Alles gaat altijd tegelijk kapot… en dan?

Dingen gaan nooit in eenzaamheid kapot. Net zo als al het goede in drieën komt, geldt dat ook voor het stuk gaan der dingen. Nu ja, bij ons gingen er zelfs vier zaken kapot in een tijdspanne van ongeveer 10 dagen. Om te beginnen onze gloednieuwe Samsung Galaxy S5, toen de stofzuiger, vervolgens de wasmachine en uiteindelijk het sluitmechanisme van de vuilnisbak. Oh ja, eigenlijk mag ik ook nog wel de misbakken mama mia noemen, waarna we ook in aanraking kwamen met een klantenservice.

De afhandeling van garantiezaken blijft altijd boeiend, dus daarom in het kort even hoe het ons met deze vijf zaken verging.

1. Samsung Galaxy S5. Bedrijf: T-Mobile.
In eerste instantie leek T-Mobile ons netjes meteen een nieuwe telefoon te geven, vervolgens ging het mis doordat ze een tweedehands kapotte telefoon leverden en de ‘oude’ nieuwe telefoon zogenaamd niet meer konden traceren, uiteindelijk kwam het door ophef op Twitter en Facebook pas goed, toen kregen we ineens heel snel alsnog netjes een gloednieuwe telefoon (zie ook http://www.locuta.nl/t-mobile-heeft-mijn-telefoon-gestolen/).

2. Stofzuiger. Bedrijf: Philips.
De stofzuiger had ineens nul zuigkracht meer. Filters waren schoon, verder niks te zien. Philips gebeld. Zouden terugbellen, maar deden dat niet. Dus weer stennis geschopt op social media. Ook daar net als bij T-Mobile direct reactie. De stofzuiger is inmiddels opgehaald voor reparatie. Ongebruikelijk vermoedelijk, want een nieuwe sturen is denk bijna net zo duur?

3. Wasmachine. Bedrijf: Siemens.
Midden in een was viel de stroom weg. Een paar keer stekkers verwisseld, waarna een paar seconden lang de stroom terug kwam, maar daar hield het ook mee op. Dus Siemens gebeld: die stuurden twee dagen later iemand langs. Om aankoopbonnen werd niet eens gevraagd, alleen globaal wanneer ik de wasmachine had gekocht. Er bleek een stuk elektronica defect te zijn. Nog een paar dagen later was dat onderdeel, dat in Duitsland besteld moest worden, binnen. En de wasmachine werkte meteen weer perfect.

4. Mama mia’s Bedrijf: Pepsico.
Een misbakken mama mia in een chipszak, iets ergers bestaat natuurlijk niet op deze planeet. Vol heimwee naar vroeger, toen je dat soort dingen direct bij de chipsfabrikant meldde omdat je dan soms een hele dóós chips thuis gestuurd kreeg besloten we voor de gein (na veel hilariteit met het kraambezoek waar de mislukte chips was ontdekt) om weer eens een teleurgestelde brief te sturen naar de fabrikant van mama mia’s. Dat bleek Pepsico te zijn. Toch een soort teleurstelling, voor mij als Coca Cola fan. De tijden bleken veranderd: we kregen een excuusbrief en een tegoedbon om de schade te dekken: 1,50 EUR. Nu ja, wel terecht eigenlijk. Maar vroeger was dus inderdaad alles beter. ;)

5. Vuilnisbak. Bedrijf: Brabantia.
Dit was weer een echt probleem. De deksel van de vuilnisbak wilde niet meer dicht, het sluitingsmechanisme bleek ineens stuk te zijn. Dus hup: naar de site van Brabantia en zoeken naar garantie, want de bak was amper meer dan een jaar oud. Op de site van Brabantia blijk je aan te kunnen geven dat je garantie hebt, zonder dat je daar verder enig bewijs van hoeft aan te leveren. Waarschijnlijk omdat Brabantia spullen niet snel stuk gaan en de garantie op veel producten 5 tot maar liefst 15 jaar is: vrijwel iedereen valt sowieso wel binnen de garantieperiode, dus waarom moeilijk doen, denken ze daar misschien. Het kapotte elementje was zo besteld en viel twee dagen later in de brievenbus. Probleem opgelost.

Al met al best suf dat er vier dingen in zo’n korte tijd stuk gingen. Ik hoop dat het daar even bij blijft (bedacht me net dat we zélf in die periode ook nog stuk zijn geweest: flink ziek geweest een paar dagen…). Qua klantenservice slaat de meter door richting positief. Alleen wel jammer dat het er soms verdacht veel op lijkt dat je tegenwoordig pas na herrie te schoppen op social media écht goed wordt geholpen. Dat is wat sneu voor al die mensen die daar niet op zitten, of die minder assertief zijn…

Posted in Uncategorized | Tagged , , , , , , | Leave a comment

T-Mobile heeft mijn telefoon gestolen!

Een paar weken geleden belde ik met T-Mobile: het was tijd om mijn abonnement te verlengen. Ik ben al héél lang trouwe klant. Ik kreeg te horen dat er een speciale actie was met de Samsung Galaxy S5. Die leek me wel wat. Dus besteld. Binnen enkele dagen kwam de gloednieuwe telefoon. Een geweldig ding, maar… er zat wel een klein barstje in het glas van de camera. Dus ik bellen: hoe kan ik dat laten repareren? De jongen aan de andere kant van de lijn zei dat de telefoon weliswaar al langer dan een week in ons bezit was, maar dat hij toch wilde kijken of we in plaats van een reparatie gewoon een nieuwe telefoon konden krijgen. Ik werd in de wacht gezet en even later meldde hij dat het was gelukt. Ik was érg blij en twitterde zelfs opgewekt dat het ook wel eens gezegd mocht worden dat T-Mobile erg klantvriendelijk kan zijn. Enkele dagen later, namelijk gisteren, arriveerde de nieuwe telefoon.

Niet dus. Wat blijkt? Het ís helemaal geen nieuwe telefoon, maar een ‘refurbished’ telefoon. Eentje die al van iemand anders is geweest, waarschijnlijk kapot is gegaan, gerepareerd is en nu onder de vlag ‘zo goed als nieuw’ weer aan klanten wordt gegeven. Deze telefoon bleek verre van ‘zo goed als nieuw:’ de batterij HOLT leeg (8% in 8 minuten), de telefoon wordt gloeiend heet en er stonden al apps op.. Dus belde ik net weer met T-Mobile: waar was de mij beloofde *nieuwe* telefoon?

Dit keer werd er gemeld dat ik ‘uiteraard’ geen nieuwe telefoon kon krijgen omdat die termijn van een week al verstreken was. Maar dat was mij helemaal niet gemeld in het eerste gesprek! Mij was gemeld dat ik een nieuwe telefoon zou krijgen. Als ik had geweten dat ik een tweedehands telefoon zou krijgen, zou ik gezegd hebben dat ik gewoon een reparatie aan mijn originele S5 had gewild. Maar omdat mij niets verteld was over een ‘refurbished’ telefoon, had ik die kans niet eens. “Nou, geef me dan maar de vorige telefoon terug, dan repareer ik die wel ergens in een winkel.” Maar dat bleek niet te kunnen, omdat ze al na 1 dag aangeven niet meer te weten waar die specifieke telefoon is, ook al heb ik gewoon het unieke IMEI-nummer daarvan. “Die is misschien alweer naar een andere klant.” Wat, met die barst er nog in???

Ik ben woest: T-Mobile heeft gewoon mijn gloednieuwe telefoon gestolen en me ‘gecompenseerd’ met een tweedehands telefoon. Ze geven nu aan alleen maar de telefoon opnieuw te kunnen ruilen voor een andere ‘zo goed als nieuwe’ telefoon en 20% korting te willen geven op mijn abonnementskosten van de komende drie maanden. Dat komt neer op iets van 25 euro, een fooi. Meer kon de mevrouw aan de lijn niet doen zei ze. Ik had geen keus: moest dit maar accepteren. En oh ja: “de S5’s waren nu wel even op, dus het kon wel even duren ook.”

Maar ja: ik vind het nog steeds volledig onacceptabel. In plaats van een gloednieuwe telefoon heb ik nu een paar weken na ingang van een nieuw 2-jarig abonnement al twee keer alle apps opnieuw moeten installeren, zometeen nog een derde keer, en dan heb ik géén nieuwe telefoon. Ik ben echt boos. Een klacht indienen kon niet, “want we hebben geen specifieke klachtafdeling. U moet het met mij doen.”

Nou, dan maar weer op internet. Ik dacht vorige week echt even dat ik voor één keer een positief verhaal had over een telefoonprovider, eentje waar ik zoals gezegd al heel lang klant ben. Ik voel me nu echter afgescheept en bestolen en enorm gefrustreerd. Dank je wel T-Mobile. En ja, beschouw dit maar als klacht. De enige twee fatsoenlijke oplossingen die acceptabel zouden zijn, zijn wat mij betreft nog steeds:
– of mijn vorige telefoon terug (dan repareer ik ‘m zelf wel)
– of gewoon zoals beloofd (!!!!) een nieuwe telefoon.

Bah.

Update
Mijn blog ging als een lopend vuurtje rond op diverse social media, waarna ik door T-Mobile werd benaderd via Facebook, Twitter en telefonisch. Dit was toch allemaal niet de bedoeling. Telefonisch werd ik benaderd door iemand van de klachtafdeling (!!!), ze gingen regelen dat ik toch een nieuwe telefoon kreeg. En zo geschiedde, enkele dagen later. Ik ben blij dat het opgelost is, maar zoals diverse mensen op Twitter en Facebook al riepen: het is jammer dat het op deze manier moet..

Posted in Uncategorized | Tagged , , , , , | 2 Comments

De Belastingdienst: leuker kunnen we het niet maken, wel belachelijker

Ik heb dit jaar al aardig wat Belastinggedoe gehad, waaronder een epische strijd over een niet kloppend antwoord van de Belastingdienst op een vraag over werken in het buitenland, waardoor we nu 400 euro kwijt zijn aan een belastingadviseur die alles recht heeft moeten zetten. Dat geld krijg je natuurlijk niet terug van de Belastingdienst, ook al gaven zij zelf het verkeerde antwoord. Bah.

Vandaag kwam er nog een tamelijk hilarisch en tegelijkertijd triest stapeltje brieven overheen. Ging over een ander onderwerp: de zorgtoeslag van mijn man over 2013. Hij moest nog iets terugbetalen, en daar kwam dus vandaag post over. Niet één envelop, maar 3!

Envelop 1: Beschikking zorgtoeslag, met daarin een te betalen acceptgiro.
Envelop 2: Een brief waarin staat dat er een beschikking is gestuurd, en dat die eventueel in termijnen te betalen is.
Envelop 3: Een brief waarin staat dat de definitieve toeslag berekend is en dat er dus nog wat betaald moet worden.

Are you kidding? Waarom wordt dat in vredesnaam niet in één envelop verstuurd? Leuker kunnen ze het niet maken. Accurater ook al niet, en minder bureaucratisch en milieuvervuilend kennelijk ook niet… amateurs.

Posted in Uncategorized | Tagged | Leave a comment

Lokaal Bestuur: vrijwilligers onder de Afrikaanse zon

photo-29Verschenen in: Lokaal Bestuur, september 2014
Geschreven door: Kirsten Verdel

De PvdA staat bekend om haar ruimhartige inzet voor ontwikkelingssamenwerking. In het kabinet ligt de nadruk momenteel op het verbeteren van de positie van ontwikkelingslanden door middel van handel. Op kleinere schaal zijn PvdA’ers vaak actief in concrete projecten. Ook daar is de traditionele manier van ontwikkelingssamenwerking onderhevig aan vernieuwing. De kern van die vernieuwing: laat mensen zelf kiezen wat nodig is en faciliteer alleen datgene wat mensen in ontwikkelingslanden zelfstandig niet kunnen realiseren. Lokaal Bestuur sprak met twee bevlogen PvdA’ers, afkomstig uit het lokale bestuur, die als vrijwilliger actief zijn buiten de landsgrenzen.

Wie: Bert Bruijn
Wat: Oud-burgemeester Haarlemmerliede en Spaarnwoude, oud-wethouder Haarlem
Actief in: Zimbabwe

Wat doe je precies in Zimbabwe?
‘In 1990 was ik wethouder in Haarlem. Het hoofd Huisvesting van de Zimbabwaanse gemeente Mutare bracht een werkbezoek aan Rotterdam om zichzelf bij te spijkeren op het gebied van volkshuisvesting. Hij had gehoord dat er in Haarlem leuke dingen gebeurden, dus kwam hij naar ons.’

En toen?
‘We zetten een werkgroep op met aannemers, architecten en ambtenaren van de gemeente, om op verzoek van Mutare te helpen met een huisvestingsproject voor mensen die om verschillende redenen zelf geen huis konden krijgen, veelal omdat ze werkzaam waren in de informele sector. Vanuit Haarlemse woningbouwcorporaties, aannemers en architectenbureaus hebben we een revolving fund opgezet (waarbij de opbrengst van een project in het volgende project wordt gestoken, red.). In 1994 kregen we Mutare zo gek om gratis grond ter beschikking te stellen. We brachten riolering aan en hielpen met de selectie van mensen uit sloppenwijken die een renteloze lening zouden krijgen voor de bouw van een woning. Ook richtten we een materialenfonds op. Tekeningen voor de huizen in de wijk werden gezamenlijk opgesteld en daarna zijn ze gaan bouwen.’

Dat klinkt allemaal heel simpel
‘We liepen wel tegen wat problemen aan! Soms werd het met een lening aangeschafte cement weer doorverkocht. Dat losten we op door iemand in te huren die er op toe zag dat de materialen ook daadwerkelijk voor woningen werden gebruikt: mensen kregen pas een nieuwe lening als we letterlijk konden zien dat het geld goed besteed was. Ook bedacht Mugabe dat de sloppenwijken moesten worden opgeruimd, wat met harde hand gebeurde. De gemiddelde bezetting van ‘onze’ huizen verdrievoudigde omdat veel mensen daarnaartoe vluchtten. Lang niet iedereen daarvan had een inkomen. De mensen van ons project hadden daardoor minder geld om voortgang te maken met de bouw van hun huis. Het grootste probleem was echter de hyperinflatie van 2005-2008. Voor de Zimbabwanen was het gunstig: ze hadden een renteloze lening en de aflossing was niet geïndexeerd, dus in plaats van 20 dollar per maand hoefden ze ineens nog maar een halve banaan per maand af te lossen. Het gevolg voor het project was echter wel dat we in plaats van 600-700 huizen er nog maar dik 200 konden realiseren. We hadden geen rekening gehouden met hyperinflatie.’

Zie je het project dan nog wel als succes?
‘Jazeker, we hebben letterlijk en figuurlijk veel gebouwd. De deelnemers hebben zich georganiseerd in een woningbouwcorporatie en we zijn nu bezig met een nieuw project waarbij 100 huizen van zonnepanelen worden voorzien. Die leveren dan weer energie op voor 1000 woningen. De stedenband Haarlem-Mutare is nu ook veel breder van opzet. Er werken vier coördinatoren en er zijn veel vrijwilligers. Het zijn sinds 2007 allemaal lokale mensen die de projecten dragen en we faciliteren alleen ideeën waar ze zelf mee komen. Maar ze staan dus helemaal op eigen benen. Ook financieel. Het enige waar ze nog afhankelijk van zijn is een eerste investering vanuit Nederland. Die kunnen ze als lening ook gewoon weer terugbetalen. De woningbouwcorporatie daar is verder zelfvoorzienend. Dat geldt ook voor andere zaken die de stedenband doet, zoals de sportorganisatie. Zelfs de nevenactiviteiten van jongeren leveren geld op. Die zijn bijvoorbeeld een commercieel fitnesscentrum begonnen. Dat is een groot succes geworden.’

Wat is jouw rol nu?
‘Ik ben in 2013 gestopt als burgemeester in Haarlemmerliede. Mijn vrouw is Zimbabwaanse en ik zit nu vaker in Zimbabwe dan in Nederland. Ik ben in oktober weer die kant op gegaan en ik ben nu pas voor het eerst weer terug. Ik ben de verbindende schakel tussen het bestuur van de stedenband hier en daar. Uitvoerend werk doe ik niet, ik adviseer alleen.’

Heb je wat aan je bestuurlijke achtergrond?
‘Veel, omdat je af en toe een voorzichtig advies kunt geven over de organisatie van de bestuursstructuur daar. Als oud-wethouder van Haarlem en burgemeester van Haarlemmerliede, heb je wel enig aanzien. Het geeft mij en de stedenband een goede ingang naar het gemeentelijk apparaat.’

Is de overheid daar erg anders georganiseerd?
‘De nationale structuur is hetzelfde, met een centrale overheid, provincies en gemeenten. Maar alles wordt zeer centralistisch bestuurd. In gemeenten is de burgemeester vooral representatief. De echte macht ligt bij de ‘town clerk.’ Het management is in feite oppermachtig. De gemeenteraad is relatief jong, weinig ervaren en ze weten vaak niet wat hun rechten zijn. Verder gaat elk bouwvergunninkje daar top-down langs de ‘city engineer’. Ze hebben nauwelijks centrale financiering. De stad moet gefinancierd worden vanuit de stedelijke belastingopbrengst. Alleen grote projecten krijgen wat geld van de centrale overheid of vanuit ontwikkelingssamenwerking. Mutare heeft 300.000 inwoners. Twee jaar terug was hun totale lokale belastingopbrengst 8 miljoen dollar. Dat klinkt als erg weinig, maar het was 68 procent van het totaal aan geheven belastingen, verreweg het hoogste van het hele land!’

Wat vind je het leukste aan Zimbabwe?
‘Het meest fantastische vind ik de mensen. In tegenstelling tot Zuid-Afrika kun je in Zimbabwe als blanke rustig ’s avonds over straat. Mócht je beroofd worden, dan is het niet omdat je blank bent. Ten tweede zijn de Eastern Highlands een schitterend en fantastisch mooi berggebied, dat is heerlijk. Als derde punt wil ik het oranje licht noemen dat je ziet als het om vijf uur donker wordt. Dan zit ik graag op mijn veranda te kijken hoe de zon langzaam ondergaat. Dat kan dan lekker in een T-shirtje. Wat ik mis zijn die koude gure winteravonden. Zeker rond de kerst, dan is het daar hoogzomer. En ik mis de lange zomeravonden uit Nederland. Het verschil tussen zomer en winter in Zimbabwe is drie kwartier! Om zes uur is het donker en om zes uur is het licht…’

Hebben jullie nog last van Mugabe?
‘Mugabe’s regime is vooral met zichzelf bezig. Er is geen militaire onderdrukking ofzo, dat scheelt. Dus het project loopt goed. Ook met ons gezin gaat het goed. We zijn nu bezig met een Bed&Breakfast, Pa Brown’s Holland House. Heerlijk!’

Wie: Karel Schols
Wat: Fractievoorzitter en oud-wethouder in Duiven
Actief in: Malawi

Waarom ben je actief geworden in Malawi?
‘Het sociaaldemocratisch gedachtegoed is daarvoor mijn leidraad geweest. Je hebt waar dan ook ter wereld alleen maar serieus een kans als je voldoende onderwijs krijgt. Sommige mensen zijn daar echter van verstoken. 25 jaar geleden had een oom van mij een vriend die kloosterling was in Malawi. Via mijn oom kwam ik hem tegen. Van het een kwam het ander en voor ik het wist was ik actief voor de dovenschool waar hij daar mee bezig was. Inmiddels zitten er 172 kinderen op die school, die één van de slechts vier dovenscholen in het hele land is.’

Speelt de overheid van Malawi daar geen rol in?
‘Gehandicapte kinderen hebben het heel moeilijk in Malawi. Je ziet dat kinderen snel opgeborgen worden in een instelling en dan kijkt er eigenlijk niemand meer naar hen om. Zonder ons zou het onderwijs voor deze kinderen verdwijnen.’

Is er na 25 jaar geen verbetering opgetreden in de overheid?
‘Op lokaal niveau zeker wel, als het om de dovenscholen gaat. Er zijn nu computers, gehoorapparaten zijn beter beschikbaar, mensen kunnen zelf hun eigen oorstukjes maken. Maar er is nog steeds een wereld te winnen. We zijn ook actief in Indonesië, de Filippijnen en Vietnam. In Indonesië zitten op kleuterscholen kinderen die in Nederland naar het speciaal onderwijs zouden gaan. Dat hoeft niet verkeerd uit te pakken, maar het laat wel zien dat de overheid daar een eendimensionale kijk op onderwijs heeft.’

Hoe dragen jullie bij aan de dovenschool?
‘Leerkrachten worden door de overheid betaald, wij doen alleen het internaat, de huiswerkbegeleiding en sociaal-culturele activiteiten. We werken daarbij met lokale projectleiders, dus niet met Nederlanders die even komen vertellen hoe het moet. Eén van de andere drie dovenscholen doen we samen met de Presbyterianen. We zijn een niet-kerkelijke stichting, maar we maken wel gebruik van hun infrastructuur. Vandaar dat je mij op foto’s nog wel eens met een non ziet staan.’

Jullie werken met lokale medewerkers, doen andere hulporganisaties dat ook?
‘Dat is in de loop der jaren wat veranderd. Kloosterordes hebben zich uit het ontwikkelingswerk teruggetrokken, maar daar is weinig infrastructuur voor terug gekomen. Veel particulieren houden zelf alles strak in de hand, maar wij geloven daar niet in.’

Er is vaak sprake van een kennistekort in ontwikkelingslanden. Worden er wel eens besluiten genomen door de lokale medewerkers die jullie minder handig vinden?
‘Er is veel overleg. Via social media hebben we bijna dagelijks contact. Als ze een vraag, hebben stellen ze die. Er gaat niet zoveel fout.’

Welke lessen heb je geleerd?
‘Dat ontwikkeling tijd nodig heeft. En dat overal in de wereld zeer getalenteerde mensen rondlopen. We hebben ook geen enkele teleurstelling gehad. Er is nog nooit  iemand met het geld er vandoor gegaan. Dat komt doordat we vertrouwen geven.’

Wat zijn do’s en don’ts?
‘In Afrika gaf het in het begin veel discussie dat we kinderen van alle gezindten opnamen. Maar we namen de tijd en doordat iedereen nu weet dat we geen onderscheid maken, levert dat juist rust op in de samenleving. Dus neem die tijd ook echt. Daarnaast: check alles. We kregen ooit computers vanuit Nederland, waarvan bij aankomst bleek dat de helft niet werkte. Dat hadden we al in Nederland moeten controleren. Ga nergens zomaar van uit. En als derde: lever sowieso liever geen spullen, maar doe zaken met geld. Toen we kleren naar Malawi stuurden, zagen we dat de lokale textielindustrie in de problemen kwam. Sindsdien leveren we alleen zaken die lokaal niet te krijgen zijn.’

Wat zijn jullie inkomstenbronnen?
‘We hebben een aantal vaste donateurs en we hebben wat legaten verzameld in de afgelopen jaren. Dat gaat heel goed.’

Wat valt op als je met je politieke bril naar Malawi kijkt?
‘In Nederland spreken we over de participatiemaatschappij. In Malawi hébben ze die. Dat gaat veel verder dan hier. Iedereen wordt opgevangen door familie. De samenleving in dorpen is heel hecht. Als een familie het moeilijk heeft, los je dat samen op. Pleegkinderen komen ook vaker voor. Familie en dorpsgenoten vangen dat op, net als bijvoorbeeld Aidspatiënten. Wij kunnen daar van leren dat een gemeenschap twee kanten heeft: leuk wonen vereist ook dat je elkaar helpt. Dus leer elkaar kennen in de straat en in de wijk. Het is heel simpel: als je elkaar niet kent, zoek elkaar dan gewoon op. Het is een kwestie van doen. Weet je, met al die decentralisaties en bezuinigingen in Nederland is de beweging naar iets soortgelijks als in Malawi in feite onvermijdelijk.’

Posted in In de media | Tagged , , , | Leave a comment
Gallery

En… we zijn getrouwd!

This gallery contains 25 photos.

Dat Thule er aan zat te komen wist iedereen wel, dankzij eerdere tweets en Facebook berichten. Wat jullie nog niet wisten, is dat Geert en ik op maandag 28 juli jongstleden (die dag met die enorme hoosbui) getrouwd zijn in … Continue reading

Posted in Uncategorized | Leave a comment

We hebben een dochter: Thule!

thuleNa 38 weken en 5 dagen was het op 12 augustus 2014 dan eindelijk zo ver: daar was onze dochter, Thule! Het was een aparte dag, die wat anders verliep dan we hadden gepland.

‘s Morgens om 10:00 uur stond een routinebezoek aan de verloskundige gepland. Direct daarna zouden we naar het zwembad in Delft gaat. De laatste weken kwamen we wel vaker in zwembaden: in het water hangen was zo ongeveer nog de enige manier voor mij om even zonder pijn door het leven te gaan. Het liep allemaal wat anders.

Ik meldde namelijk bij de verloskundige dat ik sinds zaterdag (let wel: we waren er dus op dinsdag) wat vochtverlies had, maar dat het volgens de ‘regels’ geen vruchtwater leek te zijn. De verloskundige twijfelde net als ik een beetje en zei dat we voor de zekerheid het beste even naar het ziekenhuis konden gaan. Daar konden we die middag om 13:30 uur langs. Dat betekende dus: niet zwemmen.

Om 13:30 uur kwamen we op de motor aan bij het Erasmus MC. Inmiddels waren er zeg maar ‘ontwikkelingen’, want van twijfel over vruchtwater kon nu weinig sprake meer zijn. Een arts bevestigde dat met een echo: ‘Ja, ik zie her en der nog wel wát vruchtwater, maar veel is het niet meer.’ Dat betekende dus dat ik direct moest worden opgenomen, want als mijn vliezen al drie dagen eerder gebroken waren, dan betekende dat een potentieel risico voor de baby. We konden echter niet in het Erasmus MC terecht: dat zat vol. We werden naar huis gestuurd met de mededeling dat we gebeld zouden worden over waar we dan wel terecht zouden kunnen. Om 14:30 uur waren we thuis, tien minuten later werd er gebeld dat alle ziekenhuizen in Rotterdam vol zaten! We moesten uitwijken naar Capelle aan den IJssel. Om 15:13 uur waren we daar, dit keer met de auto.

Ik was intussen al de hele dag aan het twitteren en besloot om daar maar vrolijk mee door te gaan. Inmiddels waren namelijk al meerdere mensen benieuwd hoe het allemaal ging. Een aantal sites zou in de loop van de dag melding maken van die tweets (zoals fittevrouwen.nl), en Stand.nl riep op Radio 1 een dag later zelfs op tot het sturen van een kaartje. Zelfs zonder dat ze ons adres meldden kwamen er toch wat kaartjes binnen van volstrekt onbekenden. Leuk!

Maar ik loop vooruit op de feiten: we waren dus aangekomen in Capelle, alwaar we braaf wachtten tot we zouden horen wanneer en hoe ik zou worden ingeleid. Terwijl ik op een ziekenhuisbed lag, bleken de weeën echter zonder dat ik het door had al begonnen te zijn! Toen ik eerder in de middag op de motor was gestapt naar het Erasmus MC, deed het wat pijn toen ik ging zitten. Dat was achteraf zo ongeveer de eerste wee. Maar ik merkte er nog weinig van: het is dat de monitor aangaf dat er weeën waren, want zelf merkte ik nog weinig. In korte tijd veranderde dat echter. Al snel voelde ik elke pakweg 2:30 a 3:00 minuut een wee opkomen, die dan tussen de 20 en 45 seconde duurde. Het was echter goed te verwerken allemaal. De verloskundige zei dat ik al 2cm ontsluiting had, terwijl ik nog niks had gevoeld. ‘ontsluiting gaat met ongeveer 1 cm per uur gemiddeld,’ gaf ze aan. Ruim anderhalf uur later had ik 4cm. De weeën deden nu serieus pijn, maar toen Chester, een vriend van me, toevallig belde, kon ik hem nog semi-gewoon te woord staan. Wel moest ik de telefoon telkens even die max 45 seconden van me af houden om tijdens de weeën de pijn te verbijten.

Niet heel veel later veranderde alles: in het volgende uur en 15 minuten kwamen de resterende 6 cm er ineens bij. De pijn daarbij was niet te beschrijven. Tijd voor een ruggeprik dus. Daar moest ik 25 minuten op wachten, maar daarna was het ook echt een walk through the park, de rest ging bijna vanzelf. En zo kwam het dat om 21:12 uur Thule dan eindelijk werd geboren, 47 cm lang en 3115 gram zwaar!

Inmiddels is ze een week oud, kerngezond en nu al boven geboortegewicht. Als ze nu ook nog even ‘s nachts blijft slapen dan is het feest helemaal compleet. :)

DSCN0506

Posted in Uncategorized | Tagged , , | Leave a comment

Acht maanden zwanger…

photo-23photo-99Ik ben vandaag precies acht maanden zwanger. Nog één maand te gaan. We zitten nu dus op dik 35 weken, lees: nog 4 weken en 3 dagen te gaan. Althans, als de baby exact op de uitgerekende datum komt. Dat schijnt maar in 4 procent van de gevallen te gebeuren. Alles tussen de 37 en 42 weken wordt als normaal beschouwd. Ik vind het allemaal best, als het maar niet richting die 42 gaat, want het begint nu toch wel weer serieus vervelend te worden.Ik heb vooral erg veel pijn direct rechts onder mijn borstkas. Of dat iets met gal, lever of ribben is, is onduidelijk. Het enige wat ik weet, is dat ik niet meer kan zitten van de pijn soms. Maar het wisselt heel erg: de ene keer heb ik er wel last van, dan weer niet. Nu weer wel helaas: lig dus op de bank terwijl ik dit tik.

Ik zit inmiddels in mijn laatste werkweek voor ik met zwangerschapsverlof ga. Voor de mensen die dat niet weten: je mag op z’n vroegst zes weken voor je uitgerekende datum met verlof, en op z’n laatst vier weken van tevoren. Kortom: je hebt twee weken speling. Ik heb zelf gekozen voor vier weken, zodat ik ná de geboorte van de baby nog zoveel mogelijk verlof over heb (in totaal is dat 16 weken). Na donderdag ben ik dus thuis. Geen idee wat ik ga doen. Als iemand zich verveelt: kom gerust buurten. :)

Mijn vorige zwangerschapsblog is alweer twee maanden oud, eens zien wat er samen te vatten is over die periode. Ten eerste de foto’s maar even benoemen. De foto links is ongeveer 3,5 maand oud, de foto rechts is van vandaag. Zoek de verschillen… in de laatste maand schijnt een baby nog ongeveer een kilo aan te komen, waarmee die van ons op rond de 3500 gram zou moeten uitkomen. Ben benieuwd of dat klopt.

Twee maanden geleden had ik veel last van allerlei kwaaltjes. Dat is eigenlijk nooit echt weg geweest, de hele zwangerschap heeft zich gekenmerkt door pijn, vermoeidheid en alles wat daar mee te maken heeft. Waar ik géén last van heb gehad is gek eetgedrag. Ook ben ik niet extreem veel aangekomen: 11,2 kilo tot dusverre. Gemiddeld komen vrouwen ongeveer 12 kilo aan in hun hele zwangerschap.

Zo’n anderhalve maand geleden kreeg ik serieus last van mijn bekken. Gelukkig wist ik me nog wat oefeningen te herinneren uit mijn herniatijd, en die bleken te helpen. Na een paar dagen nauwelijks kunnen bewegen, was ik daar dus al vrij vlot weer van af. Ook gingen we rond die tijd voor de laatste keer op vakantie: een week fietsen in Italië. Althans: Geert ging fietsen met de andere fietsers van de schaatsclub, ik reed één van de begeleidende busjes. Dat was erg zwaar, ik was telkens rond het middaguur al op, maar ja: tot een uur of vijf waren we elke dag wel onderweg. De avonden waren derhalve erg kort: eten en naar bed.

Elke drie weken moest ik me melden bij de verloskundige. Die checkt dan de bloeddruk van de moeder en de hartslag van de baby. Ons 1-na-laatste bezoek vond ik tamelijk hilarisch, want de keer daarvoor had ik erge last gehad van mijn buik nadat de verloskundige er best hard op had gedrukt, dus dit keer gaf Geert een niet mis te verstane waarschuwing dat de verloskundige héél voorzichtig moest zijn. Dat deed hij kennelijk op zo’n toon dat ze me nauwelijks meer durfde aan te raken, haha. Toch vond ze de hartslag van de baby zonder problemen. Die was telkens prima, net als mijn bloeddruk. Momenteel moet ik elke twee weken langs omdat uur U dichterbij komt, maar die bezoeken verlopen vooralsnog hetzelfde als de eerdere.

Bij zeven maanden kregen we nog een laatste echo. Daarbij was de baby al zo groot, dat je het volledige lichaam al niet eens meer op één foto kunt zien. Dat was wel jammer. Het was wel fijn om te horen dat alles er nog steeds prima uit ziet.

Nog eens een week later kreeg ik last van zuur in mijn keel. Bij een zwangerschap gaat de slokdarm trager werken en daardoor kun je makkelijk last krijgen van zuur. Sinds een week of drie heb ik daar vrijwel dagelijks last van. Erg irritant, maar Rennies en dergelijke werken helaas niet. Meh.

Al met al ging het wel aardig de laatste maanden. Ik kon gewoon werken, we zijn nog redelijk vaak buiten de deur geweest (als je 1 a 2 keer per week veel noemt althans) en ik slaap over het algemeen redelijk goed, enkele uitzonderingen daargelaten. Het blijft wel zwaar, vrouwen die zeggen dat hun zwangerschap de mooiste tijd van hun leven is geweest, daar snap ik helaas niets van…

We hebben inmiddels ook nog allerlei spullen aangeschaft. Wat héb je stiekem toch veel nodig! Een box, een boxkleed, broekjes, rompertjes, shirtjes, luiers, sokken, hoedjes, wandelwagen, maxi cosi, wieg, matras, matrasjes, lakens, talkpoeder, flesjes, hydrofiele luiers, thermometer, kraampakket, dekens, kolfapparatuur, de lijst is lang… we hebben op drie dingen na nu alles. Denken we. :)

Verder heb ik geen zwangerschapscursusdingen gedaan. Bij zwangerschapsyoga schijn je vooral te leren hoe je met je ademhaling hyperventileren voorkomt en ik weet al hoe dat moet. Zwangerschapsgym heb ik één keer gedaan, maar dat was zo intensief dat ik na vijf minuten al spierpijn had, en toen niemand de moeite nam om uit te leggen waarom je bepaalde oefeningen aan het doen was, had ik het eigenlijk wel weer gezien. Dus zwem ik nu semi-regelmatig met Geert. We doen een halfslachtige poging alle zwembaden van Rotterdam af te gaan.

Geert is zich intussen aan het ontpoppen als een super betrokken papa-in-spe. Ik hoef maar half zielig te kijken of hij rent al weer naar beneden om eten of drinken voor me te halen. Of hij tilt me omhoog van de bank als ik weer eens niet weet hoe ik zonder mijn pijnlijke buikspieren te gebruiken op een andere manier op zou willen staan. Hij maakt het allemaal wel een stuk draaglijker op deze manier.

Nu maar hopen op een gezond kindje, dat is toch het belangrijkste. Acht maanden, and counting…

Posted in Uncategorized | Tagged , , , , | Leave a comment

Coalitieakkoorden staan bol van eigen kracht (Lokaal Bestuur juli/aug 2014)

Verschenen in: Lokaal Bestuur
Geschreven door: Kirsten Verdel

De klassieke verzorgingsstaat moet plaatsmaken voor een ‘participatiesamenleving’, zei koning Willem-Alexander vorig jaar in zijn trophoto-20onrede. Na een eerste mediastorm over deze omslag werd het stil, maar na de gemeenteraadsverkiezingen blijken termen als ‘participatie’, ‘eigen kracht’ en ‘samen doen’ in praktisch alle coalitieakkoorden voor te komen. Lokaal Bestuur vroeg zich af: menen we het serieus, of gebruiken we die ‘eigen kracht’ om keiharde bezuinigingen te verbloemen?

Wie: Maarten van den Bos
Wat: Fractievoorzitter in Lingewaard (Gld.) 46.000 inw., PvdA 1 zetel (oppositie)

Er staan een paar prachtige zinnen over de participatiemaatschappij in het coalitieakkoord van Lingewaard!
‘Ja, maar die zijn dan ook rechtstreeks gekopieerd uit een rapport van de Raad voor het Openbaar Bestuur, waarin stond dat de burger steeds minder op de overheid zit te wachten en dat die overheid dus zou moeten veranderen naar meer ondersteunend in plaats van richtinggevend. Ik weet niet of het college hier in staat is die mooie woorden concreet te vertalen.’

De overheid moet niet alleen veranderen om te bezuinigen, maar ook omdat ze haar taken niet kan uitvoeren zonder de kennis en ervaring van anderen, is zo’n zin uit het rapport.
‘Ja, dat is de kern. Het is goed dat er wordt nagedacht over het herdefiniëren van de verhouding tussen staat en burger, maar in de praktijk is het oppassen dat zo’n zin wordt misbruikt voor een simpele bezuinigingsoperatie.’

Toch spreekt het coalitieakkoord wel netjes over ‘maatwerk bieden’, het ‘scheppen van randvoorwaarden’ en het ‘faciliteren van een zorgzame samenleving door sociale verbanden te versterken.’
‘Er is een verschil tussen visie en vaagheid. Hier wordt visie vertaald als: loze vergezichten schetsen. Want tja, hoe doe je dat dan allemaal? Het college heeft beloofd na de zomer met een SMART geformuleerd programma te komen, dat moeten we dus even afwachten.’

Welke suggesties heeft de PvdA?
‘Heel concreet: we zitten nu met de decentralisaties binnen het sociale domein en het daarbij horende risico dat mensen naar de gemeente stappen en zeggen: geef mij wat ik nodig heb of ik stap naar de rechter. Wij willen een gemeentelijke ombudsfunctie die een signalerings- en afhandelingsfunctie heeft om klachten te behandelen. Daarmee haal je je doelstelling: zaken zo goed mogelijk voor de burger in orde te maken. Een ander voorbeeld is dat we een kwakkelend glastuinbouwgebied hebben. Er zijn mensen die het idee hebben om daar een windmolenpark te beginnen, anderen willen er een crematorium. Wij hebben gezegd: laten we het bestemmingsplan veranderen zodat andere bedrijvigheid daar mogelijk is.’

‘Ja, mits’ zegt het college daar toch over?
‘Op papier wel. Maar wij kunnen helpen om een en ander te concretiseren en beleid bij te sturen Ik merk dat het kiezen van zo’n constructieve houding werkt.’

In het coalitieakkoord staat dat het college voorstander is van het heffen van inkomensafhankelijke eigen bijdragen. Hoe verhoudt dat zich tot de ‘eigen kracht’ boodschap en het realiseren van de participatiesamenleving?
‘We moeten bezuinigen, dat is duidelijk. Ik vind het legitiem dat de overheid een eigen bijdrage vraagt aan mensen voor voorzieningen, mits je daarbij rekening houdt met het inkomen. Het is wel van belang dat je probeert te voorkomen dat een stapeling van eigen bijdragen bij de verkeerde mensen terecht komt. Stel dat een gezin met een eigen woning om die reden iets bij moet dragen en ook een eigen bijdrage moet leveren voor het leerlingenvervoer speciaal onderwijs, dan moet het niet zo zijn dat ze alles bij elkaar meer moeten betalen dan ze kunnen dragen.’

Wat vind je van de ‘eigen kracht’ filosofie? Gaan gemeenten daar goed mee om?
‘Ik vind het loos gezwam. Mensen moeten in staat zijn regie te voeren over hun eigen leven. Het is niet voor niets dat bij de invoering van de Algemene Bijstandswet werd gezegd dat dit een wet was waar mensen met opgeheven hoofd gebruik van moesten kunnen maken. Nu worden mensen soms juist betutteld en onder het valse voorwendsel van de participatiesamenleving financieel uitgekleed. Het gekke is ook: we zeggen dat we mensen in hun eigen kracht gaan zetten. Dat is iets wat de overheid dan schijnbaar doet. En dat is nu precies het tegenstrijdige in dat hele eigen kracht verhaal. Aan de ene kant zeg je: dat moeten burgers zelf doen, aan de andere kant zeg je dat je dat als overheid gaat regelen! Wat doe je nu als mensen uit eigen kracht niks meer aan hun eigen huis doen? Het ‘eigen kracht’ verhaal is teveel een sticker geworden die je overal op kunt plakken terwijl we eigenlijk niet precies weten wat je er mee moet.’

Wie: Mark Veenstra
Wat: Fractievoorzitter in Zuidhorn (Gr.)
18.000 inw., PvdA 2 zetels (oppositie)

Is het nieuw in Zuidhorn, het gebruik van de term ‘eigen kracht?’
‘Nee, eerlijk gezegd niet. De ChristenUnie heeft de afgelopen vier jaar de sociale portefeuille gehad in ons college, die terminologie werd door hen toen al gebruikt. In de praktijk zien wij nu vanuit de oppositie dat de verantwoordelijkheid vooral bij de burger neergelegd wordt, mensen moeten het dus kennelijk echt op eigen kracht doen. Er wordt gezegd dat er maatwerk wordt geleverd, maar bijvoorbeeld bij jeugdzorg en schuldsanering zien we niet dat mensen in staat worden gesteld het op eigen kracht te doen. Ze moeten het zelf maar oplossen, lijkt het devies.’

Zegt het coalitieakkoord niets over dat maatwerk?
‘Als PvdA wilden we voor elk dorp, voor elke grote kern een steunpunt hebben voor mantelzorgers. Vanuit dat punt zouden wijkverpleegkundigen en andere experts samen kunnen werken. Het akkoord is echter ongelooflijk vaag. De enige concrete cijfers die we zijn tegengekomen, zijn de paginanummers.’

In het akkoord staat dat de gemeente een ‘meer gelijkwaardige rol’ op zich wil nemen bij dienstverlening aan burgers: ze willen meer thuiskomen bij burgers. Wat houdt dat in?
‘Het idee is dat als je een vraag aan de gemeente hebt, bijvoorbeeld een verzoek voor een traplift, dat de gemeente dan een consulent langs stuurt om te kijken of dat werkelijk nodig is, of dat de buren bijvoorbeeld zorg aan je kunnen verlenen. De intentie om maatwerk te leveren is er daarmee wel, maar in de praktijk heb je het al snel over hele intensieve vormen van hulpverlening. Daar is veel kennis voor nodig. Wij vragen ons af of we die kennis en het apparaat daarvoor wel hebben.’

In het akkoord staat over het maatschappelijk vastgoed dat de gemeente ‘de kosten redelijker wil verdelen’. Dat leest als: bezuinigingen.
‘Ja, zo lezen wij dat ook. Maar hier en daar is het wel reëel. Er zijn bijvoorbeeld wat vergaderzalen waar wel erg weinig gebeurt. Op zich is het goed dat inwoners wordt gevraagd welke locaties er dan moeten blijven.’

Wat betekent ‘de inwoner centraal stellen’ voor jou? Hoe doe je dat?
‘Het is een prachtige marketingterm. De klant centraal. De burger centraal. Het komt uit dezelfde koker. De insteek is goed, maar hoe vul je dat nou in? Vaak gaat het om het ondersteunen van burgerinitiatieven, maar daar is in ieder geval niets nieuws aan.’

Is er dan wel echt iets nieuws aan de eigen kracht filosofie?
‘Nee, in wezen niet. Er wordt gekeken wat de inwoner zelf nog kan om dingen voor elkaar te krijgen. Misschien is het vernieuwende dat het nu gedwongen is, met name in de zorg. Daar moet je enigszins in vernieuwen omdat alle taken bij de gemeente komen te liggen. Maar de juiste invulling daarvan is lastig. Het komt toch veelal neer op bezuinigen.’

Hoe kom je uit die spagaat dat er minder geld is en je tegelijkertijd meer naar de behoeften van burgers wilt luisteren omdat die beter zou weten wat hij nodig heeft?
‘Dat gaat dus niet. Aan de ene kant zeggen dat iemand thuis móet blijven wonen en aan de andere kant vragen óf iemand daar behoefte aan heeft, dat botst.’

Dat eigen kracht verhaal gaat dus niet werken?
‘Inderdaad. Sommige mensen hebben ook helemaal geen eigen kracht, die blijven onder de radar. Daar komt bij, het initiatief voor het besturen van de samenleving moet bij het gemeentebestuur liggen. Waar heb je anders een bestuur voor?’

Wie: Joyce Langenacker
Wat: Wethouder in Haarlem (N-H)
150.000 inw., PvdA 6 zetels (coalitie)

De PvdA zit in het college in Haarlem. Wat kunnen we in het akkoord terugvinden van de filosofie van het kabinet dat mensen meer op eigen kracht moeten doen en minder op de overheid moeten leunen?
‘Het coalitieprogramma heet ‘samen doen.’ Dat is omdat we deels echt meer samen met burgers willen doen uit filosofische overweging, deels ook omdat we daar door de financiële omstandigheden niet onderuit kunnen.’

Wat gaan jullie nu samen met burgers doen wat voorheen nog niet gebeurde?
‘Concreet betekent het dat we meer buurtgericht gaan werken. Door te luisteren naar wat er in de buurten leeft, kunnen we onze dienstverlening inzetten waar dit wordt gevraagd. Dat vraagt om een andere bestuursstijl: meer meedenken en ondersteunen.’

Hoe faciliteer je dat dan?
‘Er zijn tal van taken als onderhoud, beheer, zorg, welzijnswerk en schoonmaken die veel meer vanuit de buurt georganiseerd kunnen worden. Dat kunnen we faciliteren door regels aan te passen, zodat bijvoorbeeld bepaalde ruimtes ook gebruikt mogen worden voor activiteiten die daar nu nog niet zijn toegestaan. We delen daarbij verantwoordelijkheden.’

De zorg wordt financieel uitgekleed. Hoe kun je dat probleem samen oplossen?
‘Je ziet een landelijke trend dat er steeds meer wijkteams komen. De winst daarbij zit mijns inziens in preventie. Door problemen eerder op te sporen kun je dure, lange trajecten voorkomen. Daarmee creëer je een win-win situatie: je bent meer met mensen in contact, je kunt meer maatwerk leveren en je bespaart zo hopelijk toch op de kosten. Dat laatste moet uiteindelijk ook wel. We krijgen immers meer taken die we met relatief minder geld moeten uitvoeren.’

In het coalitieakkoord staan over zorg vooral zinnen als dat het bestuur scherper wil gaan controleren op de uitvoering, bijvoorbeeld op de persoonsgebonden budgetten. Dat klinkt niet als ‘samen doen’?
‘We vinden dat we echt kritisch moeten zijn aan de poort. Maar als mensen daar eenmaal door zijn, proberen we hulp wel volledig financieel mogelijk te maken. We moeten wel kijken of familie en omgeving iets kunnen doen. Ons doel is om maatwerk te bieden op zowel basiszorg als specialistische zorg.’

Je zei net dat er regels moeten verdwijnen. Welke worden dat?
‘Neem handhaving: we moeten in totaal 10 miljoen bezuinigen, waarvan we 800.000 euro hebben geboekt op handhaving. In de praktijk betekent dat dat we minder kunnen handhaven. We schrappen onder andere in de regels voor verbouwingen aan woningen. Dat levert aan de ene kant meer ruimte op voor mensen die zelf iets willen en aan de andere kant kunnen wij zo die besparing realiseren.’

Posted in In de media | Tagged , , , | Leave a comment

Zes maanden zwanger…

photo-99Ik ben vandaag precies zes maanden zwanger. Nog drie maanden te gaan dus. Bijna onvoorstelbaar lang, want als ik nu naar mijn buik kijk en zie hoe DIK ik al ben… dat wordt nog wat (bijgaande foto is al 1,5 maand oud!).

Twee maanden geleden schreef ik mijn eerste blog over mijn zwangerschap (zie: www.locuta.nl/ik-ben-zwanger), waarin jullie konden lezen dat het niet echt over rozen ging. Ik was toen al maandenlang élke avond doodziek, op een manier die ik tot op de dag van vandaag niet eens kan beschrijven. Zo’n uniek, apart, en vooral: ongelooflijk vervelend ^@#&#-gevoel! Pas na 4,5 maand ging dat langzaam weg. Daarvoor in de plaats kwam ineens een hele scherpe rugpijn, die echter niet direct aan mijn hernia te relateren was. Na een paar dagen waarin ik amper een stap kon zetten kwam ik er achter wat er aan de hand was: bekkeninstabiliteit. Dat komt in allerlei varianten voor bij zwangere vrouwen. Ik had in ieder geval een extreem pijnlijke variant. Gelukkig wist ik een paar oefeningen op te duikelen die hielpen. En zo had ik ineens een paar weken waarin ik relatief vrij was van echte misselijkheid en echte pijn.

Maar dat betekent natuurlijk niet dat er verder niets aan de hand was. Want minder pijn en minder misselijkheid betekende helaas nog niet dat beide echt afwezig waren (of zijn). Ik maak alles mee: extreme vermoeidheid, of juist niet kunnen slapen, last van spierpijn, een zwaar gevoel in mijn buik, enorm geschop van de baby sinds een dikke maand (bij voorkeur midden in de nacht uiteraard, zodat je er wakker van wordt), in een paar weken tijd ineens veel aankomen, extreem acute hongeraanvallen, plotselinge moodswings, hoofdpijn, bekkeninstabiliteit, algemene rugpijn, pijn in mijn borstkas, pijn in mijn onderbuik, pijn bij mijn maag, last van een strakke buik, last van een hangbuik, last van een klotsbuik, felle pijnsteken op vrijwel willekeurige plaatsen, zenuwpijn, u vraagt, wij draaien…

En toch gaat het nu dus wel aardig. Het mooiste vind ik nog steeds dat mijn hernia sinds mijn zwangerschap volledig op de achtergrond is verdwenen. Ik kan dus wel gedurende langere tijd zitten. Nou ja, kon: aan het eind van de dag ben ik nu telkens wel redelijk uitgeteld en voel ik het gewicht in mijn buik ook echt ‘hangen.’ Dan toch maar weer liggen.

Inmiddels is dus ook de 20 weken echo alweer een tijdje geleden achter de rug. We weten dus wat het wordt! Namelijk…….. een baby!!

De babykamer is ook al af. Niet dat we daar veel aan wisten te doen, want wat heb je nu helemaal nodig? Een wieg en een commode. Die eerste kregen we van mijn zusje Pauline, de rol van de tweede wordt vervuld door een erg op een commode lijkende kast die Geert nog had. Van zowel Pauline als van Baukje (Geert’s zus) hebben we daarnaast tal van spulletjes gekregen, dus we geloven het voorlopig wel even. Het duurt per slot van rekening nog drie maanden. Dat is nog een eeuwigheid. Niet over nadenken. Niet over nadenken.

Zoals gezegd is de baby een dikke maand geleden voelbaar gaan bewegen. Af en toe is het kennelijk nodig rondjes te draaien, of karate-oefeningen te doen tegen mijn buikwand. In het begin nog erg leuk en schattig, daarna toch wel lichtelijk onhandig, vooral midden in de nacht. Want als ik slaap, betekent dat niet dat het ook rustig is in mijn buik… en dat murmeltje kan verdomd hard meppen en schoppen trouwens!

Geert is ondertussen zo lief als maar kan. Gisteren bracht hij bloemen mee. Zomaar. En hij is inmiddels ook verslaafd aan de West Wing, dus ben ik nu voor de derde keer de hele serie opnieuw aan het kijken. Het wordt nog een hele kunst om dat voor 21 augustus, de uitgerekende datum, af te hebben. Het zou helpen als ik niet meer zo vroeg in slaap val. :)

Afijn… tot zover deze update. Nog drie maanden. Drie. Maanden. 13 weken. Meer dan 90 dagen. Pfffff…!!

Posted in Uncategorized | Tagged , , | Leave a comment

Brussel is geen boeman

photo-97Geschreven door: Kirsten Verdel
Gepubliceerd in: Lokaal Bestuur mei 2014

Welke kansen biedt Europa aan waterschappen, provincies en gemeenten, vroegen we vorige maand aan Paul Sneijder, de nummer vijf op de PvdA-kandidatenlijst voor de Europese verkiezingen van 22 mei. Dit keer draaien we het om: hoe kijken PvdA’ers uit die drie bestuurslagen zelf naar Europa? Wat merken zij eigenlijk van Brussel? En: merkt Brussel ook iets van hén?

Wie: Joost van den Donk
Wat: Statenlid in Flevoland

Je hebt Europa in je portefeuille als PvdA-Statenlid. Wat doet Flevoland met Europa?
‘We hebben een Werkgroep Europa, waarin zes leden zitten uit de twaalf partijen in de Staten. Die werkgroep probeert het Brusselse beleid naar provinciale gevolgen te vertalen en zelf ook het beleid te beïnvloeden. Daartoe wordt veel afgestemd in P4- verband, dat wil zeggen samen met Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht. Vier provincies, maar qua inwoneraantal heb je dan half Nederland te pakken. Op dit moment wordt het nieuwe beleid voor Horizon 2020 gemaakt, daar proberen we invloed op uit te oefenen, zodat we er maximaal van kunnen profiteren.’

Wat is Horizon 2020?
‘Het grootste Europese research- en innovatiefonds, dat voor de periode 2014-2020 maar liefst 70 miljard euro beschikbaar heeft. Daarnaast kunnen we ook aanspraak maken op geld uit een programma voor economie en ruimtelijke ordening en op ESF-gelden, het sociale fonds. Horizon 2020 betekent innovatie in samenhang met regionale ontwikkeling. Een individuele kennisinstelling of een innovatief bedrijf kan niet meer zo maar aanspraak maken op gelden uit dat fonds. Daarvoor moet je voldoen aan doelstellingen en goed samenwerken met overheden, het onderwijs, andere kennisinstellingen en het bedrijfsleven.’

Dat is een Europese eis?
‘Daar komt het in veel programma’s wel op neer ja. Brussel wil graag dat innovatieve bedrijven en kennisinstellingen samenwerken met steden en regio’s over de landsgrenzen heen, zodat er echt één Europa ontstaat. Regionale visies opstellen, stedenbanden aangaan en dergelijke helpt dus ook. Flevoland heeft bijvoorbeeld een samenwerkingsverband met Nordrhein Westfalen. Als je met hen kennis deelt, levert dat een hoger rendement op. Sowieso vanuit die kennis, maar ook omdat een gebundelde aanvraag bij Brussel meer kans op succes heeft.’

Flevoland staat bekend als provincie die altijd veel geld van Europa heeft weten te krijgen.
‘Ja, Flevoland is beslist geen netto-betaler. Nederland is überhaupt geen nettobetaler als je er goed naar kijkt. Ons land exporteert per jaar voor 120 miljard euro naar Europa, we betalen maar 4,5 miljard belasting en daar krijgen we ook nog eens 1 miljard van terug. We zijn een rijk land. Ik vind dat je die rijkdom kunt delen met landen als Griekenland, Ierland, Spanje, Portugal en Cyprus, die het op dit moment veel moeilijker hebben om in de Europese economie te acteren.’

Maar Flevoland zelf?
‘Flevoland is binnen Nederland een arme provincie, met relatief weinig werkgelegenheid. Veel mensen werken buiten de provincie. En het is een jonge provincie, er moet simpelweg veel ontwikkeld worden. In het begin kregen we vrijwel al het Europese geld dat beschikbaar was, nu delen we dat in P4-verband. In de afgelopen periode zijn we van 67 miljoen euro per jaar naar 7 miljoen per jaar gegaan. Wat ook speelt, is dat Flevoland weinig eigen middelen heeft en maar 15 miljoen aan de verkoop van nutsbedrijven heeft overgehouden, terwijl Gelderland bijvoorbeeld 4 miljard op de bankrekening kreeg. We zijn gewoon niet zo rijk. Wouter Bos probeerde dat in evenwicht te krijgen, maar daar gingen de andere provincies niet mee akkoord en daar voelen we nu nog de gevolgen van.’

Waar krijgt Flevoland geld voor?
‘In de komende periode verwachten we vooral geld voor techniek en innovatie, bijvoorbeeld voor precisielandbouw met satellietnavigatie. Voor de bepaling van het programma zit een managementautoriteit in Rotterdam en een uitvoerend bureau in Lelystad. Flevoland heeft van oudsher de meeste kennis als het specifiek over Europese regels gaat.’

Wat zijn do’s en don’ts?
‘Houd rekening met risico’s. Het overgrote deel van de aanvragen en projecten slaagt. Een deel dus ook niet. Zet daar een risicopotje voor apart. Kijk ook goed of je doelstellingen wel passen bij wat Europa vraagt of aanbiedt, en zorg voor goede banden met bedrijfsleven, onderwijs en kennisinstellingen.’

Wie: Jikke Balkema
Wat: Lid Algemeen Bestuur Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden

Wat hebben jullie aan Europa?
‘Allereerst móeten we best veel van Europa. Er zijn veel richtlijnen waar we mee te maken hebben, bijvoorbeeld over zwemwater, over overstromingsrisicio’s en er is natuurlijk de Kaderrichtlijn Water, die over waterkwaliteit gaat. Waterkwaliteit was lange tijd een ondergeschoven kindje. Door de komst van de richtlijn is hier structurele aandacht voor, en dat is positief. Bepaalde waterlichamen (meren en plassen, red.) moeten aan specifieke normen voldoen. Dat geldt dus niet voor ál het water, waardoor de neiging ontstaat om alleen te investeren in water dat als waterlichaam is aangewezen. De grotere waterlichamen zijn wel opgenomen in de richtlijn, de kleinere niet. Een slootje komt uit in een groter water, dus dat zou eigenlijk ook meegenomen moeten worden.’

Wat wíllen jullie van Europa?
‘Europa biedt ook nieuwe kansen. Zo is het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid onlangs herzien. Eén van de pijlers in dat beleid is agrarisch natuurbeheer. Vanaf 2016 komt budget beschikbaar voor het ‘vergroenen’ van de landbouw. Samenwerkende agrariërs die willen investeren in een milieuvriendelijkere landbouw en agrarisch natuurbeheer kunnen subsidie aanvragen voor groene maatregelen, zoals de aanleg van natuurvriendelijke oevers. De waterschappen leveren een bijdrage, maar er komt ook veel geld voor vanuit Europa.’

Hoe bereiden jullie je daarop voor?
‘Als waterschap kijken we nu al waar die groenere landbouw goed zou kunnen bijdragen aan de doelen die wij hebben. Tegen die tijd kunnen wij de agrariërs dan zo goed mogelijk helpen met subsidieaanvragen, zodat die ook bijdragen aan bijvoorbeeld een betere waterkwaliteit.’

Zijn er zaken die nog niet Europees geregeld zijn?
‘Er is al veel geregeld, maar dat is allemaal nog wel vrij sectoraal. De Natura 2000 richtlijn over biodiversiteit en de Kaderrichtlijn Water spreken elkaar soms tegen, dat zou beter geïntegreerd kunnen worden. Wat we ook zouden willen is een betere aanpak van vervuiling van water. Chemische stoffen, medicijnen en microplastics in het water komen ergens vandaan. De bron wordt nog onvoldoende aangepakt, mede door gebrek aan regelgeving.’

Krijgen waterschappen veel geld van Europa?
‘De Stichtse Rijnlanden heeft bijvoorbeeld subsidie gekregen voor een proefproject met een natuurvriendelijk zuiveringsfilter in Leidsche Rijn. Ook voor sommige uitvoeringsprojecten ontvangt het waterschap Europees geld.’

Zijn er binnen het waterschap ambtenaren die zich specifiek met Europa bezig houden?
‘Ja, het waterschap is actief in een ‘dossierteam’, waarin de nieuwste Europese ontwikkelingen worden besproken. Daardoor is het waterschap goed op de hoogte van nieuwe regelgeving. Het team levert ook inhoudelijke ondersteuning aan Bureau Brussel, de gezamenlijke vertegenwoordiging van de Unie van Waterschappen en de VEWIN in Brussel.’

Laten de waterschappen nog kansen in Europa liggen?
‘Misschien wel. Paul Sneijder zei in de vorige Lokaal Bestuur ook al dat de huidige mogelijkheden voor waterschappen beperkt zijn, omdat zoiets als dijkversteviging niet onder de drie huidige pijlers valt. We zouden daar creatiever in kunnen zijn, al is het maar in research and development. Daarnaast is samenwerking met andere Europese landen interessant voor uitwisseling van kennis en ervaring. Op het vlak van research en development zijn er zeker kansen, bijvoorbeeld in het nieuwe Horizon 2020 programma. Daar moeten we mee aan de slag.’

Wie: Sjraar Cox
Wat: Burgemeester van Sittard-Geleen

Wat móeten gemeenten van Europa?
‘Dat is meteen de moeilijkste vraag. Ik denk dat veel zaken waar burgers tegenaan lopen in Brussel geregeld worden. Veel daarvan komt via Den Haag weer bij ons terug. Het is daardoor soms lastig te herkennen of iets Brussels of Haags beleid is.’

Hoe herken je dat?
‘Die 3 procent-discussie rond het financieringstekort is duidelijk. Want dat is groot in het nieuws en we krijgen direct met de bezuinigingen te maken die daar een gevolg van zijn. Maar wij kijken dus minder snel naar Brussel, eerder naar Den Haag. Zeker als het om dat ‘moeten’ gaat.’

En de kansen die Europa biedt? Gaat dat wel rechtstreekser?
‘Jazeker. Daar zitten we bovenop. Zeeland, Brabant en Limburg zijn samen bezig een agenda op te stellen. Daarin bekijken we hoe we gezamenlijk met gemeenten, bedrijven en kennisinstellingen op het terrein van innovatie gebruik kunnen maken van de middelen die in Brussel aanwezig zijn. We proberen daarbij aan te sluiten bij de Haagse agenda, omdat dat vaak ook betekent dat je dan beter aansluit bij de eisen die Brussel stelt.’

Zijn jullie lang met zo’n lobby bezig?
‘Er moet veel geregeld worden. Je moet kijken wat er landelijk gebeurt, welke andere regio’s wellicht met hetzelfde bezig zijn, waar je de accenten legt, en je moet de landelijke prioritering in de gaten houden. Het is dus belangrijk dat je gezamenlijk optrekt. Naast het grootbedrijf betrekken wij dus ook het MKB erbij, en naast universiteiten ook HBO’s en ROC’s. Al met al ben je al snel anderhalf tot twee jaar bezig. Maar we zijn nu wel goed in staat gemeenschappelijke activiteiten uit te voeren en ervoor te zorgen dat onze verzoeken aansluiten bij de politieke prioriteiten die ze in Brussel – of Den Haag! – geformuleerd hebben.’

Wat biedt Europa nog niet wat jullie wel zouden willen als gemeente?
‘Duitsland en België liggen op tien kilometer afstand van ons. We merken dagelijks dat we in een internationale regio liggen. Dan zijn er veel kleine punten die mensen bezighouden en waar gezamenlijk beleid voor nodig is. Ik constateer al vanaf 1982 dat er eigenlijk weinig voortgang geboekt is in dat soort zaken. Neem de accijnzen op de motorrijtuigenbelasting. Die hebben directe gevolgen voor mensen die bij de grens wonen. Tankstations verliezen klandizie. Veel mensen shoppen ook meteen over de grens. Een ander voorbeeld is vuurwerk. In Den Haag hebben ze niet in de gaten dat je op 2,5 kilometer afstand behalve garnalen ook alles wat hier verboden is kunt kopen in de Aldi. Veel zaken zijn dus niet afgestemd. Sociale zekerheid is ook zo’n probleem. Los nou eens op dat je makkelijker in het buitenland kunt gaan werken.’

Lobbyen jullie daar zelf ook voor?
‘Van de week hadden we toevallig een congres hier samen met de G32 over de macht van de EU-regio’s. Op initiatief van Sittard-Geleen werd gekeken naar wat er gebeurt op het terrein van OV, onderwijs, veeltaligheid, et cetera. We hebben Kamerleden opgeroepen er zorg voor te dragen dat Duits verplicht gesteld wordt in het MBO. En we willen een informatieservice opzetten op het gebied van werken, wonen en recreëren over de grens heen.’

Hebben jullie lobbyisten in Brussel?
‘Wij schuiven vanuit de provincie aan, niet als gemeente zelf. Ook daar is samenwerking dus van belang. Op termijn is een individuele gang naar Brussel zinloos. Onze les is wel geweest dat je heel concreet problemen moet benoemen en aandragen. Niet denken dat iemand het wel oppikt als je een probleem in globale termen adresseert. Je moet er actief en heel persoonlijk aan sleutelen, niet alleen in Brussel, maar ook in Den Haag. Het blijft mensenwerk.’

Posted in In de media, Politiek | Tagged , , , | Leave a comment

Interview met Paul Sneijder (PvdA): Brussel is geen boeman

photo-95

Amper twee maanden na de gemeenteraadsverkiezingen moeten we alweer naar het stemhokje: de verkiezingen voor het Europees Parlement staan voor de deur. Het lijkt een ver-van-mijn-bed show voor lokale politici, maar is dat eigenlijk wel zo? Lokaal Bestuur nam de proef op de som en sprak met PvdA-kandidaat Europarlementariër Paul Sneijder over de kansen die Europa biedt aan waterschappen, provincies en gemeenten.

Waarom zouden lokale PvdA-politici na de gemeenteraadsverkiezingen ook campagne moeten voeren voor de Europese Parlementsverkiezingen?
‘Het simpelste antwoord: Europa is belangrijk. Het is een bestuurslaag die onvermijdelijk is in de wereld waarin we leven. Je kunt niet alles op nationaal of gemeentelijk niveau regelen. Veel zaken zijn grensoverschrijden. Sommige daarvan hebben directe impact op gemeentelijk of provinciaal beleid. Dan is het dus essentieel om te weten wat er speelt en om te zien of je dat Europese beleid kunt beïnvloeden of gebruiken.’

Wat staat er op het spel bij de EP-verkiezingen?
‘Het is voor iedereen belangrijk dat de economie weer gaat groeien. Europa kan daarbij helpen, bijvoorbeeld door met de inzet van een aantal fondsen meer kansen te creëren op banengroei. De PvdA vindt dat heel belangrijk en wil er ook voor zorgen dat de sociale kant van Europa beter belicht wordt.’

Wat hebben gemeenten nu concreet aan Europa?
‘Ik merk dat gemeenten soms een te beperkt beeld hebben van wat Europa is en kan. De EU is niet alleen regelgever en financier, maar ook een platform van ideeën. Het gaat dus niet alleen om wat mag en wat moet van Brussel, maar ook wat kán. En daarin hebben gemeenten en andere lokale overheden ook een stem. Er is een aantal terreinen waar gemeenten mee te maken hebben en voordeel uit kunnen halen, met name de structuur- en cohesiefondsen worden in Nederland ingezet om achterstanden of inkomensverschillen te verkleinen.’

Hoe werkt dat dan? Hoe kunnen gemeenten aanspraak maken op die fondsen?
‘Gemeenten kunnen, of beter gezegd: moeten samen met de nationale overheid een plan indienen, want er is een co-financier nodig om fondsen te kunnen verkrijgen. Dat lukt gemeenten regelmatig overigens. Den Haag kent bijvoorbeeld een van de grootste open markten in Europa, die recent gerenoveerd is met behulp van Europees geld. En Rotterdam krijg geld om een startup campus voor ondernemers te steunen.’

Is dat eigenlijk wel wenselijk, dat het rijke Nederland voor dat soort zaken subsidies aanvraagt?
‘Het hele systeem van EU subsidies behelst volgens sommigen niet meer dan het rondpompen van geld. Ergens is dat wel zo, maar tegelijkertijd betekent dat ook dat je natuurlijk wel actie moet ondernemen wanneer er fondsen geoormerkt zijn voor bepaalde bestedingen. Je kunt wel principieel vinden dat het geen goed idee is, maar het gaat vaak om fondsen die voor hele specifieke zaken bedoeld zijn waar bijvoorbeeld Griekenland toch geen aanspraak op zou kunnen maken. Soms kunnen Nederlandse steden of universiteiten bijvoorbeeld aanspraak maken op een potje voor de ontwikkeling van zeer specifieke knowhow, vaak op technologisch gebied. Nederland draagt meer af aan Europa dan we terug krijgen, áls we dan aanspraak kunnen maken op bepaalde fondsen, dan moet je dat niet laten. Anders zou je net zo goed kunnen zeggen dat Nederland de complete rijksbegroting naar Afrika zou moeten sturen, maar dat doe je ook niet.’

Zijn er naast de structuur- en cohesiefondsen nog andere geldstromen?
‘De derde belangrijke stroom is Horizon 2020, een nieuw programma om innovatie te bevorderen, met name op terreinen als duurzaamheid en vergrijzing. Daar moeten lokale overheden dus ook goed op letten. Maar Europa draait natuurlijk niet alleen om geld, ook om beleid. Het is voor gemeenten en provincies bijvoorbeeld interessant om naar het Comité van de Regio’s te kijken, waar delen van Europa elkaar op regionaal gebied tegenkomen en bespreken hoe ze met thema’s als integratie of OV om kunnen gaan. Dat is nuttig omdat je dan niet telkens zelf het wiel hoeft uit te vinden, maar van elkaar kunt leren. Daar is Europa heel goed in.’

Je gaf net twee voorbeelden van grote steden die Europa hebben kunnen inzetten. Hebben kleine gemeenten ook iets aan Europa?
‘Jazeker, er gebeurt natuurlijk veel op het gebied van plattelandsontwikkeling en landschapsbeheer. Het gaat allang niet meer alleen over voedsel, maar ook over cultuurbeleid op het platteland. We zijn van productiesubsidie naar inkomenssubsidie gegaan en zijn nu naar subsidies gegaan om plattelandscultuur te beheren. Als de Fransen dat met hun wijnboeren kunnen doen, moeten wij dat ook met onze koeien kunnen doen. De inrichting van onze leefomgeveing is voor een groot deel nationaal of lokaal beleid, maar er zijn ook Europese doelstellingen die juist aan dat lokale karakter bij kunnen dragen. ‘

Hoe haal je dat soort geldstromen binnen?
‘Als raadslid of als statenlid kun je naar een wethouder of gedeputeerde stappen. Die moet dan toch al snel aankloppen bij het ministerie van Economische Zaken. Daar is sowieso veel kennis en informatie over de mogelijkheden die de EU biedt. Zij kunnen je dan verder op weg helpen.’

Zijn er nog andere Europese zaken die lokaal beleid raken?
‘Talloze. Neem bijvoorbeeld de maximale snelheden op onze wegen, die hebben onder andere te maken met fijnstofnormen die op Europees niveau worden vastgesteld. Zelfs als je Europees beleid niet direct kunt beïnvloeden, maak je wel deel uit van Europese regels.’

Een mooi voorbeeld daarvan zijn regels voor woningbouw. Er is een Europese huurgrens voor sociale woningbouw waar Nederland last van zegt te hebben.
‘Dat is een typisch een voorbeeld waarvan we vinden dat Europa ons beperkt. Maar als gemeente kun je wel je nationale overheid of politici daarbinnen aanspreken om dat op EU niveau aan te kaarten. En dat gebeurt ook. Er is een oproep geweest om de huurgrens op te hogen. Je moet daarover in discussie blijven.’

Welke rol kunnen Europarlementariërs daar in spelen?
‘EP’ers kunnen dit soort zaken natuurlijk ook aan de kaak stellen. Ga dus niet alleen naar je minister, maar stap ook naar EP’ers. Er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden. Brussel is heus geen onneembare vesting. Er is niets zo transparant als Brussel. Je kunt heel makkelijk een ambtenaar van de Europese Commissie bellen en zeggen dat je iets dwars zit. Die ambtenaren zijn vaak toegankelijker dan ambtenaren op het gemiddelde stadhuis. Europa neemt wat dat betreft snel de telefoon op, want ze hebben behoefte aan informatie van het veld, van mensen die er echt mee bezig zijn. Ze hebben zelf het apparaat immers niet, er zijn relatief weinig ambtenaren actief in Brussel. Alleen al daarom zijn er 25.000 lobbyisten actief in Brussel. Zij kunnen die benodigde informatie wel leveren. De drempelvrees om naar Brussel te stappen is dus onterecht. Brussel is geen boeman. En ook niet zo groot dus als mensen soms denken. De Nederlandse overheid geeft dit jaar 267 miljard euro uit. Europa 100 miljard. Voor álle Europese 507 miljoen inwoners. Dat is in vergelijking een schijntje.’

Hoe zorg je er voor dat je als Europarlementariër dingen doet die mensen hier lokaal raken? Hoe houd je binding met de eigen achterban?
‘Dat moet een two way street zijn. Ik roep iedereen die tegen problemen aanloopt waar een europese component aan zit op om contact met mij op te nemen. Ik wil graag zeer herkenbaar zijn vanuit Nederland en ook zo opereren. Ik wil niet opgesloten zijn in de vergaderpaleizen van Brussel en ik zal ieder gesprek dat ik kan aangaan ook daadwerkelijk aangaan. Een risico dat je loopt als je naar Brussel gaat is dat je jezelf opsluit in het interne circuit. Dat is nuttig, want je moet deelnemen aan de politieke strijd. Maar je moet je goed realiseren dat je er niet zit voor de Europese bureaucratie, maar voor de kiezer.’

Arbeidsmigratie raakt gemeenten heel erg. Hoe kan Europa hier een rol in spelen?
‘Ik ben voor het vrije verkeer van personen en werknemers, daar worden we alleen maar beter van. Wat minister Asscher gedaan heeft om omstandigheden waarin Oost-Europeanen hierheen komen te verbeteren vind ik heel goed. werkgevers die hen uitbuiten en huisjesmelkers moet je aanpakken. Nederland op slot doen lost niets op.’

Moet Nederland het er op de koop toenemen dat we er last van hebben?
‘Onze werkloosheidsproblematiek heeft met de economische crisis en tal an andere factoren te maken. Arbeidsmigratie is daar maar een klein onderdeel van. Er zit ook veel problematiek in de overgang naar een diensten- en kenniseconomie waar we al jaren mee te maken hebben, daardoor verdwijnen de meer klassieke banen. Dat moet je niet verwarren met de schuld geven aan bijvoorbeeld Oost-Europeanen.’

Wat zijn nu typische provinciale EU-onderwerpen?
‘Milieuwetgeving, natuurbeleid, aanbesteding van regionaal OV, innovatie, duurzaamheid, dat zijn wel de thema’s. Je ziet dat het binnen de EU vaak slim is om op regionaal niveau te clusteren. Provincies hebben dus al snel een schaalvoordeel. Maar dan nog zijn er vaak grensoverschrijdende thema’s waarbij nog bredere samenwerking nodig is. Neem bijvoorbeeld de tramlijn tussen Hasselt en Maastricht. OV is typisch iets wat wanneer nationaal bedacht meteen bij de nationale grens ophoudt. Juist door te werken in EU-regioverband is de economische samenhang van een regio veel logischer te maken. Een steunaanvraag bij de EU heeft dan veel meer potentie.’

En hoe zit het met de waterschappen?
‘Die hebben heel erg te maken met Europees beleid: de kwaliteit van ons water is op Europees niveau geregeld, evenals klimaatbeleid, zoals doelstellingen over C)2-uitstoot. Voor waterschappen is steun krijgen van de EU wel iets lastiger. Dijkverhoging bijvoorbeeld valt niet onder een van de drie hoofdgeldstromen van de EU, maar valt weer wel onder het kopje: ‘hoe om te gaan met het klimaat?’ Ik denk dat waterschappen iets creatiever moeten zijn, maar dat er wel zaken te regelen zijn. Al is het maar in het kader van onderzoek, van research en development.’

Waar is Nederland goed in qua Europese lobby’s?
‘Nederland is een hele serieuze speler binnen Europa. we hebben een paar moeilijke periodes meegemaakt, met de afwijzing van de grondwet bijvoorbeeld. Die periode zijn we voorbij, althans, met dit kabinet. Dijsselbloem die zelfs voorzitter van de Eurogroep is, dat wil wel wat zeggen. We worden zeer serieus genomen. En waar we goed in zijn? We hebben aardig wat invloed gehad op het verstrengen van begrotingscontroles, het instellen van een bankenunie, het saneringsbeleid voor Griekenland… we staan dan altijd aan de kant van de zuinigen, net zoals de Duitsers en de Finnen.’

De logische vervolgvraag is wellicht: waarin zijn we niet goed?
‘Als het gaat om het binnenhalen van geld staan we vanwege die dubbele houding over dat rondpompen daarvan wat zwakker. Fransen zijn daar veel gehaaider in, bij ons heeft dat minder prioriteit. Maar Nederland moet geen netto ontvanger worden, dat past ons niet. Er kan heus wel op een zinniger manier met geld worden omgegaan in Europa, maar solidariteit met andere landen die een welvaartsniveau willen bereiken dat wij al hebben is cruciaal.’

Verschenen in: Lokaal Bestuur, april 2014
Geschreven door: Kirsten Verdel

Posted in In de media | Tagged , , , | Leave a comment

Ik ben zwanger!

zwangerVoor een ieder die het gemist heeft: ik ben zwanger! Vandaag vier maanden, om precies te zijn. Om nog preciezer te zijn: ik ben uitgerekend op 21 augustus, volgens de meest recente echo.

Het is best lastig geweest om het stil te houden de afgelopen maanden, want ik ben er helaas goed ziek van geweest (letterlijk that is, niet figuurlijk). Na de eerste vier weken werd ik telkens rond 16:00 a 17:00 misselijk, waarna ik telkens geen minuut meer had waarop ik me wel goed voelde. Pas als ik in slaap viel (ik kan al drie maanden niet meer op mijn rechterzij slapen, dan word ik ook ziek) werd het wat minder. Geen ochtendziekte voor mij dus, maar avondziekte. Elke avond. Al drie maanden lang. Ik ben die afgelopen drie maanden dus ook praktisch geen enkele avond van huis geweest, op misschien één of twee avonden na. ‘Na tien weken trekt de misselijkheid wel weg!’ hoorde ik in het begin. Toen dat niet het geval was werd het ‘twaalf weken’ en toen ‘vijftien weken’. Vandaag begint week 19 en ik ben nog steeds misselijk, dus die (ervarings)adviezen mogen jullie voortaan houden. ;)

Het voelt overigens vreemd aan dat ik na drie maanden ziek zijn nog steeds geen flauw idee heb hoe ik die misselijkheid moet beschrijven. Het is een soort kruising tussen zeeziekte, wagenziekte, drukkende pijn en nog iets heel anders. Juist dat laatste element maakt het echt vreselijk, maar ik heb er nog steeds geen woorden voor.

Het moet gezegd, de laatste week wordt het af en toe ietsje beter. Ietsje. Dus ik heb hoop. Zou wel fijn zijn, ook voor Geert, want die moet mij nu praktisch elke dag ontbijt op bed brengen en dat moet natuurlijk snel stopp… eh… hier doe ik iets niet goed… ;)))

Afijn, 21 augustus uitgerekend dus. Komende maand nog snel even op vakantie en dan vooral gewicht gaan torsen. Tot nu toe alleen maar afgevallen! Dat krijg je als je patat en chocolade ineens slechter kunt verdragen. The horror, the horror…

Oh, enne… het góede nieuws is (behalve dan DAT IK ZWANGER BEN) is dat ik van mijn hernia af ben voorlopig! Door de hormonen die bij een zwangerschap vrijkomen wordt de hernia totaal onderdrukt nu. Enige nadeel volgens de neurochirurg is dat die pijn helaas ook weer terug kan komen als de hormonen zijn uitgewerkt. Muu!

Posted in Uncategorized | Tagged , | 4 Comments

PvdA – Integriteit: een debat zonder eind

photo 2-14Onlangs verscheen het PvdA-rapport Een debat dat nooit eindigt van de door het partijbestuur ingestelde Werkgroep Integriteit. Het belangrijkste punt van het rapport zit volgens de werkgroepleden meteen in de titel: om scherp te blijven moet je de discussie over wat integer is en wat niet, continu blijven voeren. Lokaal Bestuur sprak met Chris Leeuwe en Joop van den Berg, twee van de werkgroepleden, en met Annie Brouwer-Korf, die de situatie in het Rotterdamse Feijenoord onderzocht.

Wie: Chris Leeuwe
Wat: Oud-burgemeester Lelystad, lid Werkgroep Integriteit

Hoe is het rapport van de commissie tot stand gekomen?
‘Er werd geconstateerd dat de oude erecode alleen ruimte bood voor het aanspreken en royeren van leden. Daartussen zat in wezen niets. We wilden de discussie over integriteit verbreden en zijn daarom met een wat breder maatschappelijk kader begonnen.’

Waar is de meeste discussie over geweest?
‘We merkten dat als er integriteitskwesties aan de orde kwamen waarbij bekende partijmensen in het geding waren, er ogenblikkelijk over integriteit, veroordeling en zakkenvullerij werd gesproken. Wij meenden dat er teveel sprake was van zwart-wit denken en vroegen negen bekende partijgenoten hoe ze nu, nadat ze ooit een publieke functie hadden bekleed, optreden. En of ze belemmeringen ervoeren in hun huidige functies. Ze voelden zich door de PvdA in een hoek gezet. Het zou hen alleen om geld en aanzien gaan. Dat was naar onze mening een onevenwichtig beeld.’

Er wordt te snel geoordeeld door partijgenoten?
‘Ja, we merken dat partijgenoten, soms ook mensen in het partijbestuur, vaak snel een oordeel klaar hebben, meestal beïnvloed door media en publieke opinie. We adviseren daarom een sluis in te bouwen waarbinnen een aantal mensen het probleem eerst goed analyseert: eerst rust in de tent, dan analyse van het probleem, dan een advies en daarna pas een publieke reactie. Daarom hebben we ook geadviseerd een permanente integriteitscommissie in te stellen.’

Er is veel discussie over wachtgeld, hoe moet daarmee worden omgegaan?
‘Je moet dan dus eerst kijken wat er precies aan de hand is. De erecode biedt daarbij een moreel kader, maar wachtgeld is een wettelijke regeling. Mensen hebben een bepaalde functie waarbij ze recht hebben op wachtgeld, en de verplichting om te solliciteren vanuit die regeling. De commissie vindt dat je op een sobere manier gebruik mag maken van de regeling. Het liep in de praktijk soms echter uit de hand doordat mensen het wachtgeld als inkomen gingen beschouwen in plaats van als overbruggingsmogelijkheid naar een andere baan.’

Rinda den Besten gebruikte het als overbrugging, maar kreeg veel kritiek?
‘Je kunt opstappen omdat je daartoe gedwongen wordt of omdat je zelf vertrekt. In beide gevallen is het legitiem om aanspraak te maken op de regeling. Er werd te snel over haar geoordeeld, wellicht ook omdat ze zelf zei dat ze op vakantie ging. Het partijbestuur had daar enige stilte in acht moeten nemen, men had de situatie eerst serieus moeten bekijken.’

In het rapport staat dat de partij vertrouwen als uitgangspunt moet hanteren, niet wantrouwen. Maar als het over strafbare feiten gaat vindt de commissie dat PvdA’ers (tijdelijk) terug moeten treden op het moment dat ze voor de rechter staan. Dat getuigt toch niet van vertrouwen?
‘Daar zit inderdaad een grote spanning. Het is ingewikkeld: je moet je er van bewust zijn dat je als politieke figuur in een glazen huis leeft. Mensen letten meer op je dan op gewone burgers en je wordt geacht voorbeeldgedrag te tonen. Neem dat VVD-Kamerlid dat voor de tweede keer met alcohol op was gepakt. Dan speelt ook de publieke moraal daar een rol bij. Voorbeeldgedrag is dan echt belangrijk. Het is logisch dat zo iemand zich dan ten minste tijdelijk terugtrekt.’

Maar wat als iemand onschuldig is? De PvdA heeft dan ook al olie op het vuur gegooid door iemand te vragen zich terug te trekken?
‘Draai het eens om: wat als je niks doet?’

Je zou kunnen kiezen voor een optie waarbij je zegt dat je de uitspraak van de rechter afwacht, en tot die tijd geen mededelingen doet. Achter de schermen kun je de persoon in kwestie dan wel verzóeken terugtrekking in overweging te nemen.
‘Als er een aangifte is, daarna een proces-verbaal is en het OM gaat tot vervolging over, dan lijkt het ons verstandig te adviseren dat de betrokken persoon zich een tijdje terug trekt. Als hij dat niet doet, raakt hij óók in opspraak, dan is er ook gedoe. We moeten op het belang van de persoon en op het belang van de partij letten. Het is wat ons betreft echter geen rigide regel. Het hangt af van de aard en ernst van het misdrijf of er een advies volgt dat iemand zich terug zou moeten trekken. Het partijbelang en de erecode tellen daarbij zwaar mee.’

Wie: Annie Brouwer
Wat: Oud-burgemeester Utrecht

In het Rotterdamse Feijenoord is veel gedoe geweest over mogelijk onterechte subsidieverstrekking door de PvdA, belangenverstrengeling, taalproblemen en andere zaken. Integriteitskwesties?
‘Daar wordt het in de media wel op gegooid, maar dat is te kort door de bocht. Wim Cornelis en ik zijn door de Rotterdamse afdelingsvoorzitter gevraagd om te kijken hoe we een en ander weer in goede banen konden leiden in Feijenoord. Dat was naar aanleiding van een eerder een rapport van het bureau BING. In dat rapport stond dat er wel correct was omgegaan met de subsidieverlening, maar dat er wel fouten zijn gemaakt. Dat wil niet meteen zeggen dat je niet integer bent. In óns rapport, ‘Koers houden in roerige tijden’, concludeerden Wim en ik dat de meeste raadsleden niet goed wisten waar de deelraad eigenlijk over ging. Dat is een gebrek aan kennis, maar staat los van integer handelen.’

Geldt dat ook voor de spanningen tussen loyaliteiten van deelraadsleden ten opzichte van de partij en van verenigingen en dergelijke waar die raadsleden bij zijn aangesloten en voor het punt dat de Feijenoorders alleen in de raad zouden zitten vanwege het geld?
‘Wat betreft het eerste punt moeten we vooral zorgen dat we die spanningen bespreekbaar houden. Volgens het BING onderzoek zijn geen grenzen overschreden. Wel kan de toon waarop raadsleden elkaar en ambtenaren aanspreken een stuk beter. Eigenlijk pleiten we vooral voor permanente scholing en permanente discussie waarbij waarden voor de PvdA aangaande integriteit besproken worden. Het tweede punt is verkeerd opgepakt door de media: ons punt is dat het niet goed is wanneer raadsleden hun vergoeding zien als vast onderdeel van hun inkomen. Dat is niet gezond.’

Wat vind je van het rapport van de Werkgroep Integriteit?
‘De commissie adviseert om niet te snel een oordeel klaar te hebben bij integriteitskwesties, maar daar eerst gedegen onderzoek naar in te stellen. Dat sprak mij zeer aan, want de druk van media is vaak heel groot. Ik vind het belangrijk dat er een herzien, geactualiseerd kader is en dat er een vaste commissie komt die onafhankelijk is en gaat uitzoeken of er daadwerkelijk sprake is van niet integer handelen. Dat brengt rust.’

Wat vind je van de discussie over strafzaken?
‘Die is lastig. Aan de ene kant ben je pas veroordeeld als je veroordeeld bent. En het is ook weer niet zo dat als het OM een zaak start, dat die dan ook altijd wordt doorgezet. Daar staat tegenover dat zodra er een zaak is, je als aangeklaagde persoon zo kwetsbaar wordt, dat ik me goed kan voorstellen dat je gebruik maakt van de optie om je op z’n minst tijdelijk terug te trekken. Bij zwangerschap gebeurt dat ook. Ik ben zelf jarenlang voorzitter geweest van de Raad van Toezicht bij de Reclassering en ik vond dat iemand altijd een kans moet krijgen. Er moet wat mij betreft dus ook wel meer aandacht komen voor rehabilitatie op het moment dat iemand níet schuldig blijkt te zijn, en daar is de PvdA onvoldoende sterk in.’

Gebeurt dat überhaupt wel in de partij?
‘In Amersfoort speelde die zaak van dat raadslid dat zelfmoord gepleegd had, nadat hij eerst 65.000 uit de partijkas had verduisterd. Eerst werd landelijk en door de lokale afdeling het standpunt ingenomen dat het stichtingsbestuur dat toezicht moest houden op de kas had verzaakt en dat de leden ervan daarom geen functie in de partij meer mochten uitoefenen. Op verzoek van Hans Spekman heb ik mij met die zaak bezig gehouden. Mijn conclusie was: ze zijn onhandig geweest, maar zij waren niet degenen die het geld gestolen hebben, dus om het dan op voorhand onmogelijk te maken om op een lijst te komen leek niet goed. Ze zijn toen op de alfabetische lijst gezet, waarna de twee betrokkenen alsnog op de lijst kwamen. Dat was voor hen heel belangrijk. De presentatie van de Werkgroep Integriteit kwam toen ook net naar buiten. Dat zij wel integer waren en hadden gehandeld was voor hen van groot belang.’

Niet te snel oordelen dus.
‘Precies, en in gesprek blijven. De erecode is het vertrekpunt van de discussie, niet het sluitstuk.’

Wie: Joop van den Berg
Wat: Oud-hoofddirecteur VNG en voormalig lid Eerste Kamer

Is er een verschil tussen dom handelen en integer handelen?
‘Tja, het gaat inderdaad soms meer over beoordelingsvermogen dan om daadwerkelijk niet integer handelen. Je moet bijvoorbeeld op een gegeven moment wel de gave hebben om te weten dat je op verre afstand van de idealen van de PvdA werkzaam bent, waarbij je misschien nog wel nuttige dingen doet, maar de hoofdlijn uit oog verloren bent. Dat zie je soms bij het aanvaarden van nevenfuncties, waarbij je voortdurend in de gaten moet houden dat je jezelf niet op een onaangename manier tegenkomt. Dat je dingen niet echt goed meer uit elkaar houdt, of dat je daar simpelweg de kans niet voor krijgt. Soms is het niet duidelijk of zaken elkaar bijten. Je wordt dan snel beschuldigd van belangenverstrengeling, terwijl dat misschien helemaal niet aan de orde is.’

Wat vind je zelf het belangrijkste uit het rapport?
‘Dat de integriteitsdiscussie eigenlijk alles te maken heeft met een meer algemene discussie over idealen en beginselen en dat je die niet te ver van elkaar vandaan moet trekken. In beide gevallen gaat het over de kernwaarden van de sociaal democratie, en niet zozeer over regeltjes en voorschriften. Integriteit is wat mij betreft dus ook niet alleen maar terug te voeren op kwesties van geld of bezit, maar ook van spreiding en het delen van kennis en macht. Het is dus van het grootste belang dat je die niet te ver uit elkaar trekt. Anders krijg je een wel erg makkelijke vorm van verdachtmaking.’

Hoe linkt  spreiding en delen van kennis en macht aan integriteit?
‘De PvdA is voor een deel meegegaan met een oriëntatie op de markt en het bedrijfsmatig opereren van de overheid en semi-overheid. Daardoor ontstonden allerlei morele vragen die er vroeger in die mate niet waren. We vragen tegenwoordig van bestuurders dat ze ondernemend zijn, maar als wij niet willen dat dit ontaardt in ‘geregel’ moeten we ons realiseren dat regels en bureaucratie deel zijn van de rechtsstaat en niet een barriere voor daadkrachtig bestuur.’

Aan welke kant van de lijn eindigen we tegenwoordig?
‘De integriteitsdicussie is soms zo fel, dat er wordt overdreven. Nevenfuncties zijn al bij voorbaat verdacht. Alsof die per definitie in strijd zouden zijn met het algemeen belang. Maar ja, hoe denk je anders überhaupt je ambt uit te kunnen oefenen, zonder maatschappelijk binnding! De crus is: je moet met elkaar praten over waar de grenzen liggen. ‘

Vandaar het advies jaarlijks in politieke gremia over integriteit te praten?
‘Ja, in relatie met onze beginselen. Discussiëren over de erecode is veel belangrijker dan de erecode zelf. Discussie over wat er aan gedrag wel en niet aanvaardbaar is, dat is met een zekere regelmaat nodig. Omstandigheden veranderen immers, net als personeel, en opvattingen.’

De erecode is dus niet heilig?
‘We hebben de erecode proberen te ontdoen van alle kenmerken van regelgeving: het is nu een moreel appel dat alleen betekenis heeft als je het er over hébt. Dat ligt gevoelig, want mensen voelen zich snel in een hoek gedrukt. Maar als je zorgt dat je het debat structureel voert, wordt het ook minder eng.’

Geschreven door: Kirsten Verdel
Verschenen in: Lokaal Bestuur, maart 2014

Posted in In de media, Politiek | Tagged , , , , , , , , | Leave a comment

Lokaal Bestuur maart 2014: Geen campagne zonder social media

photo 1-9Door: Kirsten Verdel

Nu de gemeenteraadsverkiezingen voor de deur staan, proberen PvdA’ers meer dan ooit ook via social media campagne te voeren en stemmen binnen te halen. Maar hoe zet je deze moderne communicatiemiddelen effectief in? Wat moet je doen, en wat vooral latenLokaal Bestuur liet zich informeren door een actief gebruiker van social media, de landelijke social media-trainer van de partij en een campaigner die er bij de recente herindelingsverkiezingen in Heerenveen ervaring mee heeft opgedaan.

Wie: Lodewijk Bleijerveld
Wat: Communicatiemedewerker, social media PvdA-partijbureau Amsterdam

Wat gebeurt er op het partijbureau met betrekking tot social media in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen?
‘We zijn vanaf vorig jaar februari al bezig met het trainen van afdelingen op het gebied van social media. Lokale afdelingen voeren campagne met hun eigen verhaal, via Facebook, Twitter, et cetera. We leggen ze uit hoe je dat kunt doen. Er staan handleidingen op MijnPvdA en we hebben cursussen gegeven op campagne-academies aan zo’n 100 afdelingen en trainingen verzorgd bij ongeveer 60 afdelingen op locatie.’

Waar bestaan die cursussen uit?
‘Iedereen kan facebooken en twitteren, de cursus leert je vooral nadenken over wat het effect daarvan kan zijn. We zorgen dat mensen snappen wat ze doen en welke toon ze aanslaan of zouden moeten aanslaan. Twitter en Facebook zijn daarbij voor ons de belangrijkste platforms op campagnegebied. Google+ niet, dat is net een grote stad zonder inwoners.’

Zijn de campagnehandleidingen voor Twitter en Facebook een beetje hetzelfde?
‘Nee, ze zijn totaal verschillend: op Twitter ben je in gesprek en vertel je wat je aan het doen bent, terwijl je op Facebook juist inspeelt op gevoel. Anders gezegd: Facebook vind je leuk en Twitter volg je. Op Twitter kun je vertellen wat er gebeurt in de raad, waar de wethouder voor staat, wat je allemaal gedaan hebt. Op Facebook slaat zoiets totaal dood. Ik probeer uit te leggen hoe je gevoel kunt creëren op Facebook: er moet bijvoorbeeld een call to action in zitten: ben je het met me eens, geef dan een like. Of je kunt vragen: ‘hoe denk jij daarover?’ Dat moet je vooral met beeld doen: foto’s. Als je het wilt hebben over onderwijs, maak dat dan zichtbaar met een foto van een onderwijsinstelling. Als je dan een foto van een lokale school bij je bericht zet, krijg je eerder reacties dan wanneer je dat niet doet.’

Heb je nog meer tips voor lokale campaigners?
‘Probeer een campagneplan te maken voor de laatste twee weken, waarin je per dag uiteenzet wat je op Facebook zet en waar je over twittert. Op maandag bijvoorbeeld over onderwijs, op dinsdag over zorg. Het heeft geen zin als kandidaat-raadslid A alleen over zorg praat en kandidaat B diezelfde dag over ruimtelijke ordening, want dan gaan die campagnes dwars door elkaar heen. Je kunt dan beter op maandag een plan lanceren en dat die dag allemaal ondersteunen op social media.’

Zijn er do’s en don’ts?
‘Tel tot tien voordat je iets plaatst. Iets verwijderen kan immers niet: het blijft altijd op de een of andere manier zichtbaar. Gebruik de hashtag van je afdeling in berichten. Bijvoorbeeld #heerlen als je in Heerlen woont. Je wordt dan gewoon eerder gevonden. Probeer ook aan behoeften te voldoen. Je kunt zien wat veel geretweet wordt of waar veel reacties en likes op komen. Daar kun je je communicatiekalender dan weer op afstemmen. Als je ziet dat milieu het beter doet in jouw dorp dan onderwijs, gebruik dan de laatste dag om nog iets over milieu te zeggen.’

Hoe kun je je doelgroep het beste bereiken?
‘Op Facebook zit een advertentietool waarmee je kunt zien hoeveel inwoners van een dorp een Facebook-account hebben. Meestal is dat ongeveer 60%. Die kun je dan gericht benaderen. Voor Twitter is het wat lastiger; zoeken op woonplaats kan daar wel. Je kunt ook snel mensen vinden door naar lokale nieuwsaccounts te zoeken en daar de volgers van te gaan volgen. Bijvoorbeeld ‘@denheldernieuws’, of een lokale agent of de burgemeester. Als je dat doet, krijg je ook nog extra suggesties om mensen te volgen.’

Wie: Maret Celis-de Raad
Wat: Raadslid in Sittard-Geleen

Gebruik je social media al lang?
‘Ik zit nu vier jaar op Twitter en Facebook. Ik begon eigenlijk al in 2006, met Hyves. Vanaf het begin heb ik privéaccounts en politieke accounts gescheiden gehouden, maar dat is natuurlijk een persoonlijke keus die ieder voor zichzelf moet maken.’

Wat zijn je ervaringen met politiek twitteren?
‘Het is razendsnel. Ik word er heel enthousiast van, maar ik merk wel dat de aandacht voor Twitter begint terug te lopen. Whatsapp en andere social media worden populairder.’

Is de Twitter-hype voorbij?
‘Dat durf ik niet te zeggen. Het begon met Hyves, maar dat is ter ziele. Alles heeft een beperkte tijdspanne, zo lijkt het. Maar voorlopig heeft Twitter voor mij nog veel toegevoegde waarde. Met name de snelheid waarmee informatie op Twitter komt, vind ik handig. Toen het kabinet viel wist ik dat eerder dan sommige Kamerleden. Dat maakt het voor mij persoonlijk erg spannend en boeiend.’

Moet de PvdA iets met het feit dat de gebruikscijfers teruglopen?
‘Je bereikt er nog steeds een deel van de doelgroep mee. Dus gewoon doorgaan. Praktisch gezien zou ik PvdA’ers die politiek twitteren adviseren de naam PvdA in je twitternaam te zetten. Mijn eigen twitternaam is bijvoorbeeld @pvdamaret. Daardoor ben je snel te vinden en herkenbaar.’

Je hebt bijna 900 volgers, wie zijn dat?
‘Mede-PvdA’ers, mogelijke kiezers, vaak ook SP- en GroenLinksaanhangers, maar in ieder geval allemaal mensen die politiek geëngageerd zijn.’

Wat moet de PvdA doen met social media in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen?
‘Het is moeilijk te zeggen hoe een en ander zich gaat ontwikkelen. Een half jaar geleden voorzag ik al dat ook het gebruik van Facebook terug zou lopen. Maar schijn kan deels bedriegen: ook al plaatsen minder mensen berichten, veel mensen lézen die berichten nog wel. Er komen meer passieve gebruikers bij. Het met elkaar communiceren wordt minder, maar dat betekent niet dat mensen niet geïnteresseerd zijn in wat je te vertellen hebt. Daar moet ik wel aan wennen.’’

Hoe verklaar je die teruggang?
‘Mensen zoeken veiligere en directere communicatiemogelijkheden. Whatsappgroepjes, in een afgesloten omgeving, zijn duidelijk in opkomst.’

Wat voor type berichten plaats je eigenlijk op internet?
‘Ik ben soms kritisch over mijn eigen partij, dat wordt me niet altijd in dank afgenomen en dat realiseer ik me terdege. Maar het is goed is voor ons als partij dat je laat zien dat je kritisch blijft, want dat betekent ook dat anderen zien dat we niet allemaal neoliberalen zijn en dat het sociaaldemocratisch erfgoed springlevend is. Meestal vertel ik wat er in het nieuws gebeurt en dat probeer ik zo vroeg mogelijk op de dag te doen: het beste is tussen 7 en 8. Daarna krijg je minder volgers, dan val je weg tussen het andere informatiegeweld. Ik kijk ook wat er mondiaal gebeurt zodat je dat eventueel naar onze landelijke situatie kunt vertalen.’

Wat moet je absoluut niet doen op social media?
‘Jezelf verkopen. Reageer gewoon op volgers. Als je dat doet, dan hebben mensen ook het idee dat ze serieus worden genomen en dat je respect voor ze hebt. Wat je ook niet moet doen is iets plaatsen zonder na te denken. Tel even tot tien om te voorkomen dat je per ongeluk iets onhandigs verstuurt.’

Kun je stemmen winnen via social media?
‘Ik denk het wel. Je houdt het debat levend en laat zien dat je als partij bovenop thema’s zit. Daardoor activeer je ook de eigen achterban om naar de stembus te gaan. Iemand heeft mij zelfs de belofte gedaan dat hij pas tevreden is over de gemeenteraadsverkiezingen wanneer iedereen in zijn netwerk op mij stemt! Het is bij lokale verkiezingen overigens wel handig om in te zetten op landelijke thema’s. Die spreken vaak meer aan. Maar probeer ze dan wel naar de lokale situatie te vertalen!’

Wie: Jurjen Meijer
Wat: Gemeenteraadslid in Heerenveen

Wat heeft Heerenveen met social media gedaan?
‘De campagne was vooral heel fysiek, we zijn veel de straat opgegaan, dat vinden we het belangrijkste. Met social media koppel je wat je op straat hoort terug naar de woonkamer. Met Facebook heb je daarmee het grootste bereik. Ook hebben we onze standpunten naar voren gebracht, en een aantal punten uitgelicht die we graag wilden vertellen. Daarbij hebben we vooral veel beeldmateriaal gebruikt.

Werkte dat, standpunten verkondigen op Facebook?
‘Wel als je een actieve inbreng vraagt. Zo stelden we bijvoorbeeld dat er in elk dorp, in elke wijk een sportvoorziening moet zijn. Daarbij vroegen we: Vind jij dat ook? Deel of like dan deze pagina.’

Hoe vaak werd zoiets dan gedeeld en geliket?
‘In de laatste week bereikten we 10.000 mensen, terwijl er in totaal 16.000 mensen op Facebook zitten in Heerenveen. Qua doelgroep was ons bereik dus ongeveer 66 procent.’

Gebruikten jullie ook andere kanalen?
‘Twitter hebben we minder gebruikt, omdat uit onderzoek blijkt dat het gebruik van Twitter afneemt. Onze doelgroep zit meer op Facebook.’

Wat waren do’s en don’ts?
‘Wat je niet moet doen is twijfelen of Facebook wel een goed idee is! Wat je ook niet moet doen is stoppen nadat je de eerste vervelende reacties krijgt. Zet dan door. En je moet ook niet denken dat het niet hip genoeg is wat je doet. Want tja: de gemiddelde leeftijd wordt steeds hoger: als papa, mama of opa of oma iets deelt of liket bereikt dat ook een jongere doelgroep. En je mag overigens best serieuze zaken plaatsen. Gebruik wél veel beeldmateriaal en niet veel tekst: het moet wel leuk blijven en mensen gaan niet meer dan drie zinnen lezen op Facebook. Hele persberichten plaatsen werkt niet, laat mensen dan verder lezen op de website. Vraag mensen vooral om iets te doen: iets liken of delen.’

Hoe hebben jullie je online strategie bepaald?
‘We hebben gekeken welke standpunten interessant zouden zijn. We hebben bijvoorbeeld erg ingezet op werkgelegenheid tijdens de campagne. Onze wethouder heeft tegen de economische stroom in 3000 banen gecreëerd, dus daar hebben we ons erg op geprofileerd.’

Krijg je online niet veel steun van mensen die toch al PvdA stemmen?
‘Ja, uiteraard. Maar als je veel leuke dingen plaatst, zoals van Lodewijk Asscher die een T-shirt krijgt van SC Heerenveen, dan wordt dat al snel veel breder gedeeld dan onder de eigen achterban. Mijn advies is ook: als je een foto maakt, vraag dan de naam van die persoon zodat je ze kunt taggen op Facebook. Dan heb je meteen een extra groot bereik: die mensen delen dat vaak ook weer. En gebruik apenstaartjes voor trefwoorden. Dan kunnen ouders bijvoorbeeld na schoolbezoek hun eigen kinderen terugvinden door te zoeken naar @naamschool. Dat spreekt mensen aan.’

Win je extra stemmen door social media te gebruiken?
‘Ja, ik denk het wel. Met social media kun je laten zien dat je als partij betrokken bent, naar de inwoners luistert en goede ideeën hebt. Als je je eigen achterban kunt enthousiasmeren met berichten die hen aanspreken, dan zullen zij dat op hun beurt ook weer uitdragen. Dat is wat je met social media wilt bereiken!’

Posted in In de media, Politiek | Tagged , , , , | Leave a comment

De Volksvertegenwoordiger: Obama campagne: een militaire operatie

obama1Verschenen in: De Volksvertegenwoordiger
Interview met: Kirsten Verdel

Ze werkte in 2007 als enige buitenlander op het landelijke hoofdkwartier van de democratische Partij en maakte de iconische verkiezing van Barack obama als president van dichtbij mee. er zijn dus in Nederland maar weinig mensen die zoveel van campagnevoeren weten als Kirsten Verdel. “Het is een militaire operatie: je moet telkens dóór.”

Als Nederlandse media een Obamakenner zoeken, stuiten ze al snel op Kirsten Verdel. De 35-jarige politica en bestuurskundige maakte de huidige president van de Verenigde Staten van dichtbij mee toen ze in 2007 in zijn campagneteam belandde en de bloedstollende verkiezingsrace van heel dichtbij meemaakte.

Hoe Obama in het echt is? Ze lacht. “Eigenlijk vond ik dat niet eens zo heel speciaal. ik heb in die periode zo enorm veel be- langrijke en bekende mensen de ontmoet: de Clintons, Bush, Kissinger.” Wat wel indruk maakte, was de ontmoeting met advocaat robert Kennedy jr, zoon van de vermoorde senator en neef van de vermoorde president. “Dat is toch de zoon van mijn grote politieke held. Het was heel bijzonder om hem in de ogen te kijken. Daar stond ik echt even van te shaken.”

Professionele aanpak
Verdel studeerde bestuurskunde in rotterdam, werkte op het ministerie van Binnenlandse Zaken en leidde in 2006 de gemeenteraadscampagne van de Pvda rotterdam. Een jaar later kreeg ze de Canadese Sauvé Scholarship toegewezen, waarmee ze naar de Verenigde Staten vertrok. Via via belandde ze op het landelijke hoofdkantoor van de Democratische Partij, waar ze strategisch onderzoek ging doen voor de campagne van Obama. Verdel maakte als enige buitenlander de presidentsstrijd van zo dichtbij mee. Over deze periode schreef Verdel het gedetailleerde boek Van Rotterdam naar Witte Huis, waarin ze op meeslepende wijze beschrijft hoe de strijd steeds harder werd en de Democraten toch alle aanvallen wisten af te weren. “Het was een geweldige, maar loodzware periode”, vat ze samen. “Je werkt van 9 uur ‘s ochtends tot 11 uur ‘s avonds, zeven dagen per week.”

Van de werkethos en professionele aanpak van de amerikanen kan nederland nog heel veel leren. “Je ziet in nederland per definitie dat alles uit Amerika wordt overgenomen, alleen met enkele jaren vertraging”, merkt Verdel op. Het grote probleem is dat politici in nederland over het algemeen over veel minder geld, middelen, mensen en kennis beschikken. “Bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen was bijvoorbeeld ‘canvassen’ een trend in nederland, van deur tot deur gaan om mensen te informeren over jouw kandidaat. Dat is inderdaad een heel lucratieve manier om extra stemmen te werven. Maar dan moet je het wel goed en professioneel aanpakken. In Amerika wordt op een hoofdkantoor exact bijgehouden welke straten al zijn geweest en welke mensen wellicht interesse hadden in de standpunten. als iemand enthousiast reageert, ga je een week later nóg een keer langs. Deze aanpak levert zowel nieuwe financiële donoren op als aantoonbaar extra stemmen, tot wel 12% extra als je drie keer bij dezelfde persoon langsgaat.”

Specifieke taken
In nederland echter gebeurt het ‘canvassen’ tamelijk halfslachtig, vindt Verdel. “Er wordt geen backoffice ingericht, er wordt geen fatsoenlijke database bijgehouden waarin te zien is welke straten al zijn gedaan. Een enthousiaste reactie krijgt geen navolging. Het is in alle opzichten meestal heel onprofessioneel.” In een Amerikaans campagneteam krijgt elke medewerker een heel specifieke taak onder zijn hoede. De Nederlandse hield zich in het begin vooral bezig met ‘opposition research en rapid response’, oftewel het zo snel en goed mogelijk reacties bedenken op uitspraken en aanvallen van een tegenstander. “Elke uitspraak die een kandidaat doet moet hout snijden en in heldere, kern- achtige woorden duidelijk maken wat zijn standpunt is over een bepaald onderwerp.”

De PvdA heeft tijdens de verkiezingen in 2006 wel geprobeerd ‘opposition research’, onderzoek naar de sterke en zwakke punten van de tegenstander, in te zetten. “Maar dat ging om twee mensen, dat is eigenlijk onvoldoende mankracht”, legt Verdel uit. “Bovendien is het hier in Nederland heel lastig om te bepalen wie dan precies je tegenstander is.” Het Amerikaanse politieke stelsel kent maar twee partijen van belang. “Hier in Nederland zijn er minimaal tien tegenstanders. Op wie moet je je richten?” De aanval mag nooit te venijnig worden, want de kans is groot dat je uiteindelijk toch na de verkiezingen samen aan de onderhandelingstafel belandt. “Het is slechts kortetermijnwinst. Te scherpe aanvallen komen vroeger of later als een boemerang terug. De kreet van Balkenende ‘u draait en u bent oneerlijk’ tegen Wouter Bos leek tijdens de campagne een gouden greep. Maar dat wantrouwen heeft er mede toe geleid dat het kabinet van die twee partijen uiteindelijk toch niet werkte en uit elkaar spatte.”

Dirty politics
Verdel gelooft niet in ‘negative politics’, een les die ze heeft geleerd tijdens haar verkiezingstijd bij de Democraten. “Dat was in 2007 een gouden regel van Obama: we moesten altijd blijven bij onze positieve boodschap van hoop en verandering.” Tijdens de campagne om het Witte Huis kwam het team van Obama te weten dat de minderjarige, ongetrouwde dochter van Sarah Palin, de republikeinse vice-presidentskandidaat, zwanger was. “Dit nieuws kon een enorm schandaal veroorzaken en dus de polls in Obama’s voordeel beïnvloeden, maar wij hebben er niets mee gedaan. Ook niet toen het nieuws uiteindelijk -niet via ons- wel op straat kwam te liggen. Zelfs bij negatieve aanvallen van de republikeinen moest de reactie altijd positief blijven. Er was toen dus relatief weinig sprake van negative politics en al helemaal niet van dirty politics.”

Obama is een charismatisch redenaar, die zijn publiek meestal in vervoering weet te brengen met zijn visie op het land en de toekomst. Dit soort leiders mist nederland op dit moment, vindt Verdel. “Er zijn genoeg goede politici in nederland”, analyseert Verdel. “Maar ze lijken meestal niet geïnspireerd genoeg te zijn. En tja, zodra iemand hier zijn of haar kop boven het maaiveld uitsteekt, wordt die er hier in nederland weer snel afgehakt. iedereen is erg op zijn hoede.”

Militaire operatie
Een Amerikaans campagneteam is een geoliede machine met mensen die weten waar ze het over hebben. “Het is een militaire operatie, waarin goed samenwerken en communiceren van het grootste belang is”, knikt Verdel. “Je doet wat je gezegd wordt.” iedere medewerker mag één keer bij zijn of haar leidinggevende aankloppen om aan te geven dat hij denkt dat er iets niet goed gebeurt. “Dan luistert die leidinggevende naar de argumenten en besluit of je advies wordt overgenomen. Maar als het besluit negatief uitvalt voor jou, hou je -plat gezegd- je kop dicht en gaat dóór.” En kan je daar niet mee omgaan,dan is daar het gat van de deur. “Het is een enorme trein die voortdendert en niet wacht. Een kandidaat kan zich geen interne verdeeldheid onder zijn medewerkers veroorloven.”

Nog zoiets waar Amerikanen veel beter in zijn dan Nederlanders: geld inzamelen voor de campagnekas. “Je moet gewoon bedelen bij de kiezer, heel oneerbiedig gezegd. Onderzoek heeft uit- gewezen dat bij politieke verkiezingen in de VS in 92 procent van de gevallen de kandidaat met het meeste geld op zak wint. Dus ja, je kunt je overwinning in principe kopen.” Het grootste deel van het campagnegeld in de VS komt van grote donoren. in theorie zijn er wettelijke limieten voor wat grote bedrijven aan een kandidaat kunnen schenken. “Maar dankzij zogenoemde ‘superpac’- constructies kunnen genereuze donoren ongelimiteerd geld blijven geven. Een bekende financier van de Republikeinse campagne is bijvoorbeeld Koch industries, van twee steenrijke broers die een enorm olieconcern runnen.” Zij gaven tientallen miljoenen. Nederland kende in dit opzicht heel lang nauwelijks wetgeving. “Maar door een actie van Martijn van Dam van de PvdA moeten partijen nu alle donaties boven de 5000 euro publiceren, met de naam van de gulle gever erbij. Echt heel strak zijn de regels echter nog niet.”

Persoonlijke aanpak
Voor beginnende lokale politici heeft Verdel één belangrijk advies: voer een campagne zo persoonlijk mogelijk. “Kiezers worden in dit soort periodes doorlopend met informatie bestookt: iedereen wil iets van je, dus je filtert bewust of onbewust alle brokjes informatie die je tot je krijgt. Het meeste ben je in een paar minuten weer vergeten.” Hoe persoonlijker een kiezer wordt benaderd, hoe groter de kans is dat de boodschap blijft hangen. “In 2012 is er heel veel geëxperimenteerd met micro-targeting. Een campagneteam kijkt dan bijvoorbeeld op Facebook en ziet dat jij hun partij steunt. als er dan in jouw vriendenlijst iemand staat die twijfelt, dan word je benaderd om te vragen of jij eens met die persoon wilt gaan praten.” Maar deze aanpak kent in nederland zijn wettelijke beperking in de vorm van het College Bescherming Persoongegevens. “al valt er op dit vlak in Nederland ook binnen die grenzen nog heel veel terrein te winnen, de wetgeving is boterzacht.”

 

Posted in In de media, Verenigde Staten | Tagged , , | 2 Comments