De Nieuwe Reporter: Hans Laroes en Gerard Dielessen over Hyves, Twitter en de oorlog met spindoctors

De Nieuwe Reporter
7 februari 2008
Door: Kirsten Verdel

Hans Laroes (hoofdredacteur NOS Journaal) en Gerard Dielessen (directeur NOS) waren begin februari in New York om met verschillende omroepen, zoals bijvoorbeeld CNN, te praten over ontwikkelingen op multimediaal gebied. Beide heren bezochten tijdens hun tour door the Big Apple de PvdA-afdeling New York. Elke paar maanden organiseert de ongeveer 80 leden tellende afdeling een dinner & debate avond, waarbij gediscussieerd wordt met Nederlandse gasten. De Nieuwe Reporter was er bij.

Dielessen legt uit waar de NOS vandaan komt: “Zo'n 4 à 5 jaar geleden was de NOS monomediaal. Nu zijn we multimediaal ingesteld. Naarmate een uitzending dichterbij komt, concentreren medewerkers zich meer op het medium waarvoor zij verantwoordelijk zijn. Een nieuwsbericht kan in eerste instantie in tekst worden gegoten en op de website gepubliceerd worden, maar daarna kunnen bezoekers doorklikken naar bijvoorbeeld achtergrondfilmpjes. We chatten nu ook na het Journaal met kijkers, die commentaar kunnen leveren op de uitzending, of vragen kunnen stellen. Dat is een wereld van verschil met hoe het ooit was. Journalistiek werk was toch een metier waarin de vakgroep bepaalde wat er aan nieuws werd voorgeschoteld. Journalistiek was datgene produceren waarvan journalisten dachten dat er behoefte aan was. Dat is nu anders, vaak veel interactiever. Maar we zijn er niet om het publiek te behagen. Journalisten selecteren.'

Peilingen
Het is natuurlijk geen toeval dat Laroes en Dielessen juist deze week in de Verenigde Staten waren. Super Tuesday speelde ook mee in de overweging om de oceaan over te vliegen. Ook daar heeft de NOS interesse in, onder andere om te kijken hoe de media in de VS omgaan met peilingen. In Nederland wordt de kijker al jarenlang met wekelijkse peilingen van TNS-NIPO en Maurice de Hond bestookt. Het is maar de vraag of het journalistiek verantwoordelijk is om dat te doen. Dielessen: “Een peiling kan directe invloed uitoefenen op het gedrag van een politicus of een politieke partij. Het beïnvloedt ook het gedrag van de kiezer. Het probleem is dat peilingen er vaak flink naast zitten. Dat hebben we in de voorverkiezingen in Amerika nu al een paar keer kunnen zien en bij de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen in Nederland zaten alle peilingen er ook naast. Alleen de trend lijkt redelijk voorspeld te kunnen worden.'

De NOS heeft dan ook de bewuste keuze gemaakt om voorlopig geen wekelijkse peilingen meer uit te zenden. In plaats daarvan is de omroep nu op zoek naar inhoudelijk sterke alternatieven, waarover ze niet alleen met andere media maar ook met wetenschappers in overleg is. Het aantal zetels peilen schiet wellicht niet op, maar meer aandacht besteden aan de inhoudelijke trends die uit peilingen blijken, dat zet wellicht meer zoden aan de dijk. Zo kan uit peilingen bijvoorbeeld blijken dat burgers zich meer dan voorheen zorgen maken over het onderwijs in Nederland, of over de economie. In dat geval is berichtgeving over dat soort onderwerpen zinvoller dan de waan van de dag waarin een partij weer een zetel gewonnen of verloren heeft ten opzichte van de week ervoor. Laroes peinst hardop over de Nederlandse politiek: “Campagnevoerders zijn steeds onbetrouwbaarder. Spindoctors… we zijn veel meer in oorlog met ze dan we ons vaak realiseren.'

Revolutie in volle gang
Dielessen springt weer terug naar de nieuwe media. “Facebook, YouTube, Twitter, Hyves: hoe je al dat soort zaken moet integreren in de nieuwsvoorziening, dat is voor ons de grote vraag. Voor elke omroep in feite. En daar experimenteren we dus mee. We hebben korte tijd geleden het Journaal, dat altijd als geheel was te bekijken op het internet, nu in stukjes geknipt: elk verhaal is een apart filmpje. De bezoekersaantallen zijn meteen enorm gestegen. Heb je je overigens al eens afgevraagd hoeveel beeldschermen je in huis hebt? Ik heb er 18. Ze zijn overal te vinden: niet alleen op je televisie, maar ook de telefoon, (spel)computers, soms op magnetrons. Dat zijn allemaal mogelijke distributiekanalen voor nieuws. En we sluiten niets uit, het gaat ons er niet om hoe we worden gevonden, als we maar worden gevonden. Wat dat betreft bieden nieuwe media vooral extra mogelijkheden om ons werk te distribueren. We vragen ons dus ook af of we ons bijvoorbeeld in de gamewereld moeten begeven. Veel kinderen en jongeren kijken niet naar het Journaal, maar gamen wel.'

Laroes haakt in: “De digitale revolutie is nog in volle gang en niemand die echt weet waar het naartoe gaat. Blijft Hyves een groot succes, of stapt Nederland massaal over op het steeds sneller groeiende Facebook? Verdwijnt Twitter? De NOS wil in ieder geval niet achterover leunen en afwachten wat er gaat gebeuren. We vernieuwen voortdurend om bij de tijd te blijven. We proberen daarbij datgene waar de NOS voor staat, betrouwbaarheid, mee te nemen in het nieuwe tijdperk. Televisie zal daarin de komende jaren nog een grote rol blijven spelen. Het beeld blijft dominant. Vergeet niet dat we ondanks de concurrentie met andere publieke en commerciële omroepen nog steeds stijgende kijkcijfers hebben.' Dielessen probeert dat te verklaren: “Naarmate het aantal nieuwsbronnen stijgt, wordt de behoefte aan ordening groter. Die ordening biedt het NOS Journaal.'

Laroes vervolgt: “Wel maken we onderscheid tussen de verschillende communicatievormen. Het NOS Journaal is van nature eenrichtingsverkeer. Maar op internet is er al veel meer interactie mogelijk. En waar we nu mee bezig zijn is user generated content. De halve wereld loopt rond met een mobieltje met camera en de kans dat een gewone burger eerder filmbeelden heeft van een incident dan een journalist is natuurlijk zeer groot. Of en hoe je gebruikt maakt van die beelden, dat is ook een vraag waar we nu mee aan de slag zijn. Het zou logisch moeten zijn voor mensen die dat soort fimpjes maken dat ze als eerste aan de NOS denken om het materiaal naar op te sturen. En user generated content heeft nog een extra voordeel: het publiek heeft vaak vanwege werk- of studie-ervaring zeer veel specifieke kennis over een onderwerp. Gebruik dat.'

Er zijn ook slachtoffers in de digitale revolutie. Dielessen geeft een voorbeeld: “Neem de strijd om de voetbalrechten. Die markt is in elkaar gelazerd. Er wordt nu minder dan de helft geboden dan de vorige keer. Toen was er een commerciële partij die dacht een goudmijn binnen te halen, maar dat is niet gelukt. En nu zijn de voetbalclubs er de dupe van, die in hun begrotingen rekening houden met de inkomsten van de voetbalrechten. En we zien het ook met andere zaken, zoals HDTV, waar de commerciële omroepen niet in willen investeren. Zo komt innovatie niet van de grond.'

Joran van der Sloot
Het gesprek komt onvermijdelijk ook bij Joran van der Sloot uit. “Joran is een hype. Hoeveel doe je daarmee? De NOS heeft daar andere criteria voor dan andere omroepen.' Dat er een cameraploeg naar het huis van Jorans ouders gaat, daar kan Dielessen zich met enige moeite nog wel wat bij voorstellen. “Maar als er niet wordt opengedaan en er wordt vervolgens dan maar aangebeld bij de buren om te vragen wat die nu van het hele verhaal vinden…'

Betrouwbaarheid is een kernwoord dat voortdurend in de discussie opduikt. Maar hoe definieer je die betrouwbaarheid nu precies? “Simpel', zo stelt Laroes: “houd je aan journalistieke basisprincipes als hoor en wederhoor, en check de feiten. Daarmee voorkom je zeperds zoals met het bosbrandenverhaal. De BBC had het publiek gevraagd om foto's van de bosbranden op te sturen. Een prachtige foto van de brand met een eland er op werd vervolgens gepubliceerd. Maar al snel kwamen de reacties binnen: prachtige foto, maar… zijn er wel elanden in Engeland? De foto bleek af
komstig te zijn van de cover van een magazine, enkele jaren geleden. “Check of de feiten kloppen, zorg dat die feiten in een niet-politieke context worden gepresenteerd, presenteer het nieuws met een rustige toon, en een woordkeuze die gericht is op je publiek om de toegankelijkheid te waarborgen, zorg voor een evenwichtig overzicht, de lijst met criteria is makkelijk in te vullen. En het gaat ook over hele praktische dingen, zoals de vraag “zoom je in of uit als iemand gaat huilen? Wij zoomen dan bewust uit. Wij proberen op afstand te blijven.'

This entry was posted in In de media, Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*