Veel te vroeg


Gisteren was ik bij de uitvaart van Wim Ijpelaar. De vierde vriend van me die in ruim een jaar tijd is overleden aan die verschrikkelijke, slopende, en vooral ook zo oneerlijke ziekte. Ik weet nauwelijks wat ik moet zeggen, ik ben er zo vreselijk verdrietig en moe van. Eerst Jaap van der Gaarden, mijn oude tekenleraar; een ongelooflijk vriendelijke, aardige, optimistische en zachtaardige man, die na jaren van onzekerheid en telkens terugkerende hoop en af en toe betere tijden de strijd toch verloor. Toen Marc Witteman, een net zo vriendelijke, aardige, optimistische en zachtaardige man, die ik leerde kennen in de tijd dat hij nog gedeputeerde was in Flevoland. Hij leefde nog een jaar, nadat hij voor het eerst hd gehoord dat hij longkanker had. Niet lang nadat Marc ziek werd, kreeg Sabine Nuijten-Geerling, die ik een paar jaar geleden leerde kennen toen ze nog bij PurPur werkte eveneens slecht nieuws te horen: borstkanker. Optimistisch en strijdvaardig als zij was hoopte ook zij er weer bovenop te komen. En even leek dat ook gelukt te zijn, maar toen kwam die vreselijke **** ziekte weer terug. Vorige maand was ik bij haar uitvaart. Zo oneerlijk, zo jong, zo moeilijk.

En toen was Wim al ziek. In maart had hij te horen gekregen dat hij alvleesklierkanker had. Hij hoopte misschien nog wel 5 à 6 jáár te hebben, waardoor ik in eerste instantie min of meer opgelucht ademhaalde. Er was tijd, er was tijd. Maar niets bleek minder waar: hij kreeg amper vier maanden, wat een wanhopig gevoel opleverde: het is allemaal te kort, te oneerlijk, te zwaar, te hard. 

Wim was echt een held voor me. Hij was altijd bezig met skeeleren, schaatsen, racefietsen of mountainbiken. Dan was hij weer een ‘rondje’ op de fiets weg (je weet wel, om het complete IJsselmeer heen), of hij ging een ‘stukje’ schaatsen (de alternatieve Elfstedentocht, en dan een paar dagen later nog eens 100 kilometer). De zeldzame keren dat hij niet aan het sporten was, was hij met zijn vrouw Marianne weg met de camper of bijvoorbeeld aan het wandelen bij de Efteling, waar ze vlakbij woonden. En man, wat genoot ik daar altijd van. Want Wim zette vrijwel altijd foto’s van zijn avonturen op social media. En waar je van veel vakantiekiekjes waarin een ideaalbeeld geschetst wordt wel eens denkt: ‘het was vast niet allemaal zó leuk), wist je bij Wim: dat was het wel. Natuurlijk was het zwaar wat hij deed, met al die duursporten, maar hij genóót er ook vooral van. En daar werd ik dan weer blij van. Altijd het duimpje omhoog, altijd een aardig praatje, hij kende íedereen, en iedereen kende hem, en ik heb met ontzettend veel plezier met hem gefietst, geskeelerd en geschaatst. Voor het laatst nog op Flevonice, toen ik met enige moeite (totaal gebrek aan conditie) één rondje achter Charly Hendriks en Wim Ijpelaar kon blijven plakken. Zij reden doodleuk weer even een 100 kilometer uiteraard.

Twee weken geleden was ik bij hem. Het ging toen al heel slecht, maar wat ben ik ongelooflijk blij dat ik hem toen toch nog heb kunnen zien en spreken. 

En wat was de uitvaart gisteren mooi. Maar ook weer zo dubbel: want ook al vier je bij een uitvaart eigenlijk niet de dood, maar iemand’s leven, het eindigt daar wel. Te vroeg. Te snel. Te kort. 

Wim’s motto was: ‘de pijn van doorgaan stopt. Maar de pijn van stoppen gaat door.’ De pijn over het feit dat hij er niet meer is, en dat Jaap, Marc en Sabine er niet meer zijn, die blijft. Oh wat mis ik ze…








Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *