Een goed en betaalbaar huis voor iedereen

Uit: Trouw, 30 maart 2006
Door: Kirsten Verdel

De doorstroming op de woningmarkt komt maar niet op gang: er is domweg te weinig om naar door te stromen. Dat gat moet nu maar eens dicht.

In Trouw van dinsdag 28 maart schetst Karen Zandbergen uitgebreid de ontwikkelingen in het woningbouwbeleid van de afgelopen decennia. Uitgebreide sturing of slechts belemmeringen wegnemen, het hele spectrum is in die tientallen jaren en in dit artikel langsgekomen. De huidige filosofie is dat de markt leidend zou moeten zijn. ‘Minister Dekker bouwt geen woningen, maar houdt zichzelf verantwoordelijk voor de randvoorwaarden.’ Sociale woningen geeft Dekker in theorie alleen aan mensen die daar echt behoefte aan hebben. ‘Van Dekker krijgt iemand met een inkomen boven de 33.000 euro geen sociale woning meer.’

De theorie is wat mij betreft echter ondergeschikt aan de praktijk. En die leert ons dat de doorstroming op de woningmarkt nog steeds niet op gang komt. Er is namelijk te weinig om naar door te stromen. Zo is bijvoorbeeld het gat tussen sociale woningbouw en een woning op de vrije markt te groot. Dit komt onder andere doordat gemeenten zelden een eenduidige definitie van ‘sociale woningbouw’ hanteren. Hierdoor lopen de maximumprijzen van sociale woningbouw in bijvoorbeeld Zuid-Holland uiteen van 331 tot 605 euro. Huizen in de hoogste categorie kun je met die prijsstelling nauwelijks meer sociale woningen noemen.

Ook wordt er gegoocheld met nieuwbouwcijfers. In Rotterdam presenteerde voormalig wethouder fysieke infrastructuur Marco Pastors onlangs vol trots 3000 nieuw gebouwde woningen. Hij zei er niet bij dat er tegelijkertijd meer dan 3000 woningen gesloopt waren. En die nieuwe woningen waren voornamelijk in het middeldure en dure segment. Daar zien we nu leegstand, terwijl gewone Rotterdammers geen betaalbare woning in de stad kunnen vinden. Juist starters en doorstromers moet je niet de stad uit willen jagen.

Er moet meer aandacht komen voor de doorstroming vanuit sociale woningbouw naar middeldure huur- of koopwoningen. Met name het gebrek aan betaalbare koopwoningen in die prijsklasse baart zorgen. Kunstmatig grenzen oprekken van sociale woningbouw, om welke reden dan ook, moet snel stoppen. 187.000 euro voor een koopwoning (gemeente Alkemade) is echt geen betaalbare sociale woning. Vanuit een grote stad met een huur van 350 euro per maand wegens gebrek aan doorstroom verhuizen naar een randgemeente waar een sociale huurwoning 600 euro kost, is voor velen geen betaalbare optie.

Er moeten goede afspraken komen met rijk, provincies, gemeenten, regioverbanden, woningbouwcorporaties en projectontwikkelaars over welk aantal en soort woningen in welke prijsklasse moet worden gebouwd. En er moeten meer corporatiewoningen aan zittende huurders worden verkocht. Als we het gat tussen sociale en dure woningen willen overbruggen, dan moeten we zorgen voor een trapsgewijze opbouw van prijzen op de woningmarkt. De kloof tussen goedkope en dure woningen is voor teveel mensen nu onoverbrugbaar. Waar een wil is is een weg. En die weg leidt hopelijk naar een goed en betaalbaar huis voor ieder die daar naar op zoek is.

Kirsten Verdel is bestuurskundige en lid Provinciale Staten PvdA Zuid-Holland

This entry was posted in Politiek, Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*