Live vanuit Zuid-Afrika – blog 2

Oke, we hebben weer even internet. Waar was ik gebleven? Ah ja: bij dag 3 ongeveer. Welnu, het was koud, koud, koud. We werden dan ook niet voor niets getipt dat alleen een slaapzak ‘s nachts niet genoeg zou zijn; of we niet even ergens een extra deken wilden kopen. Ik ben blij dat ik dat gedaan heb, want zelfs met die deken is de Zuid-Afrikaanse winter nog steeds erg koud.

Een en ander werd goedgemaakt door een leuke boottocht in een lagune, gevolgd door een bezoek aan een strand. Een relaxte dag waarin we weer een paar honderd kilometer reden en waarna we ‘s avonds in een hostel in plaats van op de camping verbleven. Ik gebruikte die tijd om de documentaire Burma VJ op mijn iPhone te kijken. Erg boeiend, maar jammer dat het verhaal ophoudt in 2008, terwijl er afgelopen jaar ook aardig wat ontwikkelingen zijn geweest in Burma. In de docu wordt goed duidelijk hoe ongelooflijk moedig de monniken waren die het protest tegen de regering leidden. Van een groep van meer dan 200 van hen verdween uiteindelijk iedereen. In de docu zie je maar 1 iemand weer opduiken. Helaas wel in een rivier, dood… Het regime heeft ondertussen de touwtjes weer volledig in handen.

Terug naar ZA. Gisteren bezochten we een township in het stadje Knysna. De ‘woningen’, bestaande uit plastic, planken, spaanplaten en oud ijzer zien er veelal uit als slecht gelukte huttenbouwhutten. Maar er zijn wel lichtpuntjes; steeds meer krotten verdwijnen om plaats te maken voor stenen huisjes die de Zuid-Afrikaanse overheid gratis verstrekt. Gratis toegang tot schoon water is er al, het probleem is alleen dat meer dan 200 mensen telkens gebruik moeten maken van letterlijk 1 kraantje. Maar, nogmaals: de beweging de goede kant op zit er in. Er zijn steeds meer mensen die zich uit de sloppenwijk weten te vechten. Knysna is daar een mooi voorbeeld van: er wonen 20.000 mensen in de sloppenwijk, waarvan er inmiddels 1500 richting de stadskern hebben kunnen verhuizen, die net zo rijk en westers en schoon is als elk willekeurig dorp in Nederland. Het kost alleen zoveel tijd…

In de middag reden we richting de 2-na-hoogste bungy jump ter wereld (hoogste is Macau, 233 meter, gevolgd door een in Zwitserland van 220 meter), van 216 meter hoog. Ik besloot om geen 60 euro uit te geven aan een sprong, daar ik het al drie keer eerder had gedaan en de vrije valtijd maar relatief kort was (4 seconden). Dat vond ik het gek genoeg niet waard. Als ik nog nooit eerder had gesprongen had ik het zeker wel gedaan, maar nu dat niet het geval was…

Na een geweldige wandeling de bergen op bij de oceaan, kwamen we bij een lookout punt waar ik steil van achterover sloeg. Van het uitzicht dus. Werkelijk fenomenaal. En met de ondergaande zon op de achtergrond en een drietal apen op ons wandelpad was het feest meer dan compleet.

Vandaag begon de dag met een canopytour, waarbij je door boomtoppen ‘zippet’. 10 zips verder en 35 euro armer was ik weer terug bij het kampeerterrein, waar ik kon genieten van het -eindelijk- prachtige weer. Waar het tot nu toe telkens hooguit 15 graden was, steeg de temperatuur vandaag naar 20 graden, onder een strakblauwe lucht. Morgen schijnt het zelfs 28 graden te worden. In de winter dus. Ha!

Na een korte pauze huurde ik een mountainbike voor een spectaculaire tocht door de bergen. Vijf kilometer naar beneden, in een noodvaart, vervolgens vijf kilometer klimmen, om daarna weer bij het lookout punt van gisteren uit te komen. Dit keer zag ik wat ik gister al had gehoopt te zien: walvissen!! Twee stuks om precies te zijn. En onder de zon en eerdergenoemde strakblauwe lucht, en helemaal in mijn uppie bovenaan die berg, was dat toch wel een heel mooi moment.

Inmiddels weer terug op de camping, even snel mijn mail gelezen en nu deze blog getikt. Ik heb werkelijk geen flauw idee waar we morgen heen gaan. En zo hoort het. 🙂

This entry was posted in Reizen, Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*