Lezing Kirsten Verdel: Dromen van Rembrandt en de pelgrims

Lezing door Kirsten Verdel – Leiden, november 2017

Ik ben gevraagd om te proberen de geschiedenis van Rembrandt en van de pelgrims aan elkaar te knopen, en die ook nog eens in verband te brengen met de verhouding tussen de toenmalige gouden 17e eeuw, en onze huidige 21e eeuw. Een aardige uitdaging, zo kan ik u verzekeren, maar ik heb een poging gewaagd die ik nu voor u uiteen wil zetten.

We beginnen het verhaal in 1606, het jaar waarin Rembrandt Harmenszoon van Rijn werd geboren. Dat was precies rond dezelfde tijd dat een groepje zogeheten puriteinse Calvinisten uit Engeland vluchtte naar Nederland, op zoek naar een plek waar ze in vrijheid hun religie konden beoefenen en in staat konden zijn om door henzelf gestelde regels te leven. Die vluchtelingen trokken om onbegrijpelijke redenen niet metéén naar Leiden, maar togen eerst naar… Amsterdam, waar ze het uiteraard maar enkele jaren uithielden. Niemand houdt het daar lang uit, tóch?

In 1609, toen Rembrandt drie jaar oud was, verhuisden de vluchtelingen vanuit Amsterdam naar Leiden, waar ze het een stuk langer uithielden. Ze zouden hier elf jaar zouden verblijven.

Rembrandt had geluk dat hij juist in deze periode kon opgroeien. Hij was het negende kind van een welgesteld gezin en groeide op in relatief welvarende omstandigheden. En dan ook nog eens net in de periode dat de 12-jarige wapenstilstand van de 80-jarige oorlog plaatsvond. Hij kon zich dus in vrijheid ontplooien.

De Engelse vluchtelingen hadden het zwaarder. Ze vonden de Nederlandse samenleving te libertijns, en economisch gezien hadden ze het moeilijk. Daarom besloot een groot deel van hen in 1620 naar de Nieuwe Wereld te vertrekken, op zoek naar nieuwe kansen, naar een plek die ze echt voor zichzelf konden bouwen.

Rembrandt was toen inmiddels 14, en werd in datzelfde jaar door zijn ouders ingeschreven bij de Universiteit van Leiden. Op zijn 14e al ja. Maar denk nu niet dat dit de aanzet was voor een grootse en meeslepende carrière in de wetenschap; want bij dat inschrijven bij de universiteit is het zo ongeveer gebleven: Rembrandt wist op zijn 14e namelijk al een tijdje wat zijn toekomstdroom was: hij wilde schilder worden. Dat was zijn toekomstdroom. Zoals de Engelse vluchtelingen de Nieuwe Wereld dus als toekomstdroom hadden.

Zowel Rembrandt als de pelgrims zetten rond 1620 koers naar die nieuwe toekomst. Rembrandt was inmiddels in de leer bij historieschilder Jacob van Swanenburgh, de pelgrims zetten via een kleine omweg voet aan boord van het nu beroemde schip de Mayflower.

Zowel de pelgrims als Rembrandt hadden op zich een mooi moment gekozen -of getroffen- om aan hun toekomst te bouwen: de gouden eeuw was net begonnen, dé bloeiperiode op het gebied van handel, wetenschap en kunsten. Het leverde gunstige omstandigheden op voor Rembrandt om zijn talent voor de schilderskunst te kunnen en laten ontplooien. En met succes. In de loop der jaren zou Rembrandt uitgroeien tot een gerenommeerd schilder. Hij maakte naast honderden schilderijen en etsen ook zo’n 2000 tekeningen. En dat leverde hem flink wat op: de gemiddelde prijs voor een schilderij van Rembrandt was 340 gulden. Dat terwijl een ambachtsman op zo’n 250 gulden zat. Per jaar. En dan was Rembrandt ook nog eens een slimme ondernemer, want leerling schilders moesten hem 100 gulden per jaar betalen, wat ook nog eens 2500 gulden op jaarbasis opleverde.

In het beloofde land Amerika troffen de pelgrims een wat minder fortuinlijk lot. Door ziekten overleed bijna de helft van de mensen die de reis met de Mayflower hadden doorstaan al voor het einde van de eerste winter. De pelgrims bouwden snel aan een nederzetting, maar honger werd een gevaarlijke vijand. Na de hongerwinter kregen ze echter hulp van de Wampanoag, een indianenstam die hen leerde hoe ze bepaalde gewassen moesten verbouwen in het nieuwe land. Dit was de redding voor de pelgrims. In het najaar hadden ze een goede oogst, waar ze uiteraard heel dankbaar voor waren. Althans, dat is wat er uit de overlevering over is gebleven, de gedachte dat in deze levensreddende oogst de oorsprong te vinden is van het fenomeen Thanksgiving. Ze zeggen altijd: never mess with a good story, maar de eerlijkheid gebied natuurlijk wel om te zeggen dat er bewijsmateriaal is dat er al in 1564, dus meer dan 50 jaar eerder, een Thanksgiving feest werd gevierd in de buurt van het huidige Jacksonville in Florida. En belangrijker nog, het 1621-feest was helemaal geen dankwoord vanuit het perspectief van de Pelgrims. Zoals zij het begrepen, was een dankzegging een plechtige viering, een ‘heilige dag’ gewijd aan aanbidding ter erkenning van een specifieke, buitengewone zegening van de Heer. Dat had dus niet zoveel met die oogst te maken. Maar, zoals gezegd: never mess with a good story! Zeker niet als Leiden hier linksom of rechtsom een rol in speelt!

Maar goed, ook na de initiële problemen die de pelgrims met de moeilijke reis naar Amerika en de harde hongerwinter ondervonden, werd het leven voor de groep weliswaar stabieler, maar bleef het toch zwaar. Ze hadden minder geluk dan bijvoorbeeld een groep pelgrims die pas in 1630 naar de Nieuwe Wereld zou afreizen, en het rijke Boston zou stichten. Nee, de reizigers die met de Mayflower mee waren gekomen hadden juist voortdurend te maken met economisch moeilijke omstandigheden. Ze konden een aardig bestaan opbouwen, maar de economische welvaart in bijvoorbeeld Boston, daar kwamen ze niet in de buurt. Misschien is dat ook wel de reden dat er veel informatie te vinden is over de reis naar Amerika en het moeilijke eerst jaar, maar relatief weinig over de vele decennia daarna, waarin het leven voor de meeste overlevers uit de groep maar een beetje voortkabbelde. In 1692 werden hun nederzettingen dan ook roemloos -toen althans- geabsorbeerd in de grotere entiteit van Massachusetts.

Hoewel ze economisch gezien wellicht wat minder fortuinlijk waren, hadden ze inmiddels echter wel de basis gelegd voor een rijke toekomstige geschiedenis van Amerika. Maar liefst negen Amerkaanse presidenten stammen af van de pelgrims: Grant, Coolidge, Adams, Quincy Adams, Taylor, Franklin Deleanor Roosevelt, Bush jr, Bush senior en zelfs Barack Obama. Dat waar de enige afstammeling van Rembrandt die in 1991 na langdurig onderzoek gevonden kon worden momenteel een loodgieter is, en die is dan niet eens een directe afstammeling van Rembrandt zelf, maar van zijn broer Adriaen, maar dat terzijde. Wat de grote namen die van de pelgrimfamilies afstemmen betreft zou je kunnen zeggen dat de pelgrims wellicht niet voor henzelf de grote kansen van de gouden eeuw hebben weten te verzilveren, maar dat ze die toekomst wel mogelijk hebben gemaakt voor talloze generaties na hen. En dat is hun nalatenschap.

Rembrandt intussen verging het in Nederland dus wat beter. Zijn werken verkochten goed, hij gaf geld uit als water, hij had veel status en aanzien en hij kon en wist zich als kunstenaar op fantastische wijze te ontwikkelen. Het leverde een lange lijst aan schilderijen op die nu als meesterwerken worden beschouwd, van het Joodse bruidje tot de Staalmeesters, van Titus aan zijn lezenaar tot De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp, -die laatste vind ik altijd een beetje eng, alsof je naar zo’n ziekenhuisdocumentaire zit te kijken waarin ze een open hart operatie uitvoeren. En dan is er natuurlijk zijn beroemdste werk, de Nachtwacht, die hij in 1642 schilderde, zodat de Amerikaanse president Barack Obama, nagezaat van de pelgrims, deze 372 jaar later zou kunnen bekijken. En zo is de cirkel met de pelgrims natuurlijk weer rond.

Even serieus: heel veel parallellen tussen de strijd van de pelgrims en de carriere van Rembrandt zijn er natuurlijk niet. Waar de pelgrims het eigenlijk voortdurend moeilijk hadden, heeft Rembrandt het relatief makkelijk gehad. Tot hij zichzelf voor de voeten ging lopen door teveel geld uit te geven, wat leidde tot een faillissement. Maar zelfs dát heeft zijn carriere uiteindelijk niet gebroken, hij is altijd gewoon doorgegaan met schilderen en tekenen. Zoals de pelgrims altijd doorgingen met leven en bouwen. Ze moesten wel. Iedereen moest wel. Iedereen moet wel. Ook nu geldt:, anno 2017 allemaal bouwen we aan een toekomstdroom. Voor de een is die ‘schilder worden’, voor de ander ‘het opbouwen van een bestaan in Amerika.’ En met die beide opties kún je dus ook heel erg beroemd worden. Ook honderden jaren later nog. Want niet alleen in Amerika, maar zelfs in Nederland, of in ieder geval Leiden, vieren we zoals vandaag Thanksgiving, geïnspireerd nota bene op Leidens Ontzet. Net zoals Rembrandt tot op de dag van vandaag wordt herdacht en bewonderd in zowel Amerika als Nederland, en ver daarbuiten.

De Gouden Eeuw heeft met de pelgrims en Rembrandt en tal van andere gebeurtenissen en personen veel moois voortgebracht. We associëren die tijd met groei en bloei. Met vooruitgang. Met het streven naar een betere toekomst, een tijd waarin mensen durfden te dromen. We kijken er vaak met gevoelens van nostalgie op terug. Soms zijn die terecht, de werken van Rembrandt zíjn immers toch mooi? Het verhaal van de pelgrims ís immers toch inspirerend geweest voor talloze generaties sinds het vertrek van de Mayflower?

Toch is het ook wel tricky, om niet te zeggen gevaarlijk om het verleden te romantiseren. Niet iedereen kijkt er hetzelfde op terug. Om een mooi voorbeeld te geven, neem de Nachtwacht. Volgens het Rembrandthuis is de Nachtwacht, en ik citeer: ‘een groepsportret van schutters. Dat waren weerbare mannen die, als de nood aan de man was, oproepbaar waren om de stad te verdedigen of oproeren te onderdrukken. Rembrandt koos voor een gedurfde compositie. De mannen zijn in volle actie, bezig zich te formeren. Door de wijze waarop Rembrandt de figuren heeft gerangschikt, is een grote levendigheid bereikt. Dat wordt versterkt door de in het oog springende werking van licht en donker. De schutters lijken uit een donkere poort in het volle licht te treden.’

Mooi verhaal, toch?

De Engelse krant The Guardian keek er na de heropening van het Rijksmuseum in 2014 echter met heel andere ogen naar. Ik citeer wederom: ‘Iedereen op het schilderij kijkt ergens anders naar en elke figuur is anders uitgelijnd. In plaats van discipline suggereert Rembrandt iets dat dichter bij chaos in de buurt komt. Het lijkt een beetje op de comedyserie Dad’s Army. Waarom wordt de Nachtwacht beschouwd als een nationaal symbool terwijl het de Nederlanders lijkt te bespotten als parttime soldaten en dwaze burgers?’ Einde citaat.

Kortom: wat voor de één wit is, is voor de ander zwart. Wat voor de pelgrims de redding betekende, de hulp van de Wampanoag, betekende voor een deel van die Wampanoag en voor tal van andere inheemse stammen juist het einde, bijvoorbeeld door vanuit Europa overgedragen ziektes.

De Gouden Eeuw moeten we dus ook kritisch bekijken, alleen al omdat dat lessen oplevert voor onze eigen 21e eeuw. Net als toen zijn er ook nu veel ontwikkelingen, veel innovaties, en is er sprake van meer migratie dan ooit, met alle positieve en negatieve gevolgen van dien. In Amerika is die discussie natuurlijk heel actueel, met Trump die een muur met Mexico wil bouwen om migranten buiten de deur te houden, en die een reisverbod voor mensen uit een aantal landen in wil stellen, terwijl er tegelijkertijd een enorme behoefte is aan innovatieve en goedkope arbeidskrachten. Dat bijt elkaar dus. Ben je nu welkom of niet? Krijg je nu kansen of niet? En grijp je die aan of niet? Krijg je de kans om aan een betere toekomst te bouwen?

Dat laatste, het krijgen van kansen, dat is misschien nog wel de belangrijkste link tussen Rembrandt en de pelgrims. Waar Rembrandt in 1606 het levenslicht zag en vanaf het begin die kans in de schoot geworpen kreeg én daadwerkelijk aangreep om zijn dromen waar te maken, namen de pelgrims in datzelfde jaar het heft in eigen hand om hún eigen toekomst te verbeteren, via Amsterdam en Leiden tot uiteindelijk het beloofde land, Amerika.

Wij hebben die kansen ook allemaal gehad. Zoals we hier in deze zaal bijeen zitten, weten we dat het leven soms heel zwaar kan zijn, maar dat we over het algemeen het geluk hebben om in Nederland geboren te zijn en om hier te mogen leven. Ook in Amerika heerst ondanks alle misere die je soms met name in het heartland van de de Verenigde Staten kunt vinden, bij de meeste mensen nog altijd de keiharde overtuiging dat iedereen in Amerika in staat is The American Dream te realiseren.

We zijn de pelgrims dankbaar voor het creëren van het fundament van de vrije wereld. En we zijn Rembrandt dankbaar voor zijn prachtige kunstwerken, wat de Guardian ook zegt. En dat op Thanksgiving Day. En zo is de cirkel wéér rond.

This entry was posted in Uncategorized and tagged , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*