Sierra Leone dag 2: Wat komen we hier doen?

Zo. De start is gemaakt met de terugblik op onze reis naar Sierra Leone. Maar misschien heb je nog geen idee wat we daar gingen doen. En wie ‘we’ zijn. Welnu: Sander is de hoofdredacteur van de Straatkrant en ik ben gewoon ik. Google maar een beetje, dan vind je van alles. Met het idee om op de vergeten plekken op de wereld hulp te gaan bieden besloten we naar Sierra Leone te gaan. Waarom Sierra Leone? Omdat dat officieel het armste land ter wereld is. Waar kun je beter beginnen? Het idee was om vooral zoveel mogelijk van het land en bestaande hulpprojecten te gaan bekijken. Een verkenningsmissie, om later te kunnen beslissen welke hulp het hardste nodig was en wat we dan het beste konden doen.

We waren allebei nog nooit in Afrika geweest en dan is Sierra Leone wel een heel bizar land om mee te beginnen. Al snel vonden we een heleboel dingen uit: Er is sinds 1981 geen elektriciteit in Sierra Leone, er zijn nauwelijks verharde wegen, er rijden geen treinen, het water dat uit waterputten komt en waar bijna iedereen van leeft is heel onveilig, er is geen voedselzekerheid, er zijn maar drie universiteiten in het hele land, dat net zo groot is als Nederland en Belgie tezamen. Er zijn 15 afgestudeerde dokters, waarvan er 9 naar het buitenland zijn vertrokken. Dat betekent dat er nog ongeveer 1 dokter op elke miljoen inwoners van Sierra Leone is. Er zijn geen (!!) fabrieken in Sierra Leone, maar wel veel Libanezen die het land volledig plunderen. Alles waar je ook maar een beetje geld mee kunt verdienen, van supermarkt tot benzinestation en van restaurant tot diamantmijn, wordt gerund door Libanezen die er met het geld vandoor gaan. De helft van de Libanese economie draait op in feite gestolen geld uit Sierra Leone. Het is ontluisterend.

Ook is 70 procent van de bevolking ongeletterd en gaan 1 op de 3 kinderen voor ze hun 5e verjaardag hebben bereikt dood. 1800 op de 100.000 vrouwen sterft bij de bevalling van hun kind. De belangrijkste reden daarvoor is dat de gemiddelde leeftijd waarop vrouwen er voor het eerst kinderen krijgen 13,5 is. Dan is een lichaam natuurlijk helemaal nog niet klaar voor een zwangerschap.

Maar voor ik nog meer statistieken naar jullie hoofd slinger, gaan we eerst even terug naar ons verblijf. De eerste volle dag was 17 april.

Daarna reden we naar de grootste vuilnisbelt van Freetown. Dat zou de voor ons meest ontluisterende ervaring worden. Ik voel me nog steeds ongelooflijk machteloos en verdrietig als ik aan dat bezoek denk. Maar natuurlijk mochten we er niet meteen heen. Eerst moest er toestemming worden gevraagd bij het hoofd van de vuilnisbelt, enige honderden meters verderop. We werden ontvangen op een site van de gemeentewerken, waar allemaal supermoderne en gloednieuwe vuilniswagens stonden. Een gift. En een fantastische gift, want zelf hebben de Freetowners absoluut niets wat erop lijkt. De toestemming kwam al snel, waarna we terug reden naar de vuilnisbelt.

De vuilnisbelt stond in brand. Al maanden, wist iemand ons te vertellen. In de dikke, vieze en uiteraard zwaar vervuilde laag rook waren tientallen kinderen en volwassen in het vuilnis aan het zoeken naar waardevolle materialen. Zonder enige bescherming en soms op blote voeten. Normaal gesproken hoort het vuilnis met zware tractors uit elkaar getrokken te worden, maar die machines waren uiteraard stuk. Dus gebeurde het met de hand. Ondertussen werden we belaagd door eerst tientallen en later honderden kinderen die op ons af kwamen rennen. ‘Oputtu, Oputtu, snap me, snap me!’ riepen ze. Oputtu betekent white men, en met ‘snap me’ vroegen ze of we foto’s van ze wilden maken. Ik begon foto’s te maken, eerst enkele, toen tientallen. Het was alsof de kinderen hun bestaan verzekerd zagen door op een foto te staan. Ik voelde me machteloos, kwaad, verdrietig en een beetje paniekerig. Hoe konden we hier zo snel mogelijk iets aan doen? Aan deze bizarre situatie waar kinderen leven en werken op vuilnis, letterlijk tussen de varkens die er rondliepen. In de giftige dampen van de in brand staande puinhopen. Er liep een stroompje water door de vuilnisbelt, waarlangs een houten hok stond. Een wc. De uitwerpselen kwamen direct in het stroompje terecht. Op nog geen meter afstand stonden een paar hele jonge kinderen zich te wassen. Het was onwerkelijk. Maar het meest bizarre moest nog komen: in de menigte kinderen voelde ik ineens dat iemand aan mijn blouse trok. Ik negeerde het eerst, maar het ging maar door. Uiteindelijk keek ik omlaag en zag daar een 5-jarig jongetje die met bijna paniekerige ogen op mijn blouse wees: Daar zat namelijk… een vlek op. Toen wist ik echt even niet meer hoe en waar ik moest kijken. Zo onwerkelijk, zo onrealistisch. Zo ongelooflijk. Dat zo’n jongetje zich in al zijn naiviteit daar druk om maakte…












We bleven nog lang op de vuilnisbelt, om foto’s en filmopnames te maken, om te praten met kinderen, zoals de 18-jarige Mohamed die al 10 jaar op de vuilnisbelt woont. Nu ja, woont… verblijft in een krot samengesteld uit afval van diezelfde vuilnisbelt. Zijn hand was gewond en hij is continu ziek. Ik drukte hem 20.000 Leones in zijn handen, ongeveer 10 euro. Genoeg voor de komende twee weken.

Meer dan 400 mensen bleken op de vuilnisbelt te wonen, in krotjes en lemen hutjes. Geen van de kinderen gaat naar school, er is geen hygiene, geen schoon water, en de rook van de vuilnisbelt is continu en overal. Aan de rand van de vuilnisbelt is een begraafplaats. Hoe symbolisch wil je het hebben? Volwassen mannen en jongens van een jaar of 15 hakken met de hand stenen stuk in de brandende zon voor een paadje waar auto’s over moeten kunnen rijden. Het leven is er keihard en meedogenloos. Voor zover je het een leven kunt noemen.

De cultuurschok kwam ‘s avonds, toen we met Mohamed en Abdul naar het strand in de wijk Aberdeen reden. Een prachtig strand, waar nog geen tien mensen op liepen. Palmbomen aan de randen, een warme zee en prachtig weer. Sander dook het water in, onderwijl aangeschouwd door een jong meisje met een bochel, die nauwelijks kon lopen. Ook haar gaven we geld, net zoals zoveel andere gehandicapte kinderen die we in de twee weken in Salone tegen zouden komen.




Bij een van de zeer weinige strandtenten ontmoette ik Adino (zie foto hierboven waarop ik samen met hem sta), een voormalig rebel die nu in een rolstoel zit omdat zijn been geamputeerd is. Hij vertelde vrijuit over de oorlogstijd. Dat hij zelf talloze mensen heeft vermoord en later wegvluchtte bij de rebellen en in de Civil Defense Force ging vechten. Dat was een verzameling van burgers die het zat waren dat iedereen hen maar aanviel. de CDF vocht uiteindelijk echter ook weer tegen diezelfde burgers. Het was chaos. Nadat Adino gevlucht was, werd hij uiteindelijk weer gepakt door de rebellen. Toen verloor hij zijn been. Sindsdien zit hij bij het strand, als bedelaar. Al jarenlang. We hadden het over politiek. Nu ja, hij lachte en zei dat hij het geen ‘politics’ noemde in Sierra Leone, maar ‘politricks’. Sierra Leone is niet alleen het armste land ter wereld, maar ook 1 van de meest corrupte. We beloofden later in de week terug te komen. Een belofte die we wegens tijdsgebrek niet waar konden maken, daar voel ik me nu nog schuldig over.

Op weg naar huis reden we langs talloze markante punten: het verblijf van de president, wat niet veel meer was dan een kleine villa. Het parlement, kantoren van de VN, ministeries, het afgebrande stadshuis, een eeuwenoude boom. Het was sightseeing Freetown in een half uur tijd.

Ondertussen ging het gesprek over armoede. Sander legde uit dat in Nederland steeds meer mensen in de problemen komen door schulden die ze opbouwen dankzij leningen van Frisia Financiering en andere soortgelijke leenbanken. Mohamed verzuchtte: ‘When you take loan, you become a slave’. Sierra Leonezen lenen niet. Dat kan ook niet, want er zijn geen banken die geld uitlenen. Niemand kan het terug betalen! Alleen met microkredieten wordt daar veel bereikt. Later zouden we daar nog veel (goeds) over horen. Mohamed legde ook uit hoe veel NGO’s en hulporganisaties te werk gaan in Sierra Leone. Ze komen er naartoe met in hun hoofd wat ze willen doen: een school bouwen, of een medische post, of een weeshuis. Maar ze hebben dan niet eens aan de lokale bevolking gevraagd wat er nodig is. Zo was er een Canadees die een school wilde bouwen, terwijl er gigantische behoefte was aan een medische post. Maar daar had hij geen geld voor ingezameld, dus dat kon niet. Na veel gedoe kwam de medische post er, maar de mensen van de school voelden zich bedrogen en wilden ook iets. Dus kwam er ook een school. Mohamed: ‘You can not come for peacebuilding and create conflicts.’ Een wijze les.

This entry was posted in Reizen, Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*