Integratie: zachte krachten zullen overwinnen

Interview met Kim Putters en Sofyan Mbarki in Lokaal Bestuur maart 2016

‘20% van de Turkse en 15% van de Marokkaanse Nederlanders is overwegend op de herkomstgroep georiënteerd en weinig op Nederland. Zij hebben vooral contacten in eigen kring.’ Vorige week werd het rapport Werelden van Verschil van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) besproken in de Tweede Kamer. Wat kunnen we met het oog op de stroom vluchtelingen die Nederland nu bereikt leren van dit rapport? Lokaal Bestuur vroeg het aan SCP-directeur Kim Putters en het Amsterdamse raadslid Sofyan Mbarki.

Wie: Kim Putters
W
at: Directeur Sociaal en Cultureel Planbureau

Wat is de hoofdboodschap van Werelden van Verschil?
‘Eerst de achtergrond: Motivaction heeft een rapport gepubliceerd dat stelt dat veel Turkse en Marokkaanse jongeren radicaliseren. Dat onderzoek was niet representatief: het werkte met panels waar mensen zich zelf voor moesten aanmelden. Werelden van Verschil is daarna opgesteld, waarbij de methodologie wel juist was. Toen bleek dat het helemaal niet zo is dat veel Turken en Marokkanen op het punt staan een kalashnikov in de hand te nemen. Wel heeft een deel van de jongeren begrip voor organisaties als IS. Maar ja, wat versta je onder ‘begrip’?’

Zit daar verschil in?
‘Bij Turken zien we bijvoorbeeld dat ze zeggen geen geweld aan te hangen, maar ze vragen zich af of Parijs erger is dan Koerdische vrienden in Turkije die uitgemoord worden. Dat soort reacties zijn onder andere terug te voeren op een onevenwichtige informatievoorziening in de media. We hebben het wekenlang over Parijs, maar een aanslag in Istanbul is na een dag weer vergeten.’

En Marokkanen?
‘Bij Marokkaanse jongeren speelt dat zij zich gemangeld voelen tussen twee culturen. In Nederland voelen ze zich sterk gestigmatiseerd; ze horen er minder bij, ondanks dat ze de taal spreken en een opleiding gevolgd hebben. In Marokko zelf worden ze ook minder geaccepteerd. Ze zoeken dus elders naar hun identiteit. Die vinden ze in de islam, die voor hen een uitweg is. En dat veroorzaakt in Nederland juist bij andere groeperingen, die in de media vooral de uitwassen van de radicale islam meekrijgen, weer een versterkt gevoel van onzekerheid.’

Wat kunnen lokale politici met deze wetenschap?
‘Besef dat er verschillen zijn tussen etnische minderheden. Je kunt ze niet over één kam scheren. Benoem problemen gericht en ga de dialoog aan. Toen Lodewijk Asscher ons rapport in ontvangst nam, gingen 40 studenten daarbij met elkaar in gesprek. Een autochtone homo stelde dat hij zich gediscrimineerd voelde door Marokkaanse jongeren, waarop een Marokkaanse student opstond die hem letterlijk de hand kwam schudden en zei: “Daar moeten we nou eens mee ophouden inderdaad.” Dialoog is wel degelijk mogelijk.’

Hoe verhoudt dit zich tot de vluchtelingenproblematiek?
‘Sommige gemeenten laten van dag tot dag zien wat ze doen om vluchtelingen een plek te geven. Informatievoorziening is van groot belang. Laat bijvoorbeeld zien wat de grootte van de groepen is in jouw gemeente. Dat soort simpele feiten zijn vaak al onbekend. Een tweede punt is inspraak, zeker als het om asielzoekerscentra gaat. Dat móet je organiseren, ook als je tegenstand verwacht. Mensen willen iets te zeggen hebben over hun leefomgeving en hoe er bijvoorbeeld met huisvesting wordt omgegaan.’

Dialoog klinkt mooi, maar in de praktijk nemen problemen toch toe?
’63 procent van de Marokkaanse jongens komt in aanraking met politie of justitie, daar is dus wel iets aan de hand ja. En dat mag je ook niet wegmoffelen, hetzelfde geldt voor radicalisering. Een lange adem is nodig: grotestedenbeleid, Vogelaarwijken, Opzoomerprojecten;  ze hebben wel iets opgeleverd want een wijk als Molenbeek kom je in Nederland niet tegen. Natuurlijk kan een aanslag zoals in Parijs hier wél gebeuren, alleen waarschijnlijk minder snel: we kennen onze buurten beter. Wat we wel zien, is dat er afzondering plaatsvindt, dat de sociale netwerken van migranten minder gemengd raken en meer naar binnen gekeerd zijn, mede door de toenemende stigmatisering.’

Als stigmatisering zo’n rol speelt bij radicalisering, hoe pak je dat dan aan?
‘Er is geen simpele oplossing. Het is een mix: discriminatie op de arbeidsmarkt aanpakken, bewustwording stimuleren, dat moet allemaal. Wat interessant is, is dat ouders van migrantenkinderen graag willen dat hun kinderen het beter krijgen dan zij het hadden. Maar waar autochtone ouders kijken naar het netwerk van hun kinderen, naar vrienden en mogelijkheden voor hun kinderen om zich te ontplooien, kijken migrantenouders puur naar de schoolprestaties. Ze hebben geen zicht op de netwerken van hun kinderen. De ouders van die kinderen weten niet zo goed wat ze moeten doen, daar zit ook een hulpvraag. Daar kunnen lokale politici meer op inspelen.’

Wie: Sofyan Mbarki
Wat: Raadslid Amsterdam

20 procent van de Turkse en 15 procent van de Marokkaanse jongeren is, volgens het SCP, vooral gericht op de eigen herkomstgroep. Herken je dat?
‘Ja. Veel jongeren leven gesegregeerd. Soms uit een soort onwil: het is veilig om je te verschuilen achter je eigen gemeenschap en te zeggen dat je niet mee mág doen. Maar vaak ook uit onmacht. We moeten met elkaar durven erkennen dat segratie een gevolg is van de sociaal-economische positie van deze jongeren. Lang werd er gezegd: “Dat lost vanzelf wel op”, maar ik zie nu nog meer dan in mijn eigen jeugd dat die segregatie toeneemt.’

Hoe verklaar je dat?
‘Je ziet dat twee thema’s ontzettend belangrijk zijn: identiteit in combinatie met bestaans(on)zekerheid. Wie ben ik? Waar hoor ik bij? Welke kansen heb ik? Daar ontstaat frictie. Verscheidenheid moet de norm zijn. Veel jongeren leven ook zo. Ze hebben hybride identiteiten: ze zijn streng gelovig én feminist. Of helemaal gek van sport én Amsterdammer.’

Steeds meer migrantenjongeren hebben religie als eerste front bij die identiteit. Is dat een probleem?
‘Als ik om me heen kijk naar jongeren die religie hebben omarmd, zie ik het als verrijking, waarbij het niet botst met de waarden en normen die we in Nederland delen. Maar dat verschilt uiteraard wel per individu en zijn of haar beleving van religie. ‘De moslim’ bestaat niet, net zoals de eenduidigheid die we pretenderen te hebben. Dé Nederlandse cultuur bestaat toch ook niet. We moeten met elkaar erkennen dat we verschillend zijn.’

Wat kunnen of moeten lokale politici met het SCP-rapport?
‘Het is heel belangrijk om bewuster te worden van de positie van deze jongeren. Jongeren hebben achterstanden, soms ook ongelijke kansen, de kwaliteit van scholen speelt een rol. Zorg dat iedereen gelijke kansen krijgt, bijvoorbeeld door scholen waar de kwaliteit achter blijft te ondersteunen. En ga discriminatie actief tegen: geef jongeren het gevoel dat ze ertoe doen en dat er niet met twee maten wordt gemeten. Gemeenten moeten het juiste voorbeeld geven en diversiteit niet zien als iets wat wenselijk is, maar noodzakelijk.’

De PvdA is in veel gemeenten decennia aan de macht geweest, maar de segregatie neemt toe, ondanks dit type beleid.
‘Andere retoriek helpt niet, zachte krachten zullen overwinnen. We moeten op microniveau zorgen dat mensen van verschillende pluimage met elkaar in aanraking komen. Vluchtelingen moeten we dus snel opnemen in onze samenleving. We moeten leren van onze geschiedenis. In de jaren ‘70 en ‘80 lieten we mensen (on)bewust alleen onderdeel zijn van hun eigen cultuur. De afgelopen jaren was het juist andersom, er was zo nu en dan zelfs sprake van assimilatie: ‘dit zijn onze normen en zo doen we het hier. Punt.’ We moeten nu naar het midden. De kern is: doe mee! Er is sprake van wederkerigheid. Ik heb respect voor jou, jij moet respect voor mij hebben. We moeten mensen gelijk opnemen, serieus nemen en volwaardig onderdeel laten zijn van onze samenleving.’

Posted in Uncategorized | Tagged , , , , , | Leave a comment

Interview Martin van Rijn: ‘Zorg was en is gewoon goed geregeld in Nederland’

IMG_6621Als staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft hij een pittige periode achter de rug. Met de zorg in zijn portefeuille is Martin van Rijn verantwoordelijk voor een van de grootste veranderingen in het lokale bestuur sinds decennia. En niet alles loopt even makkelijk. Zo kwamen zijn ouders veelvuldig in het nieuws en lijkt het met de pgb’s maar niet goed te komen. Toch is Van Rijn optimistisch. De overgang is goed gegaan het afgelopen jaar. Nu is het tijd voor de volgende stap.

“De hervormingen in de zorg zijn op het slechtst denkbare moment en in een ongewenst tempo ingevoerd. Hierdoor is de onzekerheid enorm.” Een uitspraak van Diederik Samsom. Hoe denk jij hierover?
”Toen we aan de hervormingen begonnen was er een enorme financiële crisis. Daar moesten we doorheen. We moesten bezuinigen, en de zorg moest anders: gemeenten kregen meer verantwoordelijkheid. De angst daarbij was dat de continuïteit van zorg een probleem zou worden. Maar dat is niet gebeurd. Zowel bij de jeugd- als ouderenzorg is de continuïteit beheerst verlopen. We zien wel dat rondom huishuidelijke hulpverlening het aantal rechtszaken is toegenomen, maar daarbij zien we ook dat de rechter in veel gevallen oordeelt dat er wel degelijk rekening is gehouden met persoonlijke omstandigheden en dat er zorgvuldig onderzoek heeft plaatsgevonden. Mensen moeten er ook aan wennen dat er meer van hen gevraagd wordt: als ze zaken nog zelf kunnen, dan moeten ze dat ook zelf doen.’

Toch is en blijft de onzekerheid groot. Hoe valt dit te verkopen aan mensen die het al moeilijk hebben? En wat moet er gebeuren om die onzekerheid weg te nemen?
‘Ik hoop dat iedereen beseft dat we met z’n allen ouder worden. De zorgvraag stijgt hierdoor. Het is juist de PvdA die met dat in het achterhoofd wil zorgen voor goede, bereikbare en ook op lange termijn betaalbare zorg. Daarbij moeten we dus onder andere naar het vermogen van mensen kijken om zelf bij te dragen aan hun zorgkosten, naar de eigen bijdrage. Ook betekent het dat als mensen langer thuis willen en kunnen wonen, je nu een aantal keuzes voor de toekomst moet maken. Ik snap goed dat we nu maatregelen treffen die ons niet populair maken. Maar ik ben er van overtuigd dat als we de gelegenheid krijgen ons verhaal te vertellen, dat we zorg ook voor mensen met een kleine portemonnee betaalbaar willen houden, dat we er dan wel komen. Maar we moet dus echt die kosten gaan beheersen. Zorg ís duur, dat is nu eenmaal zo. Maar we willen het wel voor iedereen zo goed mogelijk in stand houden. ‘Hiermee sluit ik aan bij de waarden van de PvdA: solidariteit organiseren tussen jong, oud, rijk en arm, zodat de mensen die op die solidariteit moeten kunnen rekenen nu en in de toekomst allemaal goede zorg krijgen.’

Een tijdje terug werd bekend dat gemeenten zeer uiteenlopende tarieven hanteren als het gaat om de dagbesteding. In de ene gemeente is iemand 80 euro per maand kwijt, bij de ander wel 480 euro. Tientallen mensen met een beperking zijn daarom met deze zorg gestopt, anderen beginnen er niet eens aan. Wat vind je van het verschil in eigen bijdrage die gemeenten hanteren?
‘Dat er verschil is ontstaan is op zich niet zo gek, want we wilden juist dat gemeenten rekening houden met persoonlijke omstandigheden. Daarbij moeten gemeenten kijken naar wat mensen zelf kunnen opbrengen. In de eigen bijdrage die van mensen verlangd wordt mag gedifferentieerd worden. Dat moeten gemeenten wel redelijk doen natuurlijk. Er is wat onderzoek geweest en daar zit niet het beeld in dat er willekeur zou zijn, wel dat er verschillend beleid is en dat er veelal goed wordt gekeken naar de kostprijs. Gemeenten mogen nooit meer vragen dan de kostprijs. De mate waarin gemeenten rekening houden met persoonlijke omstandigheden, daar zit wel verschil in.’

Zijn sommige van die verschillen niet wel héél groot tussen gemeenten?
‘Het ligt er natuurlijk aan of gemeenten hebben gekeken naar de kostprijs of naar het eigen bijdragebeleid. 60 euro per uur aan eigen bijdrage is wel heel erg hoog. Wat mij betreft ligt de grens bij de vraag of mensen zorgmijdend gedrag gaan vertonen. Maar het is te vroeg om daar over te kunnen oordelen. Er zijn signalen, we moeten nu eerst goed kijken of er te grote overgangsschokken zijn. In het ergste geval handelen gemeenten in strijd met de wet, dan zal ik zeggen dat ze hun beleid moeten aanpassen.’

Zijn gemeenten op de goede weg?
‘Er is zoveel nadruk gelegd op het garanderen van continuïteit dat gemeenten nog weinig zijn toegekomen aan échte vernieuwing: ze zouden zich moeten concentreren op nieuwe aanbieders, op het op een andere manier omgaan met zorgverleners. Dat is echt de volgende stap die nog moet volgen.’

In een interview met Lokaal Bestuur in 2014 zei je dat de wijkverpleegkundige zorg nu als recht verankerd wordt, wat betekent dat echt persoonlijke zorg geregeld kan worden. Hoe loopt dat in de praktijk?
‘Wat ik zie in gesprekken met wijkverpleegkundigen is dat ze zeggen dat ze hun vak meer terug hebben. Ze hebben het gevoel dat ze meer kunnen bijdragen. Tegelijkertijd hebben ze het wel flink voor de kiezen gehad met bijvoorbeeld indiceren. Dat moest in een hoog tempo, wat een zware belasting was. En de bureaucratische en administratieve lasten zijn hoog, sommige wijkverpleegkundigen zijn wel een kwart van hun tijd bezig met administratieve verplichtingen. Ook waren er signalen over verpleegkundigen die bedreigd werden bij de eerdergenoemde indicering, door mensen die zorg willen afdwingen. Veel wijkverpleegkundigen zijn dat soort gesprekken daarom samen met een ander gaan voeren. Wij kijken uiteraard hoe we hen in weerbaarheid kunnen steunen.’

Wellicht het grootste hoofdpijndossier binnen je portefeuille zijn de pgb’s. Recent nog was er het nieuws dat het IT-systeem te duur, te ingewikkeld en niet toekomstbestendig zou zijn. Het menselijk belang is uit het oog verloren bij de invoering, concludeerde eerder de Nationale Ombudsman al. Wat gaat er nu goed, wat moet nog beter?
‘Eind 2014 ging er nog een vloedgolf van toekenningsbeschikkingen naar de SVB, wat niet automatisch verwerkt kon worden. Dat loopt nu beter, hoewel het nog steeds niet altijd helemaal op tijd is. Ook is de informatievoorziening aan budgethouders verbeterd. Ook nog niet 100% zoals het zou moeten, maar het gaat beter. Het systeem is nog te ingewikkeld, het aantal beslissingen en hoepels in het systeem waar je doorheen moet springen is nog veel te groot. En veel kan uniformer en meer gestandaardiseerd worden. Dat moet allemaal gebeuren, maar het moet bovenal zorgvuldig gebeuren: mensen moeten op tijd betaald worden. Dat is onze prioriteit. Dus we kunnen nu niet álles ineens anders gaan doen, niet nu de boel net een beetje stabiel is.’

Wat vindt je van het idee om de SVB er tussenuit te halen, zodat gemeenten direct zelf aan zorgverleners uit kunnen betalen?
‘Ik weet niet of dat helpt, dan gaan we tegen 403 gemeenten zeggen “voer je eigen systeem maar in”. Ik weet niet of de budgethouders dat nu zo’n goed idee vinden. Het gemakkelijke verhaal over pgb’s bestaat gewoonweg niet.’

Veel gemeenten kopen voor de laagst mogelijke prijs zorg in. Je gaf eerder aan dat je wilt dat gemeenten ‘fatsoenlijk onderhandelen’, maar hoe is dat af te dwingen? Gemeenten zeggen simpelweg dat ze geen geld hebben door alle bezuinigingen.
‘In de wet staat gemeenten moeten zorgen voor een ‘passende voorziening’ en dat er dusdanig betaald moet worden dat gewone cao-lonen mogelijk zijn. Ik denk dat het wel meevalt: we hebben het over wethouders die verantwoordelijk zijn voor hun burgers, die het sociaal domein in portefeuille hebben. Die kijken echt wel naar kwaliteit. Het doel van de decentralisatie was om zorg dichterbij te organiseren en persoonlijker te werken. Maatwerk leveren, dat was het doel. Minder management, minder auto’s, ik denk dat dat prima is. Als er gemeenten zijn die toch puur op prijs gaan zitten, dan halen we de wet er bij: ze moeten immers voor een passende voorziening zorgen.’

Partijgenoten die actief zijn in de lokale politiek worden regelmatig geconfronteerd met de praktijk van de decentralisatie van de zorg aan langdurig zieken en ouderen. Vorig jaar riep je hen op op je af te stappen. Hebben ze dat gedaan?
‘Partijgenoten hopen dat er met de menselijke maat wordt gewerkt, maar dat missen ze soms nog wel in de praktijk. De meeste vragen die ik van wethouders en raadsleden vanuit de partij krijg gaan over hoe het nou zit met de huishoudelijke hulp.’

Veel verzorgingshuizen gaan dicht. De eisen die aan ouderen worden gesteld om er te worden ondergebracht, zijn strenger geworden. Wordt dat geen grote belasting voor hun kinderen die ook gewoon nog moeten werken? Worden veel zorgtaken in de participatiemaatschappij nu afgewenteld op mensen die daar vaak toch al hun handen vol aan hebben?
‘80% van de mensen die ouder zijn en ook in de fase komen dat het thuis minder makkelijk gaat, woont thuis. Dat was zo en dat is zo. De afgelopen tien jaar is het aantal plekken in verzorgingshuizen gehalveerd, en het aantal 80+’ers is verdubbeld. Dus dat mensen op veel latere leeftijd naar een tehuis gaan is al 10-15 jaar bezig, ook al voordat het nieuwe beleid kwam. Mensen gaan liever niet naar een verzorgings- of verpleeghuis. En als ze gaan is het op latere leeftijd dan voorheen, en dan eerder naar een verpleeghuis. Je ziet dat verzorgingshuizen daarom vaak worden omgebouwd tot woon-zorg complexen of verpleeghuizen.’

Toch is er veel aandacht voor de toenemende druk op mantelzorgers. Hoe kijk je daar tegenaan?
‘Het is met het nieuwe beleid explicieter geworden wanneer iemand toegang heeft tot een verpleeghuis. We proberen nu mensen meer in hun thuissituatie te ondersteunen. Maar mantelzorg en vrijwilligerswerk zijn niet verplicht. Ik zeg juist: houd daar meer rekening mee. Mijn pleidooi is: laten we in ons beleid zorgen dat we niet alleen naar cliënten, maar ook naar mantelzorgers kijken. Zij zijn echt een onmisbare schakel. Alleen bij de huishoudelijk hulp vragen we als enige inderdaad: “wat kun je zelf opvangen en wat kunnen wij voor jou betekenen”. Op die manier moet het gaan.’

Wat vond je ervan dat je ouders zo in het nieuws kwamen rondom het debat over de bezuinigingen bij verzorgingstehuizen?
‘Dat vond ik echt waardeloos. Vooral omdat het mijn kwetsbare ouders zo raakte. Elke keer als het onderwerp langskomt merk ik het toch weer aan mijn vader. Nog steeds.’

Waar lig je ’s nachts wel eens wakker van?
‘Eigenlijk nergens van. Ik slaap al vrij weinig dus dat is maar goed ook.’

Wat is het grootste succes van de decentralisaties tot nu toe?
‘Ten opzichte van de doembeelden die vaak zijn geschetst toch de beheerste overgang afgelopen jaar. De zorg was en is gewoon goed geregeld in Nederland. Dat die overgang vorig jaar goed is gegaan is te danken aan heel veel werk van heel veel mensen.’

Wat is meegevallen en wat is tegengevallen bij de overstap naar de politiek?
‘Poeh. Niet zozeer een tegenvaller maar iets waar ik me nog wel eens over verwonder, is de snelheid van het samenspel tussen politiek en media. Daarbij worden de feiten nog wel eens geweld aangedaan. En wat ik koester zijn de vele mensen die zich bereid hebben getoond de verandering in de zorg vorm te geven.’

Verschenen in: Lokaal Bestuur, maart 2016
Geschreven door: Kirsten Verdel

 

Posted in In de media, Politiek, Uncategorized | Tagged , , , | Leave a comment

Masterclass Amerikaanse presidentsverkiezingen boeken in 2016?

Voor masterclasses of workshops voor uw evenement over de Amerikaanse presidentsverkiezingen van Kirsten Verdel kunt u hier terecht voor boekingen. De Rotterdamse Kirsten Verdel was de enige buitenlandse stafmedewerker van Barack Obama tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2008. In een boeiend en persoonlijk verhaal beschrijft Verdel hoe ze samen met haar collega’s probeerde om na acht jaar Bush weer een Democraat in het Witte Huis te krijgen. Tevens biedt zij een unieke inkijk in de organisatie en werking van Amerikaanse presidentscampagnes.

In de voor u op maat gemaakte masterclass (voorkeur duur: 1 tot 1,5 uur, afwijkende tijden zijn mogelijk) kunnen onder andere de volgende onderwerpen aan bod komen:

  • Hoe zitten campagne-organisaties in Amerika in elkaar?
  • Welke strategische overwegingen maakte Obama in 2008?
  • Wat doet Hillary nu anders dan in 2008 en waarom waren caucussen toen beslissend?
  • Hoe ziet een presidentscampagne op een landelijk hoofdkwartier er van dag tot dag uit?
  • Wat is de reden dat het Republikeinse veld zo’n puinhoop lijkt te zijn in 2016?
  • Welke strategie zat achter de slogan ‘yes we can’?
  • Welk type kandidaat wint in meer dan 95% van alle Amerikaanse verkiezingen?
  • Wat is het belang en de geschiedenis van de persoonlijke benadering in Amerika?
  • Welke lessen kunnen Nederlandse partijen, bedrijven en andere organisaties hier van leren?
  • Wat is het belang van rapid response en opposition research?
  • Hoe invloedrijk is canvassen en kan dat in Nederland ook?
  • Wat weten campagnes eigenlijk over hun kiezers? (spoiler: meer dan 1000 dingen per Amerikaan)
  • Wat zijn SuperPACs en waarom bedreigen zij de democratie?
  • Hoe werkt het proces met delegatieleden in de presidentsverkiezingen?
  • Hoe veel geld gaat er om in een Amerikaanse campagne en hoe verhoudt zich dat tot Nederland?
  • Een inkijkje in het best bewaarde geheim van de Obama-campagne: vertrouwen en verantwoording
  • Hoe om te gaan met de media in een tijd van informatie overkill?
  • Wat is de DCCC en welke rol speelt deze organisatie bij verkiezingen?

 
Achtergrond

De unieke kijk achter de schermen in de war room van de Democraten begon in 2005, toen Verdel door PvdA-Tweede Kamerlid Peter van Heemst werd gevraagd om zijn campagne te leiden voor de Rotterdamse gemeenteraadsverkiezingen in 2006. Aansluitend werkte Verdel in de landelijke en provinciale PvdA-verkiezingscampagnes, wist met een bliksemactie oud-minister Klaas de Vries op een verkiesbare plek voor de Eerste Kamer te krijgen, om ten slotte na omzwervingen door China en Sierra Leone met de prestigieuze Sauvé Scholarship naar Canada te vertrekken.

In haar verhaal beschrijft Verdel hoe ze werd gevraagd om als campagnestrateeg voor Obama aan het werk te gaan. Ze werkte in het campagneteam onder andere aan rapid response, opposition research en aan Obama’s debatvoorbereiding. In een gedetailleerd verslag beschrijft ze hoe de strijd om de verkiezingen steeds negatiever werd. Op meeslepende wijze legt ze uit hoe de Democraten alle aanvallen desondanks wisten af te weren.

Kirsten Verdel (Leiderdorp, 1978) is bestuurskundige, politica en campagnestrateeg. Ze publiceerde over de verkiezingen voor het Financieele Dagblad en Vrij Nederland en was te gast bij onder andere Pauw & Witteman, EenVandaag, BNR, Radio 1 en NOVA. Ook schreef zij een boek over de campagne: Van Rotterdam naar het Witte Huis.

Voor boekingen of meer informatie: bel 0624-524437, of mail naar loc@ipimuu.org.

Posted in Uncategorized | Tagged , | Leave a comment

Jeugdzorg & het Pieter van Vollenhovensyndroom

Vorig jaar ‘viel’ de 8-jarige Sharleyne van een balkon in Hoogeveen. Waar in het verleden Bureau Jeugdzorg, het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling en bijvoorbeeld de Raad voor de Kinderbescherming aansprakelijk werden gesteld, klaagde de vader van Sharleyne het Centrum voor Jeugd en Gezin én de gemeente Hoogeveen aan. Door de decentralisatie van Jeugdzorg naar de gemeenten worden de pijlen nu ook op die gemeenten gericht als het misgaat. Lokaal Bestuur vroeg zich af: hoe gaan gemeenten nu met zo’n kwestie om? En hoe werkte dit toen provincies nog verantwoordelijk waren voor Jeugdzorg?

Verschenen in: Lokaal Bestuur, maart 2016,
Geschreven door Kirsten Verdel

Wie:      Ben Plandsoen
Wat:      
Wethouder in Leek

Herken je dat gemeenten sneller aansprakelijk worden gesteld als er iets misgaat?
‘Het is op zich logisch: de gemeente is nu eindverantwoordelijk voor de jeugdzorg.  De provincie stond, toen zij nog verantwoordelijk was, meer op afstand. Bovendien juridiseert de samenleving steeds meer, misschien speelt dat ook een rol.’

Als zaken misgaan, worden ze al snel breed uitgemeten in de media. Wat vind je daarvan?
‘Dat heeft grote gevolgen, want door de maatschappelijke druk schieten politici al snel in de verdediging. Landelijk is er door de media-aandacht snel de regelreflex om zaken centraal te willen dichttimmeren. Maar dat is juist níet de bedoeling van de decentralisatie. Daarbij gaat het erom dat je uit moet gaan van de leefwereld van de jongere. Tot voor kort werd zorg voor jongeren aangeboden vanuit de systeemwereld van de zorgaanbieders; ongeacht of dit aansloot op hun leefwereld. Nu is hun leefwereld leidend en proberen we juist lokaal netwerken te creëren die preventief kunnen werken of problemen kunnen ondervangen als ze zich voordoen.’

En wat als er dan toch calamiteiten zijn?
‘Er is altijd een deel dat je niet kunt beheersen, maar dat is lastig verkoopbaar. Noem het maar het Pieter van Vollenhovensyndroom: alles moet onder controle zijn, het risico moet nul zijn. Dat is onmogelijk. Het gaat erom hoe je het georganiseerd hebt en het belangrijkste daarbij is dat je niet langs elkaar werkt.’

Hoe voorkom je dat?
‘Wij hebben in het Centrum voor Jeugd en Gezin alle partijen aan tafel gezet: Jeugdgezondheidszorg, schoolmaatschappelijk werk; mensen kennen elkaars 06-nummer en doordat ze samen om tafel zitten gaan ze elkaars expertise ook waarderen. Ook huisartsen hebben we aangesloten. Kinderen die vroeger van dokter naar dokter werden verwezen komen nu bij een praktijkondersteuner terecht, waardoor 40% van de vroegere doorverwijzingen nu direct op de juiste plek terechtkomt. Die verbindende factor heb je nodig.’

En dan ‘kan’ de gemeente dus ook eindverantwoordelijke zijn?
‘De gemeente kan dan terugvallen op hoe de zorg georganiseerd is. Dat je dus altijd kunt zeggen dat er met elkaar gesproken is. Dat je laat zien dat je een goed functionerend netwerk hebt. Dat je dus ook een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebt en kunt uitleggen wat je gedaan hebt. Het kan dan dus niet zo zijn dat er dingen zijn blijven liggen of langs elkaar zijn gelopen.’

En als het dan toch een rechtszaak wordt?
‘Dan moet je daar uitleggen dat calamiteiten onvermijdelijk zijn en laten zien dat je er alles aan hebt gedaan om ze desondanks te voorkomen. Het uitgangspunt van het systeem is om kinderen zo goed mogelijk te kunnen helpen, niet om alle mogelijke excessen te voorkomen. Het gaat er uiteindelijk om: wat is te vermijden en wat is onvermijdelijk?’

Wie: Guus Krähe
Wat: Voormalig Tweede Kamerlid, Statenlid en wethouder, nu teamleider Jeugd GGD GHOR Nederland

Wat was er anders toen jeugdzorg nog bij de provincie zat?
‘Als er iets mis ging, waren de pijlen meestal gericht op Bureau Jeugdzorg, niet op de provincie. Die stond veel meer op afstand. In de provincie werd gesproken over instellingen, over financiering en over wachtlijstproblematiek, niet over concrete gezinssituaties.’

Was dat het enige wat anders was?
‘De zorg voor jeugd was vooral erg versnipperd. Taken zaten bij tal van instanties, op landelijk, provinciaal en lokaal niveau, tot en met de politie aan toe. Die versnippering maakte het aansprakelijkheids- en verantwoordelijkheidsvraagstuk heel lastig. Nu is dat eenduidiger: de gemeente en dus de wethouder of soms zelfs de burgemeester zijn verantwoordelijk.’

Wat als gemeenten nu worden aangesproken bij incidenten?
‘Doe dan zoals bij alle calamiteiten: vertel zo transparant mogelijk wat er gebeurd is en wat je gedaan hebt.’

Is het goed dat de gemeente nu eindverantwoordelijk is?
‘Ja, het is goed dat er één bestuurslaag verantwoordelijk is. Maar er moet nog wel veel beter. Gemeenten hebben tot nu toe gefocust op het in stand houden van tweedelijns zorg, aandacht voor preventie begint nu pas te komen. Niet gek, want er is 3 miljard voor curatieve zorg beschikbaar en maar 300 miljoen voor preventie. Over die preventie komt nu bijvoorbeeld wel een landelijke bestuursconferentie, met de VNG, de ministeries van volksgezondheid, welzijn & sport en veiligheid & justitie, politie en alle landelijke jeugdkoepels- en organisaties. Het zou goed zijn als we op een wat concreter niveau eenzelfde soort conferentie organiseren voor politici binnen de PvdA.’

Hoe ziet een concrete aanpak er dan uit?
‘Gemeenten maken nu bijvoorbeeld kindplannen, maar vaak nog geen gezinsplannen, terwijl er vaak veel meer aan de hand is in een gezin dan alleen de problemen met één kind. Om die gezinsplannen te maken moeten we gezinscoaches opleiden, die hebben we nu nog onvoldoende. Ook moet je zorgen dat je medische problemen eerder herkent. Jeugdartsen moeten meer betrokken worden bij wijk- en buurtteams. Alles moet ertoe leiden dat kinderen met problemen zo snel mogelijk op de juiste plek terechtkomen.’

Hoe moet je omgaan met hele zware problematiek?
‘Gemeenten moeten daar echt over hun gemeentegrenzen heen kijken. De aanpak van overgewicht is iets generieks, dat kun je met sportclubs, jeugdgezondheidszorg en wijkteams lokaal oppakken. Maar zware problemen die maar eens in de zoveel jaar bij één of twee kinderen spelen, daar moet je geen eigen apparaat voor optuigen, dat is veel te duur. Zoek dan regionale samenwerking op. En kies er vooral níet voor om vanwege het geringe aantal problemen dan maar niets te regelen. Dat is de grootste valkuil. Je moet iets organiseren, en daarbij moet je je realiseren: niet alles kan op het meest lokale niveau.’

Posted in In de media, Politiek | Tagged , , , , | Leave a comment

10 handige toetsenbord shortcuts op je Mac

Ben je altijd met allerlei omwegen bezig om programma’s te openen, af te sluiten, te switchen van tabs, etc? Leer dan deze tien handige toetsenbord shortcuts uit je hoofd..

01. cmd Q = programma afsluiten
02. cmd W = scherm afsluiten
03. cmd N = nieuwe tab
04. cmd ~ = switchen van tab
05. cmd A = select all
06. cmd C = copy
07. cmd v = paste
08. cmd TAB = wisselen tussen programma’s
09. cmd spatiebalk = spotlight openen: tik de eerste letters van een app in die je wilt openen, kies enter en klaar!
10. cmd 3 = screenshot

Posted in Uncategorized | Leave a comment

We hebben een zoon -en broertje- erbij: Doke!

doke1Thule heeft een broertje! En hoe weer..

Al vanaf de kerst dacht ik dat de nieuwe baby elk moment geboren zou kunnen worden. Zo voelde het althans. Met name de avonden waren best wel pijnlijk. Elke avond weer. En eerlijk gezegd was het ook een rottijd: eerst was Thule een week lang doodziek, daarna ik zelf tien dagen lang, en aansluitend was ik steeds vaker misselijk, had ik last van buikpijn en allerlei andere denkbare zwangerschapskwaaltjes. Daar kwam uiteindelijk ook nog een ontstoken kies bij (zwangere vrouwen zijn daar veel ontvankelijker voor), maar de tandarts durfde de benodigde wortelkanaalbehandeling vanwege de status van de zwangerschap niet aan. Dus dan maar een antibioticakuur. Niet iets wat je wilt hebben in de laatste dagen van je zwangerschap.

Omdat Thule 9 dagen te vroeg was geboren, dachten we dat nummer 2 hoogstwaarschijnlijk nóg vroeger geboren zou worden. Maar niets was minder waar. De dagen verstreken en mijn verjaardag kroop steeds dichterbij: 29 januari. Zou de baby op mijn verjaardag komen…? Maar ook die dag verstreek zonder nieuws. De officieel uitgerekende datum, 31 januari, verstreek ook.

Ik voelde me inmiddels zo slecht, dat ik al drie dagen de deur niet meer uit was geweest. Daar kwam vandaag verandering in: tijd voor een familieuitje, naar… de Albert Heijn. Veel meer kon ik niet opbrengen. Toen we daar bij de kassa stonden en ik een zware tas in de winkelwagen moest tillen dacht ik… ‘hmm, dat moest ik maar even niet doen’, want ik voelde vaag iets wat leek op een wee. Het zou toch niet…?

kirstendokethule

Om 11:50 uur waren we thuis. En toen ging het snel: weer een vaag soort wee. Toch maar even een klokje er bij pakken. Zodra je met regelmaat elke pakweg vier minuten een wee hebt die ongeveer 45 seconden duurt, hoor je de verloskundige te bellen. Maar ik voelde iets wat 12 seconden duurde, en twee minuten later een -toch wel steeds duidelijkere- wee die 30 seconden duurde, toen weer vier minuten niks, daarna na een minuut weer… dit werd te vaag. Dus snel maar bellen. De verloskundige zei dat ze er aan kwam, voor de zekerheid. Ik belde snel naar Monique, die op Thule zou passen, mocht dat nodig zijn. ‘Ja, ik weet niet zeker of ik weeën heb, maar houd er voor de zekerheid maar rekening mee dat je ergens vandaag misschien langs moet komen.’

De verloskundige was er om 12:10 uur. Ze constateerde binnen no time dat ik al 4 centimeter ontsluiting had en dus nú naar het ziekenhuis moest. Paniek! Dus Monique weer bellen, spullen pakken, en tig keer naar de voordeur lopen om te kijken of ze er al aan kwam. Thule hadden we net op bed gelegd, maar die was nog aan het zingen en zat rechtop in bed, dus die haalden we er met slaapzak en al -waar ze in ging lopen- maar uit bed. Om 12:32 uur -we stonden al in de gang- werd ik gebeld: het bleek RTL Z te zijn. Een mevrouw vroeg of ze stoorde, waarop ik antwoordde: ‘Eh… nou, ik geloof dat ik aan het bevallen ben…’ Nog even overwoog ik om gewoon te vragen waar ze over belde, maar ze was een beetje geschrokken van mijn bericht geloof ik, en ik had zelf het idee dat ik Geen Tijd meer had, dus was het toch maar einde gesprek. Achteraf bleek dat ze me voor de volgende avond in de uitzending bij Van Liempt Live wilden hebben over de Amerikaanse presidentsverkiezingen, maar die moeten nog maar heel eventjes wachten. Tot november gebeurt er nog genoeg. 😉

Monique was er om 12:34 uur, waarop we vrijwel direct in de auto sprongen. En toen werd het haasten, want inmiddels deed het echt héél erg pijn. De weeën kwamen nu om de paar minuten, en gezien de reistijd naar het IJssellandziekenhuis begon ik me zorgen te maken of we er wel op tijd zouden zijn. We reden dus ‘iets te hard.’ De verloskundige zat als een bumperklever achter ons. Die reed lekker mee zeg maar.

Om 12:55 uur kwamen we aan. Geert dropte me voor de deur af, waarna ik snel naar binnen liep. Ik meende me te herinneren dat de afdeling verloskunde op de eerste verdieping zat, dus ik dacht nog wel even snel de trap op te kunnen lopen. Ik dacht…. fout, fout, fout… Het was zeven trappen op, naar de derde verdieping! Onderweg moest ik meerdere keren stoppen. Dom, dom, dom. Zelfs een meter of vijf voor de verloskamer moest ik nog stoppen.

Van verdoving, de ruggeprik die ik héél graag wilde, kwam niets meer terecht: inmiddels 7 centimeter ontsluiting, er was geen tijd meer. De persweeën begonnen al. Bij Thule duurde het toen nog 1 uur en 10 minuten, in dit geval duurde het vijf minuten: bij de derde wee was Doke er al, om stipt 13:20 uur. 3670 gram zwaar, 50 cm lang, en zo te zien kerngezond.

1:35 uur na de eerste wee geboren. Dus.

geertdoke

Zijn temperatuur was te laag om snel naar huis te kunnen, dus puur om die reden gingen we pas (…) een uur of drie na binnenkomst de deur weer uit, door regen, kou en harde wind naar huis. Zo snel al…

En daar zit ik nu op de bank. Het eerste bezoek is al geweest (Geert’s vader loste Monique af, de buurvrouw viel met haar neus in de boter en mijn ouders kwamen langs), Thule is zwaar onder de indruk (en heeft zich de hele middag en avond flink uitgesloofd en kusjes gegeven) en Doke slaapt tot nu toe vooral, of is met grote ogen om zich heen aan het kijken.

De kraamverzorgster gaat zo naar huis, dus ik moet afronden. Nog wat laatste puntjes dan: ‘waar komt die naam vandaan?’ Welnu, ik had een shortlist gemaakt met een stuk of 17 namen, waar Doke ook bij stond. Geert koos deze uit die lijst. We kennen maar één Doke, de oud-directeur van XS4ALL, maar dat blijkt ook al bijzonder te zijn: de naam ‘Doke’ is namelijk minder dan vijf keer ooit aan een jongen gegeven in Nederland. En de grap is, dat hetzelfde voor Thule gold: die naam was ook minder dan vijf keer ooit uitgedeeld in Nederland. Past mooi bij elkaar dus. ‘Doke’ is een Friese naam, en betekent daarnaast ook nog eens ‘volk van wolven’, toevallig net mijn lievelingsdier. 🙂

Nog een grappig extra detail aan vandaag: we hadden een Duitse IIFR-gast in onze logeerkamer, die een dag eerder was aangekomen. Hij dacht oorspronkelijk dat ik rond 25 januari al bevallen was, dus hij was enigszins verbaasd toen hij zondag mijn nog dikke buik zag. Daar hij twee nachten zou blijven, was er natuurlijk nog wel van alles mogelijk. En dat gebeurde dus: ik moest hem overdag ook melden dat we de tweede nacht van zijn verblijf met +1 zouden zijn (update 2-2: vanmorgen vroeg onze gast uitgezwaaid. Hij was laat thuisgekomen en was in de veronderstelling dat we nog in het ziekenhuis waren, hij wist niet dat we gewoon de hele nacht thuis waren geweest. Hij had niks gehoord… ik zelf helaas wel, vannacht maar twee uur geslapen. Veel last van naweeën, en Doke óf Thule gingen net telkens als ik bijna sliep piepen, dus dat was een beetje jammer).

Enige vervelende detail aan vandaag is dat er precies vanmorgen is ingebroken bij mijn zusje! Laptops weg, spaarpotten van de kinderen weg… zul je net zien zeg! We hopen dat Doke een beetje een goedmakertje is. 🙂

thuledoke

Posted in Uncategorized | Tagged , , , , , , | 4 Comments

Hoogte- en dieptepunten van 2015

Voor de elfde keer blik ik op mijn blog op 31 december terug op mijn jaar. Dat begon met een treinreis naar Berlijn, waar we bij Peter Bijl logeerden en naar Tropical Islands gingen, het meer dan ge-wel-di-ge overdekte zwemparadijs in een zeppelinfabriek op 50 minuten van Berlijn af. Terug in Nederland moest ik na vijf maanden zwangerschapsverlof weer aan het werk. Dat betekende ook dat Thule voor het eerst naar de kinderopvang moest. Een groot succes. Op mijn werk zou ik dit jaar in totaal maar liefst 23 verschillende klanten helpen, een record. Het jaarlijkse ex-XS4ALL-etentje was weer ontzettend leuk, dit keer met weer ruim 100 oud-collega’s.

Voor Lokaal Bestuur interviewde ik weer diverse (PvdA-)politici, waaronder dit jaar Aboutaleb, Plasterk, Van Rijn en Samsom. In het begin van het jaar was ik even actief in het becommentariëren van de Amerikaanse presidentsverkiezingen bij PAUW, Een Vandaag en Radio 1 etc, maar mijn werk en met name Thule namen zoveel tijd in beslag dat ik daar verder nauwelijks aan toe kwam. Komend verkiezingsjaar komt dat misschien wel weer. Ik zag door alle drukte ‘slechts’ 23 films in de bioscoop (zie blog van gisteren) en van sporten kwam al helemaal niets terecht: op 8 maart reed ik 25,2 km op mijn racefiets, en dat was het. Daarna was ik weer zwanger… tja. Nog wel drie rondjes geschaatst bij Flevonice ergens dit jaar, maar dat was het dan ook echt wel. Te gênant voor woorden eigenlijk.

Op 31 januari kwam Thule’s eerste tandje door. Weer een mijlpaal. Eind van het jaar stond de teller op 12. Dat eerste tandje ging vlekkeloos, bij de rest was ze vaak eerst ziek. Zoals ik dit jaar ook wat vaker ziek was: in februari zelfs koorts, wat niks voor mij is. Maar over het algemeen viel het wel mee. Alleen jammer dat ik nu net sinds de kerst doodziek ben. Ziek 2016 in is toch een beetje jammer.

Wat met name Thule en ik dit jaar ook veel deden: zwemmen! De meeste zwembaden in en om Rotterdam hebben we wel gezien. Maar stiekem wil ik vooral terug naar Tropical Islands.

Het eerste half jaar van 2015 was ik eigenlijk vooral druk met Thule en met werk. Zo druk, dat er verder weinig noemenswaardigs daarbuiten te melden is! Geert was goed bezig bij Falck, maar zijn werk werd tijdelijk onderbroken door de knie-operatie die hij in maart moest ondergaan naar aanleiding van zijn val met de motor in december 2014. Vervelende tijd, lastig herstel. Nu, eind 2015, gaat het wel weer, maar helemaal 100% zal zijn knie nooit meer zijn.

Wat wel grappig was, was onze deelname aan de Prison Escape. Ik was natuurlijk (…) als eerste ontsnapt. Zo snel, dat ze me weer naar binnen lieten onder voorbehoud dat ik niemand mocht vertellen hoe ik het voor elkaar had gekregen. Het eerste wat ik deed toen ik weer binnen vier muren was, was iedereen vertellen hoe ze ook konden ontsnappen. Ja zeg, je gaat gevangenen toch niet vertrouwen? 🙂

In mei kon ik Geert op de Coolsingel opwachten, die als masseur met het Falck Roparun team mee had gedaan. Daarna gingen we met z’n drietjes naar Canada, waar we de belachelijke hoeveelheid van 4200 km reden in drie weken tijd. Iets teveel. Maar toch leuk. Vooral leuk om Joaquin & familie weer te zien! Op 30 mei stonden we bij een uitkijkpunt bij Vernon. En ineens was ik supermisselijk. Het ebde snel weer weg. Een paar dagen later werd het duidelijk: ik was weer zwanger! Binnen een paar seconden kleurden de twee streepjes op de test al paars. Geen enkele twijfel mogelijk. Wauw.

In juli kwam de Tour langs in Rotterdam, in augustus reden we met de camper van Geert’s ouders naar twee Molecaten campings. Dat ik dat ooit nog zou doen… maar het was eigenlijk hartstikke leuk.

In september leert Thule lopen. Geweldig moment. En we hebben het nog op video ook. September is ook de maand dat het nieuws- dat ik normaal gesproken niet in mijn jaaroverzichten meeneem- zo heftig binnenkomt dat het niet meer uit mijn geheugen weggebrand kan worden: Aylan, dood, op dat strand… verschrikkelijk. Dát is ook 2015.

Ergens tussendoor zegt Thule haar eerste woordje. Ik weet alleen niet goed meer wat het is. Ik denk ‘aa’, waar ze ‘aai’ mee bedoelt. Het hele jaar door zegt ze om de haverklap ‘papa, papa’. ‘Mama’ komt er maar bekaaid af. Arme ik. 😉

Ook in september krijg ik een telefoontje: ik heb een 16-daagse motorreis door West-Amerika gewonnen! Dat hadden ze eigenlijk al in maart (!) moeten melden, maar dat was er bij ingeschoten… maar ja, nu ben ik zwanger, dus na de initiële blijdschap wordt het ineens een heel raar soort domper: ik kán helemaal geen 16 dagen weg… na maanden gedoe weet ik de reis over te doen aan iemand anders. Mooi opgelost, als het goed is.

En over motorrijden gesproken: eind september laat ik bij het wegrijden van een stoepje met extreem lage snelheid mijn motor weer eens vallen. Weer kapotte remhendel, en nu ook kapotte spiegel. Zucht.

Maandenlang twijfelen we over verhuizen. We bekijken tig woningen, maar uiteindelijk zijn ze allemaal te ver van Geert’s werk af. Hij heeft nu een half uur reistijd op de motor naar de Maasvlakte, alle leuke woningen die we zien zitten op een uur. Niet fijn op de motor. En dat ‘uur’ is alleen als er geen file is. Geen file. Op de A4 en A13. Hahaha. De plannen gaan dus in de ijskast.

De rest van het jaar werd het met werk drukker en drukker, en lag ik vanwege de vorderende zwangerschap steeds vroeger op bed: al vanaf 4-5 maanden zwangerschap was dat in principe ergens tussen 19:00-20:00 uur. Mijn leven werd er dus niet echt spannender op. Gelukkig was ik wel minder misselijk dan bij Thule’s zwangerschap.

December was een krankzinnige maand. Begon leuk, met sinterklaasvieringen en een verrassingsfeestje voor Geert’s verjaardag: hij werd 34 en had zijn verjaardag sinds zijn 17e niet meer gevierd. Die blik van hem toen het eerste bezoek voor de deur stond… haha.

Ik moest letterlijk tot en met vandaag, 31 december werken, voordat mijn zwangerschapsverlof in ging, en ik hoopte dat ik in december langzaam een beetje af kon bouwen. Niets was minder waar: het werd de drukste week van het jaar voor mij (ik geloof dat ik de enige op kantoor was die zelfs vandaag nog serieus aan het werk was), met zelfs nog werksessies in Den Haag om 07:30 uur ‘s morgens enzo. En daar kwam bij dat Thule precies met Kerst heel ziek werd. Vier dagen lang had ze koorts, die steeds verder opliep. Dus werd ik een paar minuten voor aankomst op werk gebeld door de kinderopvang -waar ze die ochtend koortsvrij heen was gegaan-; of ik haar weer op kon halen. Hoop geregel om een huisarts te vinden die er op 24 december nog wél was, en daarna was Geert net op tijd bij de apotheek (de rolluiken waren al naar beneden) om antibiotica te krijgen. Die sloeg gelukkig aan, maar dat was allemaal pas ná de Kerstdagen. Ik zelf had superveel last van kabouter 2, die het leuk vond feestjes in mijn buik te vieren, en dat gecombineerd met de zorg voor Thule leverde veel stress op. Direct nadat Thule eindelijk beter werd werd ík ziek. Griep, en goed ook. En die heb ik nu nog. Dus 2016 eindigt een beetje ziek, zwak en misselijk. En dan ook nog met het nieuws dat mijn oma ineens erg ziek is. Ik hoop dat alles goed komt..

2015 was al met al eigenlijk gewoon een goed jaar. En 2016 wordt super spannend: 31 januari ben ik uitgerekend, maar de kans is denk ik groot dat kabouter 2 zich al wat eerder dan dat meldt. We’ll see..

Hieronder zoals elk jaar het lijstje hoogte- en dieptepunten van 2015. De jaaroverzichten van voorgaande jaren kun je vinden door hier te klikken: 2005, 2006, 2007, 2008, 2009, 2010, 2011, 2012, 2013 en 2014.

In 2015 bezochte landen
01. Nederland
02. Duitsland (Berlijn, Winterberg)
03. België (Brugge)
04. Canada

Beste films
Son of Saul
The Martian
Spectre

Slechtste film
The Hunger Games: Mockingjay

Beste Acteur
Tom Hardy (Mad Max)

Sport
De 25,2km die ik op 8 maart op mijn racefiets zat. Enige keer van het jaar…

Eten
Loempia’s

TV
The Leftovers (seizoen 2 is absurd goed)
Better Call Saul
The Daily Show (met Jon Stewart)
The Colbert Report
Game of Thrones
Top Gear
Last Man On Earth
Narcos

Hoogtepunten
Tropical Islands
Winnen 16-daagse motorreis naar West-Amerika
1e verjaardag Thule
Verrassingsfeestje Geert
Ketting met motorhelmpjes
Wolf gezien in Canada

Dieptepunten
Aylan, als symbool voor de vluchtelingencrisis
Poging tot diefstal van mijn motor
Oma ziek
Knie-operatie Geert
Plotselinge overlijden Femke Julsing
Overlijden Felipe

Woord van het jaar
Meuh

Things I thought I’d never do
Een twee weken lange jetlag hebben na Canadareis
Drie weken een autorondreis maken met een baby
Met een camper op pad naar campings in Nederland
Tot drie keer toe in een jaar tijd auto-ongeluk op dezelfde plek voor de voordeur zien
Gevraagd worden of ik partijvoorzitter van de PvdA wilde worden (nee)
Op een elektrische fiets rijden
Midden in de nacht (onnodig) naar het ziekenhuis met Thule

Dagen van het jaar
4 juni (Zwangerschapstest)
20 juli (Thule staat)
28 juli (1 jaar getrouwd)
12 augustus (Thule 1 jaar oud)
1 september (Krijg mijn eerste kusje van Thule én ze loopt voor het eerst)

Media-optredens
Lokaal Bestuur, Lokaal Bestuur, Lokaal Bestuur, PAUW, Een Vandaag, PAUW, SBS Shownieuws, Radio 1, Volkskrant, Lokaal Bestuur.

Posted in Uncategorized | Tagged , | Leave a comment

23 films in de bioscoop in 2015

Voor het tiende jaar op rij houd ik bij hoeveel en welke films ik in de bioscoop heb gezien. Dit jaar werden het er slechts 23, een nieuw dieptepunt. Vorig jaar waren het er ook al weinig, slechts 37. In 2013 stokte de teller op 58, in 2012 waren het er nog 78, het jaar daar weer voor was mijn absolute record met maar liefst 150 films. Dat terwijl ik er in 2010 ‘maar’ 58 zag. 2009 telde slechts 47 stuks. In 2008 waren het er nog 123, toen mijn record (zie hier voor de lijst). In 2007 zat ik op exact 100 (zie hier), in 2006 zag ik ook nog steeds 61 films in de bios (helaas geen overzicht van). Mijn excuus voor 2015? Het in leven houden van een baby.

Dan de inhoud: 2015 was een middelmatig filmjaar, zoals kenmerkend voor de laatste jaren: veel standaard fluff, standaard plots, voorspelbare Hollywood bagger. Toch maar liefst vier achten dit keer. Speciale aandacht graag voor Son of Saul, de eerste film in jaren die me serieus aan het denken zette, en die ook een tijdlang doormaalde in mijn hoofd. Er zit zo ongelooflijk veel meer in die film dan wat je puur ziet. Vreselijk knap. En een verschrikkelijk verhaal, helaas.

Ook aandacht voor een film die ‘maar’ een 7 kreeg, maar eigenlijk een dikke 9 verdient voor het eerste half uur: Mad Max Fury Road. Zelden zo’n visueel overweldigend spektakel gezien. De film wordt daarna iets meer standaard, maar dat eerste half uur… fantastisch.. must see!

8 Son of Saul
8 Spectre
8 The Martian
8 The Imitation Game
7 Mad Max Fury Road
7 Birdman
7 Straight Outta Compton
7 Southpaw
7 Er Ist Wieder Da
7 Michiel de Ruyter
7 Mission Impossible: Rogue Nation
7 Bridge of Spies
6 Star Wars The Force Awakens
6 Jurassic World
6 The Mazerunner: Scorch Trials
6 Sicario
6 No Escape
6 The Chinese Mayor
6 The Avengers: Ultron
6 Every 28 Days
5 Chappie
5 San Andreas
4 The Hunger Games: Mockingjay

Posted in Films | Tagged , , | Leave a comment

Tegen de bakker – Wat opdrachtgevers tegen freelancers zeggen, maar niet tegen de bakker

Vanmorgen lanceerde @frankahummels op Twitter zonder het te weten een nieuw trending topic, door het plaatsen van deze tweet:

Ik wil wel de hashtag lanceren. Dingen die opdrachtgevers wel tegen hun freelancers zeggen, maar niet .

Haar tweet leverde een spervuur aan reacties op. De één nog grappiger en tragischer dan de ander. Hieronder een willekeurige best of:

  • @frankahummels: We betalen uw factuur over zes weken. #tegendebakker
  • @frankahummels: Ik kan je echt niet meer bieden. Maar je moet het ook gewoon leuk vinden, natuurlijk. #tegendebakker
  • @frankahummels: We hebben geen vergoeding beschikbaar, maar je krijgt wel een heel leuk podium, goed voor je exposure #tegendebakker
  • @toscasel: Nee joh, juist hartstikke leuk om met je te werken. Doen we wel de eerste klus ‘no cure, no pay’ om te zien hoe het werkt. #tegendebakker
  • @jaapdenouden: Natuurlijk heb je recht op een percentage als ik je brood doorverkoop! #blendle  #tegendebakker
  • @eefjerammeloo: ‘Mogelijk veranderen we je werk voor we je naam erboven zetten en het openbaar maken. Teken hier even dat je dat goed vindt.’ #tegendebakker
  • @zezunja: Welk brood? Laat ik aan jou over. Is dit het? Dan liever een stokbrood. O, kun je van dat stokbrood toch een pistolet maken?#tegendebakker
  • @minouopdenvelde: Kun je een dag-avond-middag gratis komen brainstormen? Wij betalen de drankjes! Nee, je reiskosten worden niet vergoed’ #tegendebakker
  • @juuleke70: Maar als het straks gaat lopen betalen we je wel hoor. Zie het als een investering in jezelf. #tegendebakker
  • @artoek: Wat? Is dat de prijs? Als ik het zelf doe is het veel goedkoper #tegendebakker
  • @corinetoussaint: “Je kunt nooit veel overhead of bedrijfskosten hebben. Daar hoef ik dus ook niet voor te betalen.” #tegendebakker
  • @lauravink: Ik wil graag gebruikmaken van jouw dienst. Gratis, maar uiteraard wél met naamsvermelding op m’n website #tegendebakker
  • @markeikema: Hoezo kost dat geld? We kennen elkaar toch? #tegendebakker
  • @wezenberg038: Rekening zit in het systeem. We weten niet waar. Komt goed binnen een paar weken. #tegendebakker
  • @jannekevandermeer: Er staat geen vergoeding tegenover je aanwezigheid op de regiodag, maar het is goed voor je netwerk. Zie het als acquisitie! #tegendebakker
  • @mariekehoogwout: Er staat geen vergoeding tegenover je aanwezigheid op de regiodag, maar het is goed voor je netwerk. Zie het als acquisitie! #tegendebakker
  • @rianneklazinga: Ik ga je brood heus betalen, maar ik wacht nog op een handtekening van mijn CFO en die is vier weken op vakantie. Sorry! #tegendebakker
  • @elsbeth_twitt: ‘Er is helaas geen budget, maar we kunnen je website vermelden in de volgende nieuwsbrief.’ #tegendebakker
  • @getik: ‘Ik weet dat we slagroomtaart hadden besteld, maar de manager had eindelijk tijd om mee te denken en zij wil toch appeltaart’ #tegendebakker
  • @brunchik: “Nee, je mag natuurlijk geen brood aan mijn concurrent verkopen” #tegendebakker
  • @rafkes: Die 24u/w die je voor me zou werken de komende tijd, dat stellen we toch een paar maanden uit. Maar je wacht wel, he? #tegendebakker
  • @elsbeth_twitt: Die 24u/w die je voor me zou werken de komende tijd, dat stellen we toch een paar maanden uit. Maar je wacht wel, he? #tegendebakker
  • @rohy: ‘Als je wil dat ik je brood betaal, moet je wel van mijn factureringssysteem gebruikmaken. De codes daarvoor stuur ik later.’ #tegendebakker
  • @rachidalm: Wanneer je een krentebol maakt voor ons dan mag je het resultaat ervan niet meer gebruiken voor andere klanten #tegendebakker
  • @margaritesmit: Het eerste brood is gratis en dan kijken we of het bevalt #tegendebakker
  • @getik: “Reken maar een uur extra, want volgens mij ben je met dat brood veel langer bezig geweest dan normaal” #tegendebakker, #datdanweerwel
  • @rohy: ‘Je mag me pas een factuur sturen als je alle broden voor deze maand hebt geleverd.’ #tegendebakker
  • @rohy: ‘Kun je mij je VAR en een kopie van je paspoort sturen.’ #tegendebakker
  • @barrysmit: “Ja, dat is het bedrag dat ik vooraf noemde, alleen is het budget aangepast, vandaar. Maar we zijn erg tevreden, compliment!” #tegendebakker
  • @vertaalster_m: ‘Ik wil graag voor morgenochtend 20.000 broden hebben. Hoezo dat lukt niet?’ #tegendebakker
  • @esther_305: #tegendebakker ‘Hoe is je tarief opgebouwd? Kun je dat specificeren?’
  • @myrthemarieke: Als ik nou beloof dat ik elke maand kom, mag ik dan deze broden gratis meenemen?  #tegendebakker
  • @claudiahelsloot: Als je nou een paar verschillende versies maakt, leg ik ze voor en kijken we of er wat bij zit dat we willen afnemen. #tegendebakker
  • @lisabouyeure: Vijf bakkers een brood laten pitchen, uit allemaal een hap nemen en alleen de beste betalen. #tegendebakker
  • @bvermond: Ik heb de kosten voor de tijgerbol uit de factuur geschrapt. Dit hadden we zelf in huis. Dit geldt ook voor het stokbrood. #tegendebakker
  • @arjanelfassed: ‘nee, voor dat brood is geen budget. we kunnen alleen je reiskosten vergoeden’ #tegendebakker
  • @rohy: ‘Een kilo aardbeien graag.’ #tegendebakker
  • @oscarkocken: “Heeft u witbrood van gisteren? Het is voor de eendjes.”#tegendebakker
  • @chrisklomp: ‘Sorry, het betaalmoment deze maand was gisteren. Volgende maand ben je de eerste’ #tegendebakker
  • @sachadeboer: Iedereen kent je nog als slager, maar hiermee weten ze dan ook dat je brood bakt. Met naamsvermelding hoor! #tegendebakker
  • @vic23: Mijn neefje is ook begonnen met brood bakken. Wil je hem eens op weg helpen met uitleggen hoe je deeg maakt? #tegendebakker
  • @perriehoekstra: Dat deeg hoeft toch niet te rijzen? Je kunt het toch zo wel ff in de oven donderen? Wordt het brood veel goedkoper van! #tegendebakker
  • @carlamondig: dank voor t bedenken van dit speciale recept voor mij, Maar héél toevallig kwamen mijn eigen mensen met hetzelfde, dus doei!. #tegendebakker
  • @annejantoonstra: We betalen je gewoon. Verder krijg je ook nog een fles wijn, bloemen en een staande ovatie.’ #tegendebakker
  • @robertlagendijk: zou je dat nog even in een mailtje willen zetten? #tegendebakker

Overigens zeggen opdrachtgevers dit ook regen reguliere bedrijven, maar dat terzijde. Herkenbaar is in het ieder geval!

Posted in Uncategorized | Tagged , | 12 Comments

Plasterk: ‘Iedereen moet met zijn poten van onze politici afblijven.’

Autobranden, poederbrieven, fysiek geweld en intimidatie; iedereen heeft de verhalen en beelden op het nieuws voorbij zien komen. Het aantal bedreigde politici in Nederland neemt toe, evenals de zwaarte van de bedreigingen.Hoe ga je daar als volksvertegenwoordiger of bestuurder mee om? ‘Blijf altijd praten en luisteren. Probeer de echte reden van dergelijk gedrag te achterhalen’, zegt Yvonne Hagenaars (raadslid Rijswijk). Ook Marc Witteman (burgemeester Stichtse Vecht) en minister Ronald Plasterk geven hun visie.

Wie: Yvonne Hagenaars
Wat: Raadslid Rijswijk

Je bent recentelijk bedreigd, wat is er precies gebeurd?
‘Naar aanleiding van de komst van een azc hier in het dorp kreeg ik een handgeschreven envelop in de bus met daarin een onsmakelijke brief gericht aan mijn dochters. De brief bevatte de mededeling dat ik nog maar eens goed over dat azcmoest nadenken, anders zou de briefschrijver mijn dochters een keer een bezoekje op school brengen.’

Wat was je eerste gedachte?
‘Ik was er eigenlijk best nuchter onder. Weer zo’n gek, dacht ik. Ik ben al vaker bedreigd en ook in mijn omgevinghebben mensen te maken gehad met bedreigingen, zoals Joodse raadsleden in Amsterdam en Adri Duivesteijn die poederbrieven kreeg. Ik heb zelfs een tijdje een stalker gehad die ook wist waar mijn kinderen op school zaten. In de raadszaal ben ik eens doodgewenst en tijdens het flyeren voor een campagnezei iemand op een afstand van twee meter: “Ze moeten jou in de fik steken”. De brief die we kregen paste wat dat betreft in het beeld dat kennelijk veel mensen de behoefte hebben dit soort dingen te doen. De buitenwereld was er meer door geschokt.’

Had je dat verwacht?
‘Nou, zo’n hevige storm aan media-aandacht had ik niet voorzien. Maar de brief is natuurlijk erg heftig. Je moet als volksvertegenwoordiger laten zien dat je niet zwicht voor dit soort vreemde bedreigingen. Dat is precies de reden dat ik de inhoud publiekelijk bekend heb gemaakt. Ik vind dat het democratisch proces voor iedereen onverstoord en onbelemmerd moet verlopen. Dus bedreigingen moet je altijd melden. Dat wordt tegenwoordig overigens heel serieus opgepakt: er is zelfs een team Bedreigde Politici bij de politie. Zij zijn verantwoordelijk voor dit soort zaken en geven steun.’

Wat kun je collega-politici aanraden?
‘Raak niet in paniek. Probeer nuchter te kijken naar de motivatie van zo iemand. Meestal voelen deze mensen zich ongehoord en onbegrepen. En soms is het een verward persoon. In ieder geval maakt zo’n brief duidelijk dat je niet genoeg kunt blijven praten en luisteren.Zolang het mensen zijn met enige ratio is het behapbaar, als het om verwarde mensen gaat is het een ander verhaal. Maar dat weet je natuurlijk van tevoren niet. Alleen al daarom moet je altijd eerst aangifte doen. Zit bovendien nergens met je vingers aan, bel de politie en stel de burgemeester op de hoogte. Daar zijn overigens in iedere gemeente protocollen voor. Als je die niet hebt, regel dit dan in je gemeente of provincie.’

Zit er verschil tussen beledigingen en bedreigingen?
‘Dat vind ik lastig, de lijn is soms moeilijk te trekken. Bij duidelijke bedreigingen, ook al komt daar geen geweld aan te pas, moet je in ieder geval aangifte doen. Ook als het jou zelf niet zo heel erg shockeert. We moeten voortdurend duidelijk blijven maken dat bedreigingen niet kunnen. De redenering van dit soort types, dat politici niet luisteren, klopt bovendien niet. We luisteren wel, maar we zijn het niet met iedere boodschap eens. Dat is iets anders. Het mag natuurlijk nooit zo zijn dat degene met de grootste bek, de engste brieven of de grootste branden gelijk krijgt.’

Wie: Marc Witteman
Wat: Burgemeester Stichtse Vecht

In 2007, toen je nog wethouder was in Leiden, werd je bedreigd. Hoe ging je daarmee om?
‘Een ondernemer had opgeroepen een steen bij mij door de ramen te gooien. Eventuele boetes zou hij betalen. In eerste instantie besloot ik geen aangifte te doen. Zijn advocaat verzekerde mij ervan dat de persoon in kwestie verkeerd was geciteerd. Later bleek dat de uitspraken wel degelijk gedaan waren. Toen er opnieuw dreigende uitspraken gedaan werden, heb ik alsnog aangifte gedaan. Het Openbaar Ministerie en de politie haalden mij daar eigenlijk toe over.’

Hoe serieus nam je de dreigementen?
‘Zolang de agressie zich tegen mij richtte, kon ik er wel mee leven. Maar nu moest ik thuis aan de kinderen vertellen dat ze uit de buurt van de ramen moesten blijven. Dat heeft toch wel impact op je gemoedstoestand. Bovendien ga je je afvragen of je een volgende keer een andere beslissing zou nemen. Ik had en heb nog steeds het gevoel dat ik onafhankelijk ben in mijn beslissingen. Maar wanneer iemand je familie erbij betrekt, is dat wel de meest smerige manier van aandacht vragen en dreigen.’

Hoe serieus gingen de autoriteiten vervolgens met je aangifte om?
‘Het OM en de politie steunden me heel erg tot het moment dat ik aangifte deed. Maar daarna hoorde ik niets meer. Niemand hield me op de hoogte en als ik zelf informeerde, was het OM erg terughoudend. Het werd een slepende zaak. In augustus 2007 deed ik aangifte, ruim een jaar later werd de betreffende ondernemer veroordeeld tot drie maanden voorwaardelijk en 5000 euro geldboete. Hij ging in hoger beroep. Pas in februari 2010 volgde de uitspraak: vrijspraak! Dan voel je je behoorlijk in de steek gelaten.’

Je bent nu burgemeester. Zou je het op dezelfde manier aanpakken? 
‘Ja, ik vind het ook echt een standaardprotocol. Zodra er sprake is vanbedreiging moet je aangifte doen. Sinds 2007 is er wel veel veranderd. Vooral in de periode ná een aangifte is er nu betere begeleiding. Maar als ik toen had geweten hoe het proces was verlopen, had ik misschien geen aangifte gedaan. Want kennelijk moest ik toen, gezien de uitspraak van de rechter, maar accepteren dat mensen een oproep mogen doen om je ramen in te gooien. Ik zou er nu in ieder geval niet meer over bloggen, wat ik toentertijd wel deed. Dan voed je de aandacht alleen maar en dat is juist waar dit soort figuren op uit is: publiciteit.’

Hoe belangrijk is het dat er nu snellere en zwaardere uitspraken komen?
‘Heel belangrijk. Je moet je als bestuurder of volksvertegenwoordiger gesteund voelen. Het kabinet speelt daarin een belangrijke rol. Zij moeten duidelijk maken dat alle bedreigingen die je nu ziet in het kader van de vluchtelingendiscussie echt niet kunnen! Ik ben wel erg benieuwd of de wet ook werkelijk zo uitpakt dát er sneller en strenger gestraft wordt. Eerst zien dan geloven. En er moet zeker ook iemand zijn die met bedreigde politici meekijkt of zij nog wel een onafhankelijke rol kunnen vervullen. Daar moet je niet alleen voor staan.’

Merk je aan collega-bestuurders dat ze moeite hebben met de vraag wel of geen aangifte te doen?
‘Zeker. Er zijn ook collega’s die geen aangifte doen om ophef te vermijden. De gedachte dat het alleen maar een dreigement is en dat de daad toch niet bij het woord gevoegd zal worden, speelt dan op. Maar dat kun je nooit zeker weten. Als wij van inwoners verwachten dat ze aangifte doen bij bedreigingen, moeten we dat als bestuurders ook doen. In gelijke omstandigheden moet je gelijk acteren.’

Welke tip zou je collega’s mee willen geven?
‘Het helpt als je dichtbij bewoners staat. Zorg dat ze hun verhaal altijd bij je kwijt kunnen, wees open en ga het gesprek aan. Dat kan helpen voorkomen dat mensen hun frustratie op een andere manier gaan uiten. Maar helaas kun je niet alles voorkomen.’


Wie: Ronald Pl
asterk
Wat: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Er is recent veel nieuws over bedreigingen en intimidatie van politici. De leidraad Veilig Bestuur is begin november gelanceerd, was er daarvoor ook al beleidomtrent dit soort bedreigingen?
‘Jazeker, dat is het programma Veilige Publieke Taak, dat breder gaat dan alleen politici. Het programma richt zich op allerlei mensen die een publieke functie vervullen waarbij ze met agressie, geweld of bedreiging worden geconfronteerd, dus bijvoorbeeld ook ambulance- en baliemedewerkers. Voor iedereen gelden dezelfde adviezen.’

Hoe zien die adviezen eruit?
‘Het begint ermee dat je binnen je organisatie, bijvoorbeeld een gemeente, van tevoren met elkaar afspreekt wat wel en niet acceptabel is. Ook moet je proberen goede werkafspraken te maken voor wanneer zich een incident voordoet. En je moet altijd aangifte doen als er sprake is van een strafbaar feit, ook al denk je misschien zelf dat je die bedreiging niet zo serieus hoeftte nemen. Het is totaal onacceptabel dat mensen worden bedreigd.Iedereen moet in volle vrijheid zijn of haar werk uit kunnen oefenen.’

Wijs je lokale politici zelf ook op de mogelijkheden die er zijn voor ondersteuning?
‘Ik zit hier nu drie jaar en ik wijs elke nieuwe burgemeester op zijn of haar wettelijke verantwoordelijkheid over integriteitsvraagstukkenén op de verantwoordelijkheid op het gebied van veilige publieke taken.’

Sommige politici zeggen: ‘Ik besteed liever geen aandacht aan mijn bedreiging, dan maak ik het alleen maar groter.’
‘Dat ontraad ik dus echt. Het risico bestaat dat mensen er aan gaan wennen en hetnormaal gaan vinden. Ik adviseer nadrukkelijk om wél aangifte te doen. Dat zeg ik ook omdat we dat in de hele sector van publieke taken willen aanmoedigen. Als een baliemedewerkster wordt bedreigd, adviseren wij als politici om aangifte te doen. Dan moeten diezelfde politici wel het goede voorbeeld geven. Overigens: het OM stelt bij bedreigingen aan mensen met een publieke taak een hogere strafmaat.’

Als aangifte wordt gedaan, hoe moeten mensen dan omgaan met de mediadruk die kan ontstaan waardoorer eventueel vervolgbedreigingen kunnen komen vanuit een bredere groep?
‘Die vraag is nu vooral relevant vanwege de vluchtelingenstroom. Daarom hebben we een hulpeenheid vanuit het ministerie beschikbaar gesteld om lokale bestuurders bij te staan met het organiseren van inspraak en betrokkenheid van bewoners. Die eenheid helpt ook met de vraag hoe om te gaan met agressie en geweld. Daar kunnen mensen altijd voor hulp aankloppen.’

Marc Witteman gaf aan dat pas na 2,5 jaar uitspraak kwam in een zaak die hij in zijn tijd als wethouder had aangespannen tegen een ondernemer die hem bedreigde. Duurt het nog steeds zo lang?
‘De vaste lijn in het programma Veilige Publieke Taak is dat na aangifte informatieverstrekking en terugkoppeling moet volgen. We zijn een aantal jaar verder dan die casus, dus als het goed is,moet dat nu beter zijn. Er zijn ook afspraken gemaakt over effectieve en snelle afhandeling van zaken. Het is belangrijk dat bedreigde politici zich gesteund voelen. Het kan al snel erg dichtbij komen, bedreigingen raken mensen vaak in de persoonlijke sfeer. En dat kan niet. Iedereen moet met zijn poten van onze politici afblijven.’

Gepubliceerd in: Lokaal Bestuur, november 2015

Posted in In de media, Politiek | Tagged , , , , , , , , , | Leave a comment

Interview met Diederik Samsom (nov 2015)

IMG_5216Enkele weken na zijn aantreden als partijleider in 2012 sprak Lokaal Bestuur met Diederik Samsom. In september volgden er succesvolle verkiezing. We kregen 38 zetels in de Tweede Kamer en worden coalitiepartner in een kabinet met de VVD. Maar er komt ook kritiek. Het linkse geluid wordt te weinig gehoord en van de 38 zetels in de Kamer zijn in de huidige peilingen nog erg weinig over. Na ruim drie jaar is het tijd om Samsom opnieuw op te zoeken: wat is er terechtgekomen van zijn wensen en dromen van toen?

Je verzuchtte in 2012 dat je nieuwe werk weliswaar heel erg leuk was, maar ook extreem druk. Is dat nog steeds zo?
‘Haha, ik kon toen totaal niet overzien dat het nog veel erger zou worden. Hoe je het ook wendt of keert, in een coalitie zitten vereist veel concentratie. We hebben een minder in de Eerste Kamer, een rechtse regeringspartner en zaten in een economische crisis. Dat vereist allemaal extra werk.’

Heb je nog vrije tijd?
‘In de weekenden gaat het nog wel. We wennen aan het minderheidskabinet, de crisis is minder geworden, alleen de VVD is nog net zo rechts…’

Het is een voor de hand liggende vraag, maar ik wil hem toch stellen: hoe vind je het beleidsmatig gaan na drie jaar kabinet?
‘Toen we aan deze kabinetsperiode begonnen, namen we ons voor om in ieder geval alles op alles te zetten om Nederland uit de economische kuil te laten klimmen waarinhet gestort was. In de tweede helft van 2012, dus na ons eerste interview, kregen we het in heel Europa erg moeilijk. Ook in Nederland. En in het kabinet zaten we met twee partijen die verschillend dachten over de beste manier om uit die kuil te klimmen. Maar we wilden het wel samen doen. Inmiddels zijn we aan het opkrabbelen en groeit onze economie harder dan in de andere Europese landen. Dus dat is in ieder geval gelukt. En al die vreselijke cijfers over werkloosheid, ongelijkheid en armoede die toenam, zijn nu gedraaid. Maar de onderliggende problematiek bestaat nog steeds. We willen immers niet alleen een maatschappij waarin het economisch beter gaat, maar ook een maatschappij waarin de samenhang groter wordt, waarin we wat meer naar elkaar omkijken.’

Bas Heijne schreef onlangs in het NRC dat de huidige politici niet de essentie raken van wat Nederland nu nodig heeft: ‘Samenhang, samenleving, gemeenschap. Wat hebben wij in dit land met elkaar te maken? Wat zijn we elkaar verplicht? Wat zijn we elkaar verschuldigd? Dat zijn de grote vragen die het politieke establishment stug blijft negeren,’ stelt hij. Ben je het hiermee eens?
‘Ik voel me niet aangesproken, juist omdát ik dat een van de belangrijkste vragen vind! Maar dat is niet het enige. Ik ben graag bereid de economie als verwaarloosbare factor opzij te zetten, maar dat is niet de realiteit. Als je werkloos raakt en geen vooruitzicht hebt op een baan, dan verstikt dat je bestaan en koop je weinig voor dergelijke‘grote vragen’. Werk, een betaalbaar huis en goede zorg, dat is de basis. Tegelijkertijd denk ik wel dat we gemakzuchtig zijn geweest door te denken dat de samenhang in de samenleving zich laat betalen door economische groei.’

Het Van Waarde-verhaal gaat ook in op het realiseren van een samenleving waariniedereen mee kan doen. Hoe breng je de principes en uitgangspunten hiervan zelf in de praktijk?
‘Om dat te kunnen realiseren, moeten we zaken in beweging zetten. De paradox daarbij is dat zodra je dingen in beweging zet, de onzekerheid bij mensen toeneemt. En in een situatie van onzekerheid zijn mensen juist eerder geneigd in zichzelf te kruipen dan de hand uit te steken naar anderen. De reflex van het menselijk lichaam gaat ook op voor een samenleving. Hervorming zorgt bijna de facto voor reacties van onrust en zorg. Daar zitten we nog middenin.’

In 2012 gaf je aan dat het een mogelijke valkuil voor je was om te ver voor de troepen uit te lopen. Terwijl het voor een partijleider toch belangrijk is dat mensen met je mee kunnen komenen achter je aan blijven lopen. Momenteel lijkt de partij echter veel steun te zijn kwijtgeraakt.
‘De PvdA zelf is natuurlijk niet het doel, maar wel zo’n belangrijk middel dat het zorgen baart als het slecht gaat met de partij. Iedereen is het erover eens dat er, bijvoorbeeld in de zorg, iets moest veranderen. Uit de hand gelopen bureaucratie en zorgconglomeraten als Meavita dreigden ons te overspoelen. Iedereen is het ook wel eens over het eindpunt, de meest wenselijke situatie: kleinere zorgaanbieders die hun wortels in de buurt hebben en mensen thuis zorg bieden. Maar de brug ertussen is doodeng.Je weet wat je loslaat, maar niet wat je terugkrijgt. Het is een beetje zoals ik was toen ik als klein jongetje over een sloot wilde springen: je weet niet zeker of je de andere oever haalt.’

In hoeverre zijn er mensen die de overkant nu niet halen?
‘Die mensen zijn er. Dat probleem zie je bijvoorbeeld bij de problematiek rond het persoonsgebonden budget (pgb). Het is vaak bijsturen, niemand heeft de wijsheid in pacht. Het bruggetje is smal en, eerlijk is eerlijk, dat komt ook omdat politici te lang hebben gewacht met ingrijpen. Deze verandering had tien jaar geleden ingezet moeten worden. Maar er is helaas gewacht tot het laatste moment, tot de motor vastliep. En het werk dat we onder de motorkap verricht hebben, vertaalt zich in de praktijk nog niet altijd in een soepel rijdende auto.’

Is het ook een probleem dat VVD en PvdA beide iets anders willen? Om de vergelijking door te trekken: de VVD wil een snellere auto en de PvdA een milieuvriendelijkere?
‘De VVD is bij de meeste compromissen niet het grootste probleem geweest, de realiteit was dat veel vaker. De VVD wil ook dat de pgb’s gewoon overgemaakt worden. We lopen vooral tegen een economische crisis, administratieve problemen en tien jaar achterstallig onderhoud aan. Dat geldt voor alle onderdelen van de verzorgingsstaat. We hebben daardoor meer haast dan comfortabel is. We koesteren de verzorgingsstaat, maar hebben te lang aangenomen dat we die konden blijven betalen met 3% groei. Die groei is sinds het begin van deze eeuw weg. Dus alles liep tegelijk vast: zorg, woningbouw en werkgelegenheid.’

Wat er onder de motorkap gebeurt, is redelijk onzichtbaar.Wat is onze grote toekomstvisie voor de samenleving?
‘Ik wil een samenleving waar plek is voor iedereen. Ik snap dat mensen gefrustreerd zijn, ben het ermee eens dat de hervormingen veel praktische problemen opleveren en niet altijd snel genoeg gaan. Maar als ze stellen dat het niet de goede kant op gaat, ben ik het niet met ze eens. Er is straks minder armoede, meer werk en er is economische groei. Vanuit deze basis moeten we werk maken vansamenhang in de samenleving.’

Is het niet heel kwetsbaar dat verbetering in die samenhang zo afhangt van de economische situatie? 
‘Ja, maar het is wel de werkelijkheid.’

Wat zou je met de kennis van nu anders hebben gedaan bij de coalitie-onderhandelingen?
‘We zijn nu veel akkoorden aan het bijstellen. De realiteit is weerbarstig; soms moet ergens meer geld bij en soms worden doelstellingen gematigd, zoals de huurstijgingen uit het loonakkoord. Dat soort problemen kun je vooraf niet altijd voorzien, want dan hadden we ze natuurlijk toen meteen opgevangen. Maar per saldo zou er geen wezenlijk ander resultaat zijn geweest.’

Nog even terug naar die grote visie: in 2012 gaf je aan dat het creëren van een duurzame economie de belangrijkste opgave is voor de komende decennia. Maar de kolenbelasting wordt afgeschaft, het plaatsen van windmolens is op veel plaatsen lastig en de Nederlandse klimaatdoelstellingen voor 2020 zijn lager dan tussen 195 landen is afgesproken.
‘Met grotere ambities gaan we de eerste honderd meter niet sneller rijden. Wat vooral van belang is, is dat er weer beweging in het beleid komt. Het uitgangspunt voor duurzame energie was in 2012 slechts 4%. We zijn bezig met een inhaalslag. Het energiebeleid was niet zozeer te links of te rechts, het veranderde simpelweg te vaak. Dat is funest voor investeringen. Na jaren stilstand hebben we de zaak in beweging gebracht. We gaan vooruit, en wat mij betreft steeds sneller.’

Zetten ambitieuzere doelstellingen niet juist aan tot de nodige innovatie?
‘Ja, maar op de korte termijn, tot 2020, is dat niet te realiseren. We zetten nu in op het maximaal haalbare tot dat moment. En we halen in 2020 Duitsland in met groene elektriciteit, dat is toch positief. Op wat langere termijn moeten onze kinderen aan de slag. Het is niet voor niets dat de overheidsuitgave op onderwijs de enige is die we fors hebben opgevoerd. Het neerzetten van windmolens is cruciaal. Maar het is nog belangrijker dat we ervoor zorgen dat onze kinderen slimmer worden dan wij, zodat zij nieuwe vormen van duurzame energie kunnen ontwikkelen.’

Een andere belangrijke doelstelling waar je in 2012 over sprak, was de wens om mensen te helpen die afhankelijk zijn van de sociale werkplaats, maar de Participatiewet stevent volgens velen af op een mislukking.
‘Als je het hebt over een economie waarin plek is voor iedereen, dan is het niet gek dat we ontzettend trots waren op de sociale werkvoorziening. Dat was ik ook, tot ik in Groningen aan drie jongens vroeg wat ze wilden worden. ‘Brandweerman, politieagent en Wedeka-medewerker’, waren de antwoorden. Wedeka is in Stadskanaal de grootste werkgever. Als je een economie creëert waarin je mensen alleen nog een plek kunt bieden omdat de sociale werkvoorziening de grootste werkgever is, dan doe je iets niet goed. Mensen moeten op de reguliere arbeidsmarkt mee kunnen draaien.’

In de praktijk worden er nog maar weinig participatiebanen gerealiseerd.
‘De cultuur van bedrijven moet veranderen. Dat gaat niet snel. We hebben gezegd: voor elke deur die in de sociale werkvoorziening dichtgaat, moet ergens anders een deur open. Vanuit Den Haag is deze cultuurverandering lastig te realiseren. Wij hebben alleen lompe middelen: een regeling, een wet of een heffing. Dat is niet efficiënt, maar wel effectief. De Quotumwet is daar natuurlijk een voorbeeld van. Maar let wel, veel bedrijven geven al het goede voorbeeld. Dat begint bijvoorbeeld met het in dienst nemen van een familielid met een beperking, maar dit moet nog verder uitgebreid worden. Ook een willekeurig ander iemand zou zo binnen moeten kunnen komen. Maar het kost tijd. En er is soms een dwingende handvoor nodig.’

Wat weinig tijd lijkt te kosten, is het overdragen van taken van het Rijk naar gemeenten. In 2012 gaf je aan dat de dominantie van het Rijk ten opzichte van gemeenten af zou moeten nemen naar gelang het aantal taken dat wordt overgeheveld. In de praktijk gaat dit gepaard met fors minder budget voor de gemeenten. Hoe zit dat?
‘Dat klopt, dat is niet handig maar wel noodzakelijk. De snelheid en bezuinigingen zijn afgedwongen door de realiteit: we hebben de boel tien jaar laten versloffen en er is simpelweg minder geld beschikbaar.’

Over gemeenten gesproken, je hebt meegelopen met een wijkverpleegkundige. Wat neem je hiervan mee naar Den Haag?
‘Alles wat ik lees en hoor over de veranderingen in de zorg is natuurlijk leuk, maar pas als je zelf meeloopt voel je echt hoe het in elkaar zit. De noodzaak van wat er moest veranderen is pregnanter voor me geworden, maar ook de problemen. Wat ik gezien en gehoord heb, helpt mij om hier in Den Haag bij te sturen.’

Tot slot: je stelde in 2012 dat de PvdA over vijf jaar, dus bij de eerstkomende Kamerverkiezingen, de grootste partij van Nederland zou zijn. Is dat nog haalbaar?
‘Drie weken voor de vorige verkiezingen waren we de zevende partij van het land. Dus alles is mogelijk zolang we maar leveren op onze eigen waarden. Mijn grootste zorg op dit moment is dat we een samenleving dreigen te worden waarin niet voor iedereen een plek is. Als we het op zijn beloop laten, zoals onze coalitiepartner zou willen, krijg je een maatschappij waarin steeds minder mensen mee kunnen komen. Dat gaat wat mij betreft niet gebeuren!’

Gepubliceerd in: Lokaal Bestuur, november 2015

Posted in In de media, Politiek | Tagged , , , | 1 Comment

Vijf maanden zwanger

Nu ik toch aan het bloggen ben: ik ben inmiddels dus al weer vijf maanden zwanger van kabouter nummer twee! En waar ik de vorige zwangerschap last van bijna elk denkbaar zwangerschapskwaaltje had (zie deze blog, is het nu behoorlijk beter. Veel minder misselijk, veel minder pijn, etc. Ik heb eigenlijk vooral last van twee zaken nu: vermoeidheid (lig elke dag al rond 20:00 uur op bed!) en zwangerschapsdementie.

Voor de mensen die dat begrip niet kennen: het bestaat echt, en het gaat over de vergeetachtigheid die zwangere en/of net bevallen vrouwen kunnen hebben. Bij Thule had ik daar vooral ná de bevalling last van, maar nu heb ik het tijdens de zwangerschap al. En echt, het is hilarisch. En soms erg lastig. Hieronder de meest suffe voorbeelden van zwangerschapsdementie uit de laatste weken. Jullie grootste les: vertrouw niets meer wat ik zeg de komende tijd. 😉

1. Onnadenkend de sleutels van onze huisgasten gepakt, deur van buitenaf daarmee op slot gedraaid en weggereden. 35 minuten rijden verder werden we gebeld: ‘we kunnen het huis niet uit.’ Dus weer terug…
2. Attachment vergeten bij te sluiten bij een mail.
3. Een week later krijg ik reactie op een ándere mail: ‘hee, ben je weer een attachment vergeten bij te sluiten?’ Ik triomfantelijk: ‘nee hoor, dit keer klopt het dat er niks bij zat!’ Half uur later stuur ik weer een andere mail, naar diezelfde persoon. En drie keer raden wat ik daarbij vergat…
4. Simpele Twitterberichten vijf keer moeten herlezen -en ze dan nog niet begrijpen.
5. Vergeten belangrijke presentatie op een USB-stick te zetten.
6. Opzet voor een stuk gemaakt, net op tijd voor de deadline, en die vervolgens vergeten te mailen.
7. Met agenda voor mijn neus tóch momenten afspreken waar al een afspraak staat (en dat gewoon niet zien).
8. Na 20 weken kregen we de 20-weken echo mee op DVD van de verloskundige. Die vergat ik dus mee te nemen.
9. Thule gaat een ochtendje uit logeren: ik pak een tas met spullen in die mee moeten, doe daar ook eten in, en vlak voor ik de deur uit ga haal ik dat eten er uit en ik laat de tas staan ?!?!
10. Laptop op kantoor laten liggen. Uiteraard.

En dan doe ik ook nog best erg veel dingen wél goed. Kun je nagaan. 😉

Nog vier maanden te gaan!

Posted in Uncategorized | 1 Comment

SurveyMonkey wil geen nieuwe klanten

Soms zijn contacten met bedrijven zó hilarisch/tragisch, dat ik er wel over móet bloggen. Vandaag was ik voor een klant op zoek naar goede enquetesoftware. Ik kwam al snel op SurveyMonkey uit, wat redelijk veel opties zou bieden. De enquete is echter nogal specifiek en waarschijnlijk sowieso eenmalig, dus ik kwam niet helemaal uit de vraag welk product ik nu het beste kon afnemen. Dat het een betaald product zou zijn, stond buiten kijf. Dus probeerde ik op de site van SurveyMonkey een telefoonnummer te vinden zodat ik wat meer informatie kon krijgen.

Geen telefoonnummer te vinden, alleen een contactformulier. ‘Alleen Platina en Enterprise klanten worden telefonisch te woord gestaan,’ zo meldde het formulier. Ik vulde het in en gaf aan dat ik op het punt stond juist voor één van die twee abonnementen te kiezen, maar dat ik daar graag iemand over wilde spreken van de afdeling verkoop.

Het antwoord kwam al snel:

Beste Kirsten,

Hartelijk dan voor uw email. Omdat telefonische ondersteuning alleen wordt aangeboden aan Platina of Enterprise accounts, helpen ik u graag verder via de mail. Wij bieden 7 dagen per week en 24 uur per dag ondersteuning per e-mail voor alle klanten

Met vriendelijke groet/Best regards,

Femke 
Customer Engagement Representative

Ik viel van mijn stoel. Wat een klantvriendelijkheid, not. Het is wat mij betreft al een zwaktebod om klanten die een betaalde account hebben die niet meteen Platina of Enterprise is niet telefonisch te woord willen staan, maar mogelijke NIEUWE klanten zo het bos in sturen… ja doei… Dus mijn reactie was simpel (ik was er helemaal klaar mee):

Ha Femke,
Kennelijk hebben jullie geen serieuze interesse in nieuwe, betalende klanten. Ik ga wel naar SurveyGizmo. Ik vind dit echt een tamelijk bizarre salesstrategie van jullie.

Kirsten

Op Twitter probeerde ik een Nederlandse SurveyMonkey account te vinden die iets over deze gang van zaken kon zeggen, maar er bleek alleen een Engelstalige wereldwijde account te zijn. Die las op Twitter mijn -Nederlandstalige- klacht dat ik als mogelijk nieuwe klant naar een formuliertje was verwezen en reageerde:

 Hi! My Dutch is pretty bad but we do offer Dutch support, would you mind contacting my colleagues here?

Waarna een link naar… een contactformulier volgde.
Het werd nog mooier, want ook Femke reageerde weer, ze ging double down op haar eerdere antwoord:

Beste Kirsten,

Bedankt voor uw reactie. Mocht u geïnteresseerd zijn in een Platina of Enterprise plan, dan is het mogelijk om contact op te nemen met ons Sales Team. Het Sales Team zal dan contact met u opnemen en zo nodig een telefoongesprek regelen. Zie volgende link voor het formulier: https://smenterprise.surveymonkey.com/Contactsales_en

Momenteel zijn wij een groeiend bedrijf, waardoor wij nog niet de mogelijkheid bieden om iedereen telefonisch te ondersteunen. We helpen u graag verder via de mail.

Met vriendelijke groet/Best regards,

Femke
Customer Engagement Representative

Of ik dus even -via een formulier- contact op wilde nemen met het Sales Team.
Ik geloof niet dat ik hier verder nog op reageer. Stelletje Customer Engagement Representatives.

Posted in Uncategorized | Tagged , | 4 Comments

Door: Kirsten Verdel – CO2-uitstoot: Hoe vervullen gemeente en provincie hun zorgplicht?

Nederland is een van de 195 ondertekenaars van het klimaatakkoord, waarin is afgesproken dat de CO2-uitstoot in 2020 met 25% tot 40% moet worden teruggebracht. De ondergrens ligt dus op 25%. Maar met het huidige Nederlandse beleid wordt dat minimumniveau niet gehaald. Sterker nog: het kabinet heeft een reductie van 16% als doelstelling voor 2020 bepaald. De staat voldoet hiermee niet aan haar zorgplicht, zo concludeerde de rechtbank onlangs in een rechtszaak die was aangespannen door Urgenda, een organisatie voor duurzaamheid en innovatie. Lokaal Bestuur vroeg Chris Vonk, fractievoorzitter Haarlemmerliede en Stijn Smeulder, fractievoorzitter Brabant wat zij van die uitspraak vinden en hoe zij zelf de CO2-uitstoot reduceren in hun gemeente of provincie.

Wie: Stijn Smeulders
Wat: Fractievoorzitter
Waar: Provincie Brabant

Wat vind je van het standpunt van Urgenda?
‘Ik ben het met hun eens. Het klimaatprobleem bestaat al jaren. We zijn wereldwijd al ongeveer twee decennia bezig met het verminderen van de CO2-uitstoot, maar echt concrete afspraken die ook te handhaven zijn, zijn daar niet over gemaakt. In Nederland hebben we sinds dit kabinet eigenlijk pas een ambitieus klimaatbeleid, met een concreet uitvoeringsprogramma in de vorm van het energieakkoord.’

Een doelstelling van 16% terwijl de ondergrens volgens het akkoord 25% is, dat kunnen we toch niet ambitieus noemen?
‘Nu ja, je kunt niet alles in één keer doen. Het moet allemaal wel kunnen en op korte termijn uitvoerbaar zijn. Nederland moet van ver komen, we maakten als Nederland echt deel uit van de Europese achterhoede. En onze coalitiepartner de VVD kijkt er natuurlijk heel anders tegenaan. De uitspraak van de rechter kan ons nu wel helpen.’

Wat doen jullie in Brabant om CO2-uitstoot terug te dringen?
‘We hebben op provinciaal niveau een energieakkoord gesloten met het bedrijfsleven, gemeenten en milieuorganisaties. Daarin zijn concrete doelstellingen opgenomen die in lijn liggen met het landelijke energieakkoord. In het Brabantse energieakkoord is ‘nul op de meter’ belangrijk. Met steun van de provincie worden tot 2021 40.000 woningen energieneutraal gemaakt. Ook de industrie doet mee en zal 10% van de gebruikte energie opwekken via zonnepanelen. Daarnaast zijn er afspraken gemaakt over het duurzaam maken van stallen, het realiseren van windmolens, een energiebesparing van 30% op maatschappelijk vastgoed als scholen en overheidsgebouwen en meer van dat soort praktische zaken. Bovendien levert het Brabantse energieakkoord minimaal 5.000 nieuwe banen op.’

Zijn die stappen voldoende om aan de doelstellingen te voldoen?
‘Ik denk niet dat dat het geval is. Om 25% CO2-reductie te halen in 2020 moet er nog meer gebeuren, maar wij doen echt al heel veel. CO2-reductie is geen wettelijke taak voor provincies, maar toch hebben we uit de opbrengsten van de verkoop van onze aandelen in Essent 60 miljoen in een fonds gestopt om de energietransitie te ondersteunen. Ook is er in het nieuwe provinciale bestuursakkoord acht miljoen gereserveerd voor energiebesparing en is er 20 miljoen euro extra om de transitie naar hernieuwbare grondstoffen te ondersteunen. Ik denk dat we een van de weinige provincies zijn die daar speciaal een akkoord voor hebben gesloten en ook boter bij de vis levert, dus we zien onze inzet wel degelijk als ambitieus.’

Wat zouden jullie nog meer willen doen?
‘We zouden graag particulieren helpen met voorfinanciering van investeringen in warmtepompen, zonnepanelen en andere middelen die tot energiebesparing en CO2-reductie kunnen leiden. Uiteindelijk moeten we natuurlijk streven naar die 40% reductie. Maar als provincie hebben wij uiteindelijk niet de bevoegdheden en middelen om dat af te dwingen. We doen wat we kunnen doen.’

Wie: Chris Vonk
Wat: Fractievoorzitter
Waar: Gemeente Haarlemmermeer

Wat vind je van het standpunt van Urgenda?
‘Urgenda wil niet alleen de CO2-uitstoot reduceren, zij wil ook dat Nederland versnelt met de klimaataanpak. Wij vinden dat een heel goed en haalbaar idee.’

Brabant vindt de 16% waar het kabinet naar streeft al bewonderenswaardig. Hoe denken jullie hierover?
‘Wij denken dat 25% realistisch en haalbaar is als je niet op de rem trapt.’

Wat doen jullie om CO2-uitstoot terug te dringen?
‘We hebben drie miljoen in een fonds gestopt waaruit duurzame maatregelen konden worden gefinancierd. Dat fonds moest groeien, andere partijen moesten daar ook aan bijdragen. Inmiddels zit er 33 miljoen in waarmee bijvoorbeeld 3000 huurwoningen worden voorzien van zonnepanelen. Dat betaalt zichzelf weer terug.
Verder hebben we een bedrijventerrein, Park 2020, waar alleen energieneutrale gebouwen staan. Deze gebouwen zijn bovendien cradle-to-cradle: alle materialen moeten recyclebaar zijn. Het gebied kan zijn eigen water zuiveren en zijn eigen energie opwekken. Ook tijdens de economische crisis was dit bedrijventerrein rendabel. Ondernemers verwachtten dat het geld zou kosten, maar het blijkt juist een unique selling point te zijn. Dat kunnen we ook op nationale schaal uitrollen. Als we kijken naar de technologische ontwikkelingen dan is 25% echt haalbaar. Het gaat dus puur om politieke wil. Veranderen kost tijd.’

Wat zouden jullie nog meer willen doen?
‘We willen ook onze inwoners en bedrijven inzetten. Er is bijvoorbeeld een algenkwekerij die recent gestart is, dat levert echt CO2-reductie op. Wat nog níet lukt is een rendabel duurzaam energiebedrijf runnen dat bijvoorbeeld gebruik maakt van aardwarmte. Het is wel gestart, maar het loopt niet lekker. Je kunt als gemeente niet goed op grote schaal reclame maken of uitleggen waarom het lokale energiebedrijf beter is dan bijvoorbeeld een Greenchoice. Wezenlijk is het ook niet beter, het is alleen een garantie voor ons als gemeente dat we 100% duurzame energie opwekken. En je ziet dat de grote energiebedrijven ook proberen te greenwashen (voor het oog groener voordoen dan de werkelijkheid is, red.), daar kunnen wij niet tegen opboksen als gemeente. Verder willen we graag windturbines plaatsen, maar het provinciale beleid zegt: “geen windmolens meer op het land.” Dus ja, wij vechten hier een beetje tegen de provincie.’

Welke rol kunnen of moeten gemeenten spelen in het klimaatdebat?
‘Gemeenten kunnen informeren en enthousiasmeren. Ze moeten mensen de ruimte geven om te innoveren, om te investeren in duurzame maatregelen. Er zijn allerlei samenwerkingsprojecten zoals het kweken van olifantsgras, wat vervolgens kan dienen als grondstof voor bijvoorbeeld papier, biobrandstof en bioplastic, en proeven met het kweken van milieuvriendelijke koel- en ontdooiingsmiddelen. Samenwerking opzoeken en organiseren is typisch iets wat gemeenten kunnen doen. De rijksoverheid krijgt het in zijn eentje nooit voor elkaar.’

Gepubliceerd in: Lokaal Bestuur, september 2015
G
eschreven door Kirsten Verdel

Posted in In de media | Tagged , , , | Leave a comment

Ik ben weer zwanger!

Jaja, Thule krijgt een broertje of zusje, zo rond eind januari 2016! We hebben het lang geheim gehouden, want we wilden het nieuws graag op Thule’s verjaardag (gisteren) aan de wederzijdse families melden. Intussen ben ik dus al 3,5 maand zwanger. De zwangerschap verloopt minder heftig dan de vorige: nog wel misselijk, maar niet zo extreem als de vorige keer. Ach ja!

Geert is er blij mee, ik ben er blij mee, en ons kleine kaboutertje weet nog niet wat een mening überhaupt is, maar zij is er vast ook blij mee. Ze kan er in ieder geval om lachen, zoals jullie zien.

Ideeën voor een leuke jongens- of meisjesnaam die past bij Thule zijn welkom. Dat wordt misschien nog de lastigste uitdaging het komende half jaar. 🙂

kabouter2

Posted in Uncategorized | Tagged , , | Leave a comment