Wadlopen in Groningen: Leve hotel de Oude Smidse !

Zo. Ik heb eindelijk even tijd om te bloggen over afgelopen weekend. Vrijdagmiddag vertrokken we met zes personen vanuit de randstad naar het Groningse Westernieland. Joris, Remco, Herman, Gerwin, Willem Jan en ik gingen daar wadlopen, zo was het idee dat een paar dagen eerder was geboren. Het bleek een goed idee te zijn.

Maar eerst moesten er een paar obstakels overwonnen worden. Obstakels met de naam Arriva. Dat is zo’n vervoermaatschappij die moet concurreren met de NS. Als dat een concurrentieslag is die over vertraging gaat, dan weet ik nu wie er gaat winnen: Arriva. Wat een drama zeg. In Groningen moesten we overstappen op de Arrivatrein naar Baflo. De trein stond ruim voor vertrektijd al gereed, maar vertrok om onduidelijke redenen een paar minuten te laat. En dus kwamen we ook een paar minuten te laat aan in Baflo. Waardoor we de Arriva lijntaxi misten, die maar 1 keer per uur rijdt. En die lui *weten* dat de trein ook maar eens per uur aankomt. Afijn. Het was al na 20:00 uur, dus belde ik het hotel maar even om te melden dat we een uur vertraging zouden hebben. En met dat telefoontje keerde ons geluk. Want Jack en Ingrid, de eigenaren van hotel De Oude Smidse besloten direct dat ze ons wel even op kwamen halen. Met twee auto’s reden ze ons de tien kilometer tegemoet. Wat een fantastische service! Ook het drie gangendiner waar we daarna van mochten genieten was heerlijk. Eigenlijk gaat de keuken om 21:00 uur dicht, maar omdat we zo laat waren en zo lang hadden gereisd bleven ze gewoon open, zonder er zelfs maar een opmerking over te maken. Ook de kamer bleek prima in orde, er lag zelfs een mobiele telefoon waar je gebruik van kon maken! Maar eerst zaten we nog een paar uur in de tuin voor het hotel, waar we zowaar jeu-de-boulden en vooral geen UFO’s zagen. Daar was vorige week zoveel ophef over, dat er UFO’s waren gesignaleerd in Groningen. Wij zagen vooral sterren, hetgeen leidde tot filosofische discussies over het einde van de wereld. En het begin ervan. Het weer was zacht, de hemel open en er was geen zuchtje wind te bekennen. Wat wil een mens nog meer? ‘Bier’, zou Gerwin zeggen. En dat was er dan ook.

zeehondencreche, en daar gingen we dan dus ook maar heen. Als we er niet in de buurt waren geweest, zou ik niet zijn gegaan. Ook ik was besmet met het vooroordeel dat de creche zijn doel voorbij gestreefd is en dat het onzin is om al die zeehondjes daar te laten verblijven. De natuur is nu eenmaal hard, het recht van de sterkste geldt, Darwin’s evolutieleer prevaleert, etcetera. Maar bij ons bezoek aan het zeehondencentrum veranderde ik mijn mening volledig. Er worden helemaal geen zielige zieke zeehondjes opgevangen die eigenlijk te zwak zijn om zelfstandig te overleven. En ze blijven ook helemaal niet jaren daar rondhangen. En het centrum brengt helemaal niet de populatie op kunstmatige manier naar een te groot aantal.

Wat de zeehondencreche dan wel doet? Welnu, er zitten doorlopend ongeveer 20 a 30 zeehonden tegelijk, die elk hooguit een maand of drie in het centrum blijven. Het gaat veelal om zeehonden die verstrikt zijn geraakt in netten van vissers. Dat levert vaak diepe snijwonden in de hals op, waar de zeehonden natuurlijk niets aan kunnen doen. In een film zagen we beelden, echt schrijnend. Niet de natuur zorgt ervoor dat zeehonden in nood komen, maar de mens. In totaal vangt de creche ongeveer 200 zeehonden per jaar op, wat maar een fractie van de totale populatie is. Het is dan ook niet het doel om de populatie op peil te houden of te vergroten, maar puur om individuele zeehonden die in nood zijn geraakt weer op te lappen. Er worden ook zieke zeehonden opgevangen, die worden onderzocht in het uiterst professionele onderzoekscentrum. Met name nu er weer een epidemie dreigt (we zouden later tijdens het wadlopen een dode zeehond vinden) is het van belang dat zieke zeehonden goed worden onderzocht. Bij de grote besmetting van enkele jaren geleden onderzocht de creche maar liefst 1500 gestorven zeehonden. De laatste categorie zeehonden zijn zieke zeehonden, die nog erg jong zijn en hun kinderziekten niet aan kunnen. Ook hier is niet Darwin at stake, maar kunnen de zeehonden zelf de ziekte niet aanvechten doordat hun immuunsysteem dankzij de menselijke vervuiling is aangetast.

Afijn, het moge duidelijk zijn dat ik inmiddels in het verdedigingskamp van de zeehondencreche zit. 🙂 Na een uurtje liepen we verder. Even wadloopschoenen kopen. Voor 11,50 heb je die al. Na een heerlijke lunch bij ‘t Appeltje liepen we terug naar de Oude Smidse. De zon brandde de hele dag al genadeloos en we waren derhalve al flink moe. Maar de wadlooptocht moest nog beginnen. En daar moesten we ook nog even 12 kilometer naar toe fietsen. Maar dat was zo gedaan, zeker met wind mee. Wel een gek idee, dat je aardig hard fietst op vlak land met wind mee (24km per uur), maar dat je weet dat ze momenteel in de Tour de France zo ongeveer met die snelheid tegen een berg op rijden. Gekkenwerk! Het wadlopen zelf was een vier uur lange tocht in de buurt van Rottumeroog/Rottumerplaat. Op het eerste stuk vanaf het land vonden we de dode zeehond waar ik het eerder over had. Er werd direct naar de creche gebeld, zodat ze de zeehond voor onderzoek kunnen ophalen. We liepen verder. Meestal zak je enkele centimeters weg, maar er zijn ook stukken waar je tot je knieen in het slib zakt. En soms tot je middel door het water moet waden. Hoewel dat laatste een keuze was. De die hards deden dat (lees: Remco, Herman, Gerwin en ik) en de eh… ‘rest’ liep eromheen (Willem Jan en Joris). Op de terugweg zagen we twee boten die droog waren te komen liggen. Dat was in beide gevallen niet gepland. We spraken de schipper van een van de twee boten. Hij had een prachtig schip en leek zelf zo uit een avonturenfilm weggelopen te zijn. Met een woeste baard en door de zon gebruinde en geharde huid zat hij op de boeg van zijn schip. Ik miste nog net de pijp en de papegaai op zijn schouder. Fantastisch. Gelaten vertelde hij dat hij pas rond middernacht weer weg zou kunnen varen.

Rond half acht waren we terug aan wal. Weer 12 kilometer fietsen, nu tegen de wind in. Weer laat terug in het hotel, maar weer zorgden Jack en Ingrid voor ons. Het diner was ook nu weer overheerlijk.

De volgende ochtend vertrokken we na een uitgebreid ontbijt te voet naar het wad. Een kwartiertje lopen, dachten we. Het bleek een half uur te zijn. Maar in een stralende zon langs het graan, de aardappelen en voederbieten lopen was geen straf. Herman liet zijn in Pieterburen gekochte vlieger op en de schapen die en masse toe stonden te kijken schoven maar een beetje opzij.

Niet heel veel later liepen we terug, want we wilden op tijd in Utrecht zijn, zodat we het laatste uur van de bergetappe in de Alpen nog mee konden maken. We hadden echter geen rekening gehouden met Arriva. Want weer ging het mis. Dit keer stond er een defecte trein op het enkele spoor naar Groningen. Met een bus moesten we verder. Gelukkig was de etappe nog bezig toen we in Utrecht aan kwamen. Leuk om Rasmussen te zien winnen. Bij gebrek aan succesvolle Hollanders is een winnaar uit de Raboploeg toch ook een beetje ‘ons’ succes, nietwaar? Na afloop van de etappe was er nog een quiz, waarbij zowel Remco als ik telkenmale faalden, terwijl we de meeste antwoorden wel wiste
n. We gaan voor de rematch. En voor de hoofdprijzen (telefoons, fietsen, trips naar Parijs). We’ll see.

Inmiddels is het alweer maandag. Nacht zelfs. Vandaag even rustig aan gedaan, spierpijn genegegeerd, hapje gegeten met Klaas de Vries in Den Haag, even gewerkt in Amsterdam, kentekenpapieren gedropt in Roelofarendsveen en nu dus weer thuis. Volgens mij is het bedtijd.


This entry was posted in Reizen, Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*