Reformatorisch Dagblad, 8 september 2006: Herinnering aan kleine Annie

Kirsten Verdel wil misstanden in Chinees weeshuis opheffen
Herinnering aan kleine Annie

Een werkvakantie in het buitenland. Voor veel jongeren is dat de droom van hun leven. Voor Kirsten Verdel werd een verblijf op het Chinese platteland een schokkende ervaring. Vooral toen een gehandicapt weesmeisje van nog geen tien dagen oud voor haar ogen stierf.

Door: Ab Jansen

De 28-jarige Kirsten Verdel uit Rotterdam besteedde deze zomer haar vrije dagen eens iets anders dan aan een luilekkerlandvakantie. Ze ging drie maanden lang naar het Chinese platteland om er de handen uit de mouwen te steken. In een dorpje in de provincie Shangxi kon ze kiezen uit vier projecten: werken in een weeshuis, ploeteren op de akkers, helpen in een oogkliniek of op een basisschool.

Dat de organisator -stichting Code-X, een rooms-katholieke organisatie in Culemborg die Nederlandse jongeren de kans biedt buitenlandervaring op te doen- de zaken niet al te best had georganiseerd, merkten Kirsten en de 25 andere Nederlandse jongeren toen ze in China arriveerden en een voorbereidende taal- en cultuurstudie begonnen. Die moest vooral praktisch zijn, maar door een misverstand werd het juist een theoretische studie. Onneembare taal- en cultuurbarrieres zouden de rest van de tijd constant de kop opsteken -soms zelfs met fatale afloop.

Illegaal werk
Haar ervaringen in het weeshuis hebben evenwel de meeste indruk gemaakt. Het weeshuis was geen staatsbedrijf maar particulier initiatief van de rooms-katholieke pater Duan. Het tehuis was bovendien illegaal omdat er volgens Kirsten vooral te vondeling gelegde kinderen zitten. Daarvan zegt de Chinese overheid simpelweg dat die er niet zijn, want ‘Chinese ouders doen zoiets niet.’

Het tehuis is het bewijs van het tegendeel. Er verblijven 12 kinderen, maar in totaal heeft pater Duan de zorg over zo’n 38 kinderen. En dat zijn uitsluitend gehandicapte kinderen. Elk jaar komen er zo’n drie, vier bij: verstandelijk en lichamelijk gehandicapten van nog geen jaar tot 15 jaar. Hoewel het werk van de pater illegaal is, is het de politie die de meeste kinderen er aflevert, nadat ze hen heeft gevonden in een portiek of ‘gewoon’ langs de kant van de weg.

De illegale status van het tehuis heeft gevolgen voor de positie van de kinderen en hun toekomst. ‘Op papier bestaan ze niet en om die reden zullen ze nooit buitenlandse adoptieouders krijgen’, zegt Kirsten. Chinese echtparen komen wel in aanmerking, maar die hebben vaak niet het geld om de nodige operaties te betalen.

‘Wat je ziet is dat kinderen met een hazenlip of met klompvoeten pas een plekje krijgen nadat ze zijn geopereerd. Maar zo’n ingreep kost je 1500 euro -voor veel mensen meer dan een jaarsalaris. Als je zorgt dat ze geopereerd zijn en er weer goed uitzien, worden ze vrijwel altijd wel geopereerd.’ Toen Kirsten zag dat het zo werkte, wilde ze nog maar een ding: geld inzamelen om ervoor te zorgen dat zo veel mogelijk operaties betaald konden worden.

Oogkliniekje
Pater Duan runt naast het weeshuis overigens ook een oogkliniekje en een basisschool en hij bekostigt dat alles met geld dat hij op tal van manieren bijeenritselt. In totaal zo’n 10.000 euro per jaar. ‘Daar moet dan wel alles van worden betaald: onderhoud van gebouwen, aanschaf van voedsel, kosten van was, water en licht, medische voorzieningen voor de kinderen. Ze hebben minimaal het dubbele nodig om de kinderen een fatsoenlijk leven te kunnen geven.’

Het weeshuis draait op een aantal zusters, die ook in de oogkliniek werken, en op enkele bejaarde vrouwen. ‘Hun aantal is veel te weinig’, is Kirstens overtuiging, ‘en ze hebben ook nauwelijks een opleiding gehad om met dit soort kinderen om te gaan.’

De twaalf kinderen die in het tehuis zitten hebben de meest uiteenlopende handicaps: van een relatief onschuldige hazenlip tot allerlei ernstige afwijkingen. Kirsten zag een meisje van drie met een ingeklapte borstkas en zogenaamde kikkerbenen. Ze kon niet praten en was dusdanig gehandicapt dat ze niet veel meer kon dan lachen en eten.

‘Bij dit soort kinderen zitten dan dagelijks twee stokoude vrouwtjes die niets anders doen dan ‘s morgens de kinderen uit bed halen, aankleden, laten spelen, eten geven, weer laten spelen, eten geven, naar bed brengen voor een middagslaapje, laten spelen, voeden, opnieuw spelen, wassen en naar bed brengen. Zo gaat het iedere dag, geen enkele uitgezonderd. Zeven dagen per week, 365 dagen per jaar, zonder een enkele variatie. De kinderen leren niets, en komen nauwelijks buiten het terrein.’

Kirsten herinnert zich Dan Dan, een 8-jarig jongetje met klompvoeten, een waterhoofd en met rugproblemen. ‘Die zal nooit geadopteerd worden; dat hoofd was echt heel groot. Maar die jongen is wel erg intelligent, dat merkte je aan alles. Toch wordt hij door niemand gestimuleerd, en hij kan niet naar een school vanwege zijn lichamelijke beperkingen.’

Toch is niet Dan Dan maar Annie het kind dat diepe indruk op Kirsten maakte. Vooral de manier waarop dit meisje van nog geen tien dagen oud stierf is voor haar onvergetelijk geworden. Vlak voordat ze in het weeshuis arriveerde was de baby -Annie hebben de Nederlanders haar genoemd- er door de politie binnengebracht. ‘Ze was in een doos gevonden bij het treinstation. Het kindje had geen oren, waarschijnlijk de reden waarom het te vondeling was gelegd.’

Reanimatie
Tijdens de introductierondgang door het tehuis ontdekt Kirsten het meisje. ‘De hoofdzuster -zuster Mary- liep plots even weg en ik zag dat ze achter mij om liep naar een wiegje in de hoek van een zaal. Ze keek erin, riep iets en deinsde achteruit. Ik liep achter haar aan en zag in de wieg een baby stil liggen. Asgrauw, mondje een beetje open, ogen open. ‘Hier ben ik niet voor gekomen’, flitste het door me heen. ‘Om baby’s zomaar te laten sterven.’

Ze trommelde tolken en verpleegsters op om snel actie te ondernemen, maar niemand reageerde. Uiteindelijk, na veel en weer gepraat, werd er een arts bijgehaald, die op een minuut lopen van het weeshuis woonde. Kirsten probeerde zo goed en zo kwaad als dat ging met reanimatie het leven van het kindje te redden. Maar toen de arts arriveerde kon die niets anders constateren dan dat het meisje was overleden.

‘Hij schatte dat ze zo’n twintig minuten eerder was gestorven. Dat was ongeveer de tijd die was verstreken nadat ik haar voor het eerst had gezien. Dus op het moment dat ik daar bij dat wiegje stond was ze gestorven. Ik vond dat zo verschrikkelijk, het voelde alsof ik het leven van een tien dagen oud kind uit mijn hadnen had laten glippen!

Ik realiseerde me op dat moment ook dat ik Annie in die twintig minuten steeds kouder had voelen worden. Lang daarna heb ik die minuten herbeleefd: hoe haar grauwe gezichtje elke keer dichterbij kwam als ik weer mond-op-mond ging doen.’

De volgende dag was de begrafenis van Annie. ‘Er was een busje geregeld om iedereen mee te laten gaan. Sommigen uit de groep lieten verstek gaan met het argument: we kennen dat kindje helemaal niet. Woest was ik: dat was juist het probleem! Dit kind is te vondeling gelegd, heeft geen familie en de enige mensen die haar ooit hebben gekend zijn wij! Heb dan alsjeblieft het respectt om ten minste naar haar begrafenis te gaan.’

Na de begrafenis kwam zuster Mary naar Kirsten toe. Huilend begon ze zich te verontschuldigen. ‘Dat ze wist dat het meisje ziek was, maar geen tijd had gehad om haar te helpen; ze was nog met tien andere dingen bezig. Nog diezelfde avond raakte een van de andere kinderen ziek en uit angst dat ook die zou overlijden was Mary er de hele nacht bijgebleven.’

Het typeert de positie van het personeel: het voelt zich zo machteloos. ‘Ze trekken het gewoon niet.’ Geen kennis, geen materiaal, te weinig geld en onvoldoende personeel, zo vat Kirsten de nood van het weeshuis samen.

Klompvoetjes
Terug in Nederland probeert Kirsten ook hier organisaties erbij te betrekken. Iemand anders uit de groep van
26 is bezig artsen zover te krijgen mee te gaan om ter plekke kinderen met klompvoetjes te opereren. Dat zou goedkoper zijn dan wanneer de kinderen daar naar een ziekenhuis worden gestuurd.

‘Maar niet iedereen kan geopereerd worden. Je weet dat een aantal kinderen daar altijd zal blijven. Laten we ervoor zorgen dat die een zo goed mogelijke verzorging krijgen. En dat die 20.000 euro er jaarlijks bij komt, zodat deze kinderen in ieder geval van enkele basisbehoeften worden voorzien: onderwijs, goede voeding en medische verzorging.’

Dat het geld bij pater Duan en zuster Mary in goede handen is, weet Kirsten zo goed als zeker. ‘We hebben ook alles in een contract laten vastleggen.’

Inmiddels heeft Kirsten in haar eentje 17.000 euro binnen -en ze heeft daarvoor bij mensen ‘uit haar hele verleden’ aangeklopt. ‘Voor dit jaar is het geld er, maar ik hoop dat ik meer kan binnenhalen zodat ze daar voor een langere periode uit de voeten komen.’

This entry was posted in In de media, Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*