Stoppen om te helpen bij een ongeluk? Waarom zou je!

In de derde ronde knock-out, zo voelde ik me zondagmiddag. Woede, ongeloof en machteloosheid vochten om voorrang in de bus op weg naar de Hu Kou waterval, in de beroemde Yellow River.

We waren die ochtend met de Nederlanders en 14 Chinezen vertrokken voor de 4,5 uur durende reis naar die waterval, die de 1-na-grootste in China is. Van tevoren was gezegd dat het 3 uur reizen was, maar zowel heen als terug was het toch echt ruim 4,5 uur. Maar dat boeide me niet zo, een dagje uit leek me wel leuk. En als je in de bus zit, zie je ten minste nog wat van het landschap. Het grootste deel van de reis ging door de bergen.

Ik zat helemaal voorin de bus. Voor mij zat de chauffeur, naast hem zaten twee begeleiders van hem, twee jongens van een jaar of twintig. In het gangpad stond nog een lokale reisleidster, die alleen Chinees sprak. Zowel zij als de twee jongens blokkeerden de uitgang. Na ongeveer drie uur reizen zag ik een groot rotsblok rechts op de weg liggen. Er lag nog gruis naast, dus het was duidelijk dat de rots pas recent was gevallen. Ik keek er geinteresseerd naar en zag tot mijn grote schrik, toen de bus er al bijna voorbij was, dat er achter de rots iemand languit op zijn/haar buik op de grond lag. Verschrikt riep ik: ‘Stop the bus!’ De chauffeur kent het Engelse woord ‘stop’ niet eens, dus een van de tolken achter mij moest direct naar voren komen om te helpen. De chauffeur had wel door dat er iets was en stopte al half. Ik legde uit wat er aan de hand was, de twee jongens voorin praatten erdoorheen, achter mij was veel geroezemoes (‘wat is er aan de hand?’) en de tolk probeerde alles te vertalen. Enigszins chaotisch dus, maar de boodschap kwam wel over bij de chauffeur. Die vervolgens… gas gaf en door wilde rijden. Dus ik weer: ‘Stop the bus! Somebody might be hurt!’

Weer uitleg, weer vertaling, maar ondertussen reed de chauffeur gewoon door. En 1 van de 2 jongens voorin gebaarde ook dat we door moesten rijden. Ik snapte er niets van. Nog eens probeerde ik het, ik was al opgestaan om te laten zien dat ik de bus uit wilde, maar ik kon niet eens langs de twee jongens en de reisleidster. Ondertussen kwamen ook de reacties van hen en van de chauffeur vertaald bij mij terug: ‘Er was gisteren een ongeluk, maar dat is opgeruimd, er is niets aan de hand’ (reisleidster), ‘Er lag niemand’ (chauffeur), ‘We mogen niet stoppen’ (1 van de jongens), ‘We hebben haast en moeten door’ (de andere jongen). Onze tolk voegde eraan toe dat ze vermoedde dat er een lokaal bijgeloof is dat je geen gewonden of doden in je bus moet meenemen, dat de chauffeur en zijn begeleiders niet verantwoordelijk wilden zijn voor het opvangen van een slachtoffer, of dat het ze simpelweg niets kon schelen of er iemand lag of niet (‘mind your own business’). Maar al die verhalen -waar ik koud van binnen van werd- interesseerden mij allemaal niet. Ik wilde weten wat er aan de hand was. Ik wist zeker dat er iemand lag en ik wilde weten of er iets mis was of niet.

De bus reed door. Ik was woedend, probeerde uit te leggen aan de Nederlanders en de andere Chinezen wat ik precies had gezien. Want ik was de enige die het had gezien. Een van de Nederlanders zei: ‘Wat wil je doen dan? Je kunt toch niks doen’. Ik werd nog kwader om deze uitspraak. Dat de Chinezen niks wilden doen vond ik al vreselijk, maar deze opmerking er achteraan viel -zeker ook na de dood van Annie twee weken geleden- helemaal verkeerd bij me. Na tien minuten vol met uitleg, discussie en vertalingsproblemen stopten we, omdat we bij het restaurant aankwamen waar we zouden lunchen. En toen stapte Father Duan als reddende engel naar voren. Hij wilde teruggaan om te kijken of er iets mis was.

Een passerende auto werd aangehouden: of de bestuurder als taxichauffeur wilde functioneren en even terug wilde rijden met Father Duan, want er lag iemand op de weg. Dat wilde hij wel, tegen een vergoeding van 100 yuan. Ook dit maakte me kwaad. Helpen? Sure, maar dat kost je wel wat. Maar ik was ook opgelucht dat er iets gebeurde. Wij gingen het restaurant in en een half uur later kwam Duan terug: Ik had gelijk, er lag inderdaad iemand op de weg. Het bleek een vrouw te zijn die daar was gaan slapen. Hoe iemand het in zijn hoofd haalt om op zo’n plek te gaan slapen mag Joost weten, ik was in ieder geval opgelucht dat er niets mis was. Maar ongeloof, woede en machteloosheid wonnen het van mijn opluchting, want een feit bleef dat de buschauffeur niet had willen stoppen om even te kijken. Het gebrek aan interesse en het bijgeloof waren volgens een aantal Chinezen uiteindelijk de meest waarschijnlijke reden waarom hij niet stopte. Ik kan er niet bij. Dit is de echte cultuurschok hier.

FILMPJES:

01. Slalommen om gaten in de weg op de terugweg naar Houma

De Hu Kou waterval (Hu Kou betekent iets als ‘water gieten in een schaal’) was geweldig. Zonder enige fatsoenlijke beveiliging (hekken bijvoorbeeld) denderde de Yellow River een meter of vijftien naar beneden. Met Isaac liep ik nog naar een berghutje, om met de bewoners te praten. Die hutjes stonden er al meer dan 100 jaar. Ik vroeg me af of er wel eens mensen in de waterval vielen. De eigenaar van het hutje vertelde dat er vorig jaar nog een vrouw was uitgegleden en door de rivier opgeslokt was. En dat de rivier elke drie a vijf jaar ineens omhoog kwam en dat er dan wel mensen wegspoelden. ‘Hoeveel dan?’ vroeg ik. ‘Alllemaal’, zei hij. En allemaal hield dus in: alle toeristen die er op zo’n moment waren. Soms honderden tegelijk. Hij vertelde het alsof het de normaalste zaak van de wereld was…





This entry was posted in Reizen, Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*