden staan, is de vraag wat we aan die informatie hebben om spam te bestrijden. Wat wel noodzakelijk is, want spam kost de Nederlandse economie handenvol geld. Van internetprovider Xs4all weet ik, omdat ik er werk, dat er jaarlijks 368.000 euro uitgegeven wordt aan extra servers en personeel om spam te bestrijden.

Tom Kok van het platform voor direct marketing DDMA (Dutch Dialogue Marketing Association) noemt een paar oplossingen voor het spamprobleem, zoals elektronische postzegels inzetten als spambestrijdingsmiddel. Maar veel spam wordt tegenwoordig via virussen verspreid. De postzegel wordt dan dus niet door de spammer betaald, maar door besmette pc-gebruikers. De spammers zullen er niets van merken in hun portemonnee. Maar ondertussen zou wel het hele idee van internet als gratis, openbaar, wereldwijd communicatiemedium te gronde gaan. Betalen voor e-mail is niet de oplossing, maar zou juist voor een nieuw probleem zorgen.

Een tweede stelling van Kok is dat de meest effectieve methode van spambestrijding een boete is. Na die uitspraak meldt het artikel doodleuk dat er in Nederland nog geen enkele boete is uitgedeeld. Dat is niet zo vreemd, want spammers zijn door slimme technische trucs nauwelijks te traceren. Ze gebruiken daarvoor virussen, die niet alleen spam versturen maar ook nog eens mailadressen op besmette pc’s plunderen om die ook te spammen. Verder vervalsen ze afzenderadressen, ze zetten verminkte woorden in e-mails om filters te ontlopen die afgericht zijn op woorden als ‘viagra’ of ‘sex’ en ze maken misbruik van slecht geconfigureerde mailservers van nietsvermoedende internetgebruikers om daarover hun spam te versturen.

De Nederlandse wetgeving (voortkomend uit een Europese richtlijn) voorziet alleen in de aanpak van Nederlandse spammers. De meeste spam komt, zoals we net zagen, juist van over de grens. De onlangs door toezichthouder Opta ingestelde website spamklacht.nl waar ‘particuliere eindgebruikers’ kunnen klagen over spam uit alleen Nederland heeft dan ook niet veel meer dan een symbolische functie. De door Kok voorgestelde boetes zijn dus, als ze er al komen, slechts een druppel op een gloeiende plaat.

Maar we zijn nu dan ook bij het echte probleem aangeland: spam is niet aan grenzen gebonden. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid schreef in 1998 al dat veel activiteiten dankzij ict wereldwijd kunnen worden ontplooid, onafhankelijk van de geografische locatie. De afnemende binding met grondgebied die hier het gevolg van is, heeft volgens de WRR ‘onvermijdelijke gevolgen voor het handelingsvermogen van de nationale staat’. Wet- en regelgeving zijn immers onlosmakelijk aan territoir gebonden. Maar de benodigde grensoverschrijdende samenwerking om spam te bestrijden wil maar niet van de grond komen. De meningsverschillen over alleen al de definitie van spam zijn nog te groot: is alleen commerciële e-mail spam , of ook mail met een wervende politieke of charitatieve boodschap?

Maar hoe dan wel? Uiteindelijk is spam alleen te bestrijden door een gezamenlijke aanpak van consumenten, internetproviders, overheden en consumentenorganisaties. Die aanpak zal moeten bestaan uit betere wet- en regelgeving, zelfregulering waar mogelijk, goede technische spamfilters, ‘user awareness’ (het bewustzijn bij de ontvanger van de e-mail dat het niet verstandig is om op de e-mail in te gaan) en betere voorlichting aan de burgers. Wat dat laatste betreft heeft ook de Nederlandse overheid nog een lange weg te gaan. Minister Brinkhorst dacht zich er met een heroïsche oneliner vanaf te kunnen maken. ‘Don’t ask what your country can do for you, but what you can do for your country’, zo citeerde hij onlangs John F. Kennedy. Met andere woorden: ‘zoek het zelf maar uit’.

Maar een Nee/Nee-sticker op de digitale brievenbus plakken, werkt helaas niet.

KIRSTEN VERDEL

Kirsten Verdel is studente bestuurskunde en werkzaam bij internetprovider Xs4all.

(Financieel Dagblad, dinsdag 7 september 2004)

This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*