De Nieuwe Reporter: Bill Clinton begrijpt de nieuwscyclus van de 21e eeuw niet


Bron: http://www.denieuwereporter.nl/?p=1807#more-1807.

“De belangrijkste verandering in de afgelopen jaren is de snelheid waarmee nieuws wordt gepubliceerd', zo opent Jim Vandehei het gesprek. Vandehei is de ecexutive director van Politico, een van de meest populaire en meest bezochte politieke websites in de Verenigde Staten. “Ik interviewde in de voorverkiezingen een medewerker van Hillary Clinton's campagneteam, en vroeg naar de toegevoegde waarde van Bill Clinton', zo vervolgde hij. “De medewerker zei dat die toegevoegde waarde niet heel groot was, omdat Bill de nieuwscyclus van de 21e eeuw niet begreep. Dat laat wel zien hoe snel dingen zijn veranderd, want het is nog helemaal niet zo lang geleden dat Bill Clinton president was. En neem Obama's speech in Invesco Field vorige week. De 84.000 bezoekers daar werden gevraagd om hun mening over bepaalde zaken te sms’en. Dat was pure data mining, de campagne wilde die informatie hebben om in hun database te stoppen en de sms'ers later op te roepen om mee te werken aan de campagne.'

Twitter-zinnetjes

Catalina Camia, politiek redacteur bij USA Today, merkt op dat iedereen tegenwoordig journalist kan zijn. “Iedereen met een computer kan publiceren. Maar waar de inhoud koning zou moeten zijn, is in veel gevallen diepte en analyse zo goed als verdwenen. Alles moet zo snel mogelijk online komen. Door de toegenomen snelheid waarmee nieuws gepubliceerd moet worden, is de kwaliteit in veel gevallen achteruit gehold.'

Nina Easton, editor bij Fortune, is het met Camia eens. “Er is inderdaad veel kwaliteit verloren gegaan. Neem bijvoorbeeld die lange, twaalf pagina tellende achtergrondverhalen in magazines waarin je alle ins en outs van een presidentskandidaat leerde kennen. We zijn van dat soort verhalen naar columns, blogs en nu twitter-zinnetjes gegaan. En als je de moeite neemt om anno 2008 een lang achtergrondverhaal te schrijven, dan leest niemand het, want het is geen stof voor een gesprek bij de koffieautomaat. Die gesprekken gaan alleen maar over wat er in de laatste seconde is gebeurd, alles ouder dan dat is prehistorie.'

Affaire

Mark McKinnon, voormalig hoofd media-adviseur van zowel John McCain als George Bush, mengt zich ook in het gesprek. Maar niet nadat hij duidelijk maakt waarom hij niet langer voor McCain werkt. “Ik heb een tijd geleden uitgebreid met Obama kunnen spreken, nog ver voordat bekend was dat hij de Democratische en McCain de Republikeinse kandidaat zou worden. Ik was zeer onder de indruk van Obama en heb me toen voorgenomen om uit de campagne te stappen als Obama en McCain het onverhoopt tegen elkaar zouden moeten opnemen. Dat heb ik dus ook gedaan toen dit ongedachte scenario gebeurde.'

McKinnon legt uit dat het niet alleen journalisten zijn die sneller publiceren. Ook de campagneteams hebben het tempo opgeschroefd: “Alles gaat sneller, ook het verwerken van nieuws. Als er vroeger – en dan heb ik het over een paar jaar geleden – een onderzoeksartikel werd gepubliceerd waarin een schandaal openbaar werd gemaakt, was het soms grote paniek in de tent. Maar tegenwoordig is bijna elk schandaal na 24 uur alweer vergeten. Bijna niemand heeft het nog over de affaire van John Edwards. Daardoor is de controle binnen campagneteams ook teruggeschaald. Vroeger moest je door tig lagen heen om toestemming te krijgen om een bericht naar de media te sturen, tegenwoordig kan dat vrijwel meteen de deur uit, per Blackberry. Soms gaan berichten direct naar de achterban. Binnen een paar seconden kun je een oproep aan zes miljoen supporters de deur uitsturen. Een verzoek om een financiële bijdrage, of om andersoortige actie te ondernemen. Dat is een machtig middel. En je hoeft er je bed niet eens voor uit, een klik op de “send' button is voldoende.

McKinnon zegt het niet eens meer noodzakelijk is om echt nieuws de wereld in te sturen. “In 2004 maakten we voor Bush scripts voor tv-spotjes. Die scripts stuurden we naar de media, die het vervolgens als breaking news brachten. Het spotje bestond alleen nog niet eens. Kerry's campagneteam reageerde dan met een tegenscript, waar ook nog geen filmpje bij was. Dat werd dan later op de dag snel in elkaar gefietst. Het doel van dit soort rapid response acties is om de algemene impact en berichtgeving van de campagne zo veel mogelijk te sturen. Daar gaat het om.'

De laatste die zich in het debat mengt, is Roger Simon, hoofd politiek redacteur bij Politico. “De controle wordt inderdaad lakser, soms omdat het kan, maar soms kan het ook niet. De afgelopen week heeft in het teken gestaan van het ene na het andere schandaal over Sarah Palin. Het lijkt er op dat John McCain haar niet eens gegoogled heeft voor hij haar de VP-positie aanbood. Tempo in de campagne houden is niet altijd goed, en naast de duizenden reguliere journalisten zijn er nu ook nog eens miljoenen burgerjournalisten die ook weten hoe LexisNexis en andere zoekprogramma's werken. Die gaan met alle liefde graven in de donkere kelders van de verledens van de kandidaten.'

Wrevel

Het gespreksonderwerp draait langzaam richting de verhouding krant-website. Vandehei: “In het begin was er veel wrevel tussen de redacties van de papieren versie van Politico en de website. Maar we zijn die eerste fase goed doorgekomen, en iedereen begrijpt nu dat samenwerking beide departementen sterker maakt. De krant wordt nog steeds goed gelezen, omdat het zijn eigen niche heeft. De distributie is vooral gericht op Washington DC, waar senatoren en congresleden vaak in urenlange sessies zitten waarin ze meer dan genoeg tijd hebben om het op hen toegespitste nieuws door te nemen. En op de site houden we ook rekening met verschillende doelgroepen. Dat is van groot belang om nieuwe media succesvol in te zetten. De ene lezer wil 100 woorden, de ander wil meer achtergrond en leest stukken van 1000 of wel 1500 woorden. Als je je dat realiseert, dat er verschillende behoeften zijn, dan kun je je product ook veel beter marketen bij adverteerders. Ik verwacht dat het business model voor online adverteren de komende jaren nog ingrijpend zal veranderen.'

Simon vult lachend aan: “Ik zat onlangs bij C-Span, waar een kijker meldde gefrustreerd te zijn over de berichtgeving. Die wilde maximaal 50 woorden, niet meer. Ik zei toen dat wellicht niet elk onderwerp in slechts 50 woorden is uit te leggen. Het Midden-Oosten in 50 woorden, dat zou wat zijn. Mijn rol als journalist is niet om informatie tot zijn absolute kern terug te brengen. Ik stelde dan ook voor aan de klager om zijn horizon te verbreden: ga eens voor 100 woorden, of misschien wel 250.'

Easton sluit af: “Veel of weinig woorden, gedegen onderzoek blijft in de journalistiek van belang. Je weet maar nooit wat er uit komt. Toen de afgelopen dagen het gerucht rond ging zingen dat Sarah Palin niet de moeder van haar kind met Down-syndroom zou zijn, maar haar 17-jarige dochter, dook iedereen daar direct bovenop. Het verhaal bleek niet te kloppen, maar als “side-effect' bleek wel dat die 17-jarige dochter zwanger was. Het is dan verder opvallend dat dat groot nieuws is, terwijl bijvoorbeeld de affaire van John Edwards al snel in de vergetelheid raakte. De mainstream media wilden daar lange tijd niet eens over berichten, tot Edwards de affaire zelf toegaf. Maar zelfs toen was de aandacht maar vluchtig. Als de mainstream media ergens geen verhaal van willen maken, dan komt er geen verhaal. En de meeste mensen krijgen hun nieuws nog steeds van de avondbulletins op televisie, niet van blogs.'


Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *